bitloos paardrijden petra mensink PMC bitloos hoofdstel cursus les

Bitloos Paardrijden

Kennisbank - Online Academy - Webshop PMC bitloos


De paardenrug

Een kijkje in de rug van het paard maakt meteen duidelijk hoe kwetsbaar de paardenrug is.

paardenrug

Diverse illustraties met dank aan www.scienceofmotion.com en www.rodnikkel.com.

Wervelkolom

De wervelkolom loopt vanaf het hoofd tot in de staart. Het paard heeft 54 wervels:
- 7 halswervels (C1 t/m C7; de 1e is de atlas, de 2e heet de draaier of axis)
- 18 borstwervels (T1 t/m T18; samen 36 ribben)
- 6 lendewervels (L1 t/m L6)
- 5 sacrale wervels (S1 t/m S5, het heiligbeen, vergroeid tot n sterk bot)
- meestal 18 staartwervels
Arabieren kunnen een kortere ruggengraat hebben met 17 borstwervels en 5 lendewervels.

Een wervel bestaat uit een wervellichaam, een wervelgat (met daar doorheen het ruggenmerg, onderdeel van het zenuwstelsel), twee dwarsuitsteeksels en een doornuitsteeksel. Vanaf T3 T4 zijn de eerste, lange doornuitsteeksels te voelen, wat we kennen als de schoft, en deze worden naar achteren toe steeds korter. De grootte en de vorm van de wervellichamen en de spinaaluitsteeksels zijn bij ieder paard verschillend en bepalen mede de vorm en dus de conformatie van de rug.

wervels paard

Beweeglijkheid

De wervels kunnen drie bewegingen maken:
- flexie en extensie oftewel buigen en strekken (bollen en hollen)
- lateraal buigen oftewel links en rechts zijwaarts gaan
- axiale rotatie oftewel kantelen of draaien ten opzichte van de eigen verticale positie

De eerste 8 (ware) ribben zijn onderlangs verbonden met het borstbeen; de volgende 10 (valse) ribben zijn met kraakbeenstrengen aan de borstkas verbonden. Dit verklaart dat de grootste beweeglijkheid van de rug in dit achterste gedeelte zit, met name tussen de T8 en de T14.

wervels paard

Nog minder beweeglijkheid is er in de lendenstreek. De uiteinden van de dwarsuitsteeksels van de lendewervels liggen vlak naast elkaar en tussen sommige lendewervels is een benige verbinding. Laterale buiging in de lendenen is dus vrijwel onmogelijk, flexie en extensie is wel enigszins mogelijk en axiale rotatie is goed mogelijk als gevolg van het kantelen van het bekken (door ondertreden van de achterbenen).

lendenstreek paard

Ligging zadel

Het sterkste gedeelte van de rug is het gebied van de 18 borstwervels (tussen de gele lijnen). Het gedeelte van de rug dat belast mag worden met stug materiaal zoals de boom van het zadel, ligt tussen de 8e (circa 6 cm achter het hoogste punt van de schoft) en de 18e (laatste/achterste) borstwervel (tussen de groene lijnen). De vrije ruimte achter het schouderblad is nodig om zowel het schouderblad als de schouderspieren rondom (trapezius) optimale bewegingsvrijheid te geven.

zadelboom en zitvlak ruiter

Het zitgedeelte (het zitvlak van het zadel en de zitbeenknobbels van de ruiter) ligt gecentreerd op de 14e borstwervel (lichtblauwe lijn). Bij een paard met een hoge schoft is deze ruimte kleiner.
Het zitgedeelte voor de ruiter (T12 t/m T16) is dus het oppervlak van 4 5 rugwervels. Afhankelijk van de ruglengte van het paard varieert de lengte over deze 5 wervels tussen de 19 (korte rug) en de 25 cm (langere rug). Dit geeft aan dat je als ruiter het beste een paard kunt kiezen dat fysiek bij jou past. Met andere woorden, wanneer je zelf een groter zitoppervlak nodig hebt, kies dan een paard dat dit qua ruglengte kan bieden.

De panelen van het zadel (van een boomzadel of flexibel zadel) of de inlages (bij een boomloos zadel) mogen liggen tussen de hoogste doornuitsteeksel (de T6, het midden van de schoft) tot de 18e wervel (oranje lijn). Aangezien dit flexibel materiaal is, kunnen de schouders hier vrij onder bewegen.

panelen zadel

Voor een optimale drukverdeling is het belangrijk dat de boom, de panelen of de inlages ook de lengte hebben die het paard kan hebben, dus niet korter (want dan wordt het drukoppervlak verkleind) en ook niet langer (want dan kunnen er fysieke problemen ontstaan).
Ongeacht of het een boom-, flexibel of boomloos zadel betreft, achter de T18 (laatste borstwervel) mag geen druk op de lendenen uitgeoefend worden. Dit is wat veel mensen wel weten, maar je leest of hoort eigenlijk nooit waarom dat zo is. Daarom straks meer over de (kwetsbare) lendenstreek.

Zitgedeelte

Zojuist kon je lezen dat het zitgedeelte (het zitvlak van het zadel en de zitbeenknobbels van de ruiter) gepositioneerd moet zijn op de 14e borstwervel. Hier zit je goed in het midden van de paardenrug en vanuit die positie wordt de druk van je gewicht evenredig naar voren en naar achteren over de rug verdeeld.

Er speelt nog meer mee wat het zitgedeelte betreft, namelijk het zwaartepunt van het paard.
Om als ruiter je paard niet in de weg te zitten tijdens het rijden en vloeiend mee te kunnen gaan in de bewegingen van het paard, dien je vlak achter zijn zwaartepunt te zitten. Het zwaartepunt van het paard bevindt zich op de lijn op of vlak achter de schoft langs de schouder naar de singelplek (afhankelijk van de bouw van zijn ribbenkast). Wanneer je als ruiter te ver van dit punt af zit - en ook wanneer je niet gecentreerd zit - dan kun je niet in een vloeiende beweging met je paard meegaan en kom je als het ware altijd "achter de beweging aan", iets wat zeer hinderlijk is voor het paard en wat zorgt voor spanning en verkramping (met pijn als gevolg).
Je zit goed gecentreerd op je paard en in het zadel wanneer je een rechte verticale lijn kunt trekken vanaf je hakken langs je bekken en je schouders naar je kruin, en je horizontaal gecentreerd zit tussen de schoft en de laatste borstwervel.

Nu wordt veelal aangenomen dat een boomloos zadel best wat langer mag zijn en op de lendenen mag liggen. Dat zou op zich ook prima kunnen wanneer de inlages onvoldoende drukverdeling bieden. Het ruitergewicht wordt dan niet over het gehele draagvlak van de rug verdeeld, waardoor er nauwelijks druk op de lendenen komt. Echter, wanneer tegelijkertijd wordt beweerd dat boomloze zadels wl goed de druk verdelen, dan klopt er iets niet. Het is of het n of het ander.
Daarbij zien we bij boomloze zadels (en ook bij veel western zadels) die vrij lang zijn en op de lendenen liggen, dat het zitvlak ook verder naar achteren gepositioneerd wordt. Zie onderstaande foto's.

zitgedeelte zitting zadel ruiter

De zadels van A en B zijn te lang en liggen op de lendenen (oranje lijn). Het zitvlak is naar achteren verlegd en hierdoor zit de ruiter in stoelzit en dus te ver achter het zwaartepunt (blauwe lijn). Er komt nu te veel druk achter op de rug alsmede druk op de lendenen.
Deze foto's illustreren goed dat het geen kwestie is van een onjuiste beugelhanging; wanneer de beugelriemen naar achteren geplaatst zouden worden, wordt slechts de gele lijn naar achteren verplaatst en zit de ruiter nog steeds te ver achter het zwaartepunt en te dicht bij/op de lendenen.
Het zitvlak van zadel C ligt goed; hierdoor zit de ruiter mooi gecentreerd, zowel verticaal (rechte lijn van hak tot kruin) als horizontaal ten opzichte van het zwaartepunt en de lendenen.

Je ziet dus dat het allemaal met elkaar samenhangt: de juiste ligging van het zadel, de juiste lengte van het zadel, de juiste positie van het zitvlak en de juiste houding & zit van de ruiter.

De lendenen

De lendenstreek is het meest kwetsbare deel van de rug. Hoewel er nauwelijks onderzoek is gedaan naar de effecten van druk op de lendenen, is er wel veel klinische informatie bekend wat de gevolgen zijn van zadels die achter de laatste borstwervel liggen. Een veelvoorkomend gevolg is namelijk pijn in de lendenstreek.

Wat maakt de lendenstreek nou zo kwetsbaar en gevoelig?
Allereerst hebben de lendewervels geen ribben. Ribben zijn een aanhechtingsplaats voor spieren, ze beschermen de organen en bovenal: ze bieden ondersteuning aan het zadel (het zadel ligt immers niet alleen op de spieren, maar ook deels op de ribben). Na de laatste borstwervel houdt deze gehele bescherming en ondersteuning van de ribbenkast op en liggen daar alleen nog de dwarsuitsteeksels van de lendewervels.
Lees ook mijn blog De lendenen.

Nieren

Vlak onder de eerste drie lendewervels liggen de nieren. Terwijl de overige organen veel dieper in de buikholte liggen, liggen de nieren dus hoog bovenin de rug. Wanneer er gewicht/druk uitgeoefend wordt op de lendenen, dan komt er dus ook druk en gewicht op de nieren. Wanneer deze druk veelvuldig en/of langdurig plaatsvindt, zoals door het rijden met een zadel dat te lang is, dan heeft dat schadelijke gevolgen voor het algeheel functioneren van de nieren en dus voor de gezondheid van het paard.
Schade aan de nieren is na verloop van tijd te herkennen aan korte haren c.q. als schuurplekjes uitziend haardek achter het zadel. Helaas wordt vaak ten onrechte gedacht dat het zadeldek de oorzaak is van dergelijke slijtageplekken in de vacht, maar na een kundige zadelcheck (of bij onderzoek door bijvoorbeeld een osteopaat) blijkt dit in de meeste gevallen toch het zadel te zijn.
Lees hierover meer in mijn blog Schuurplekken achter het zadel.

Op deze illustratie is met de gele pijl aangegeven waar de nieren liggen (het rode dingetje) en zie je ook dat de overige organen veel dieper en veel beter beschermd liggen (foto met dank aan deze url).

nieren paard

Naast de bouw en ligging van de lendewervels en de ligging van de nieren, is er nog een derde aspect wat de lendenstreek zo gevoelig maakt, en dat zijn de gluteus en psoas spieren. Wanneer de anatomie & fysiologie van het paard besproken of afgebeeld wordt, heeft vrijwel iedereen het over "de rugspieren" waarmee de longissimus dorsi (lange rugspier) wordt bedoeld, en ontbreken in het hele verhaal de gluteus en de psoas spieren. Terwijl juist deze spieren een belangrijke rol spelen bij het rijden en bij rugklachten van het paard. Laten we daarom eens nader naar deze spieren kijken.

Gluteus medius

De gluteus medius zijn grote spieren van het heupgewricht die liggen vanaf de laatste borstelwervel naar het bovenbeen. Ze liggen dus onder de lendenen. Zij zorgen voor de kracht van de passen van de achterbenen en extensie van de heup c.q. retractie (het naar achteren brengen) van het been. Soms is deze spier te zien bij een te rank paard tijdens het trainen vanaf de grond, de spier wordt dan zichtbaar als een platte spier bovenin de lendenstreek.
Wanneer je op deze spier zit, en er dus druk op deze spier komt, dan heeft dat behoorlijk negatieve invloed op de bewegingen van de gehele gluteale spiergroep (de bilspieren). Druk en pijn in dit gebied zorgt ervoor dat de spieren verkrampen en verstijven, waardoor het paard zijn passen verkort, impuls verliest en slecht tot geen achterhoeven wil geven voor het bekappen.

Psoas spieren

Onder de gluteus medius liggen de psoas spieren (de psoas minor, psoas major en de iliacus) en dit zijn de verbindingsspieren tussen het bekken en het bovenbeen. De psoas spieren liggen aan de onderkant van de lendenen en lopen van het bovenbeen (femur) langs het bekken langs de onderkant van de lendewervels door naar de laatste twee borstwervels. Het zijn de enige spieren die direct verbonden zijn met de wervelkolom en de achterbenen en vormen dus de brug tussen de rug en de achterhand.
De psoas spieren zorgen voor het ondertreden van de achterbenen, het buigen van het heupgewricht, het bollen van de rug, het zakken van het bekken, het ondersteunen van de wervelkolom en het ontwikkelen van impuls. De psoas major heeft een belangrijke functie van het ondersteunen van de SI-gewricht en is onlosmakelijk verbonden met de m. iliacus; deze spieren zijn gedeeltelijk met elkaar vergroeid en worden gezamenlijk aangeduid als m. iliopsoas.
De psoas spieren kun je niet zien, palperen, behandelen, masseren of manipuleren, omdat ze te diep in het lichaam liggen om ze te kunnen voelen.

Op onderstaande foto staan de gluteal en psoas spieren aangegeven.

psoas paard

Een neerwaartse druk en spanning op de spoas spieren zorgt voor aanhoudende pijn in het gebied van de laatste 2 3 borstwervels en lendenen. Wanneer de psoas spieren stijf, gespannen en verkrampt zijn, heeft het paard moeite met ondertreden en het bollen van de rug, en daarmee ontstaat weer de cirkel van stijfheid, verlies van impuls en rugpijn.
De psoas spieren zijn ongelooflijk belangrijk voor de functionaliteit van de anatomie van het paard en zijn vermogen om de oefeningen uit te voeren die wij van hem vragen. Om deze spier soepel te houden, is het allereerst belangrijk om met een goed passend zadel te rijden. Een zadel dat druk uitoefent achter de laatste borstwervel, zorgt voor spanning en pijn in deze spieren. De enige manier om de pijn en stijfheid te verhelpen, is goede gymnastisering van het paard.

Rug- en buikspieren

Verdere uitleg over de longissimus dorsi oftewel de lange rugspier en de buikspieren vind je in dit blog.

Diverse illustraties met dank aan www.scienceofmotion.com en www.rodnikkel.com.

Hulp en advies

Heb je na het lezen van dit blog interesse in een controle van je zadel en je hoofdstel? Lees dan wat ik voor jou en je paard kan betekenen met een zadel/hoofdstel fitting.

zadelcheck zadelpasservice bitloos hoofstel fitting

Gerelateerde blogs


De paardenrug is een blog van Bitloos Paardrijden.
Auteur: Petra Mensink d.d. op 29 juli 2012.
Copyright 2012 Bitloos Paardrijden, all rights reserved.

Wil je beginnen met bitloos paardrijden en heb je allerlei vragen, twijfels en zorgen over de rem, het stuur en controle? En wil je graag zonder bit heerlijk ontspannen en in wederzijds vertrouwen genieten van jullie buitenritten? Maak dan een goede start met de Bitloos Paardrijden starterskit! Klik op de button en ontdek hoe jij de beste start kunt maken en jouw paard nooit meer een bit in hoeft!
bitloos