bitloos paardrijden petra mensink PMC bitloos hoofdstel cursus les

Bitloos Paardrijden

Kennisbank - Online Academy - Webshop PMC bitloos


Paardenmond geeft geheimen vrij

Samenvatting uit het artikel in het magazine ROS nummer 3 van 2007

Op het anatomisch instituut van de diergeneeskundige hogeschool in Hannover is bij 32 hoofden van dode paarden onderzoek gedaan naar de inwerking van trensen en stangen. De dierenartsen van de universiteit wilden belangrijke vragen beantwoord hebben, zoals: "Hoeveel plek is er voor een bit in de mond van het paard?", "Hoe ligt dat bit dan?" en "Wat is de inwerking als de teugels aangenomen worden?".
Omdat exacte metingen bij levende paarden bijna niet mogelijk zijn, werden de hoofden van ingeslapen paarden gebruikt.
De eerste verrassing kregen de onderzoekers en ervaren ruiters al nog voordat de metingen waren begonnen.
"Uit vooronderzoek bleek dat we de eersten waren op de hele wereld die dit ooit gingen onderzoeken", vertelt dr. Elisabeth Engelke, die samen met professor Hagen Gasse het onderzoek leidde. De onderzoekers waren op onbekend wetenschappelijk terrein gestoten. Vreemd, als je bedenkt dat het bit - naast het zadel - tot de belangrijkste uitrusting van het rijden behoort.

Problemen bij het rijden worden meestal veroorzaakt door f de ruiter f het zadel f het bit.
Het bit ligt op de onderkaak, de lippen en vooral op de tong. De tong is de grootste bewegende spier in het paardenhoofd en is via de keel en de hals direct met de schouders verbonden. Raakt de tong op de n of andere manier gespannen, dan wordt dat gemakkelijk overgebracht op de nek, onderhals en schouder. Dan wordt precies het tegendeel bereikt van wat de ruiter eigenlijk wil: een ontspannen en 'los' paard.
De mond van een paard is n van zijn meest gevoelige lichaamsgebieden. Het is voorzien van een zeer gevoelige mondslijmhuid, waar heel erg veel zenuwen zitten. Daarom reageren de kauwspieren ongeveer tien tot twintig keer sneller op prikkels dan bijv. de beenspieren van het paard.

Conclusies

Wat het onderzoek heeft aangetoond, zijn in ieder geval twee andere belangrijke feiten.
Ten eerste: de mond van een paard heeft van binnen minder ruimte dan altijd werd gedacht. De hoogte en breedte van het (net als bij mensen koepelvormige) gehemelte is niet zo groot als vermoedt. Bovendien vult de tong bijna de gehele mondholte. Dat betekent dat de opvatting tot nu toe, dat dikke bitten met hun brede oppervlak bijzonder zacht en paardvriendelijk zijn, dus niet kloppen. Paarden hebben letterlijk als snel hun mond vol van al die vreemde voorwerpen in hun mond. Hoe groot de ruimtelijke verhoudingen in de mondholte zijn, kunnen we van buiten af amper inschatten. Kleine vierbeners kunnen een grote mond hebben en machtige koudbloedpaarden hebben misschien een mussenbekje. Een verrassende uitkomst van het onderzoek was namelijk (het tweede belangrijke feit) dat elke paardenmond er anders uitziet, zo ongeveer als menselijke vingerafdrukken. De breedte van de onderkaak, de afmetingen van de tong, de hoogte van het gehemelte, en andere lichaamskenmerken bleken bij elk paard uniek te zijn. Zelfs de linker- en de rechterkant van de mond kon bij hetzelfde paard verschillend zijn. Dit betekent dat niet elk bit past in elk paard. Terwijl voor het ene paard een simpele gebroken watertrens als gegoten in de mond ligt, zal dezelfde watertrens bij een ander paard misschien pijnlijk op het gehemelte drukken.

Iedere ruiter zou eigenlijk eens de hele onderkaak van binnen moeten zien en laten we zeggen 100 paarden moeten betasten. Je zult dan merken dat er nogal wat verschillen zijn; de ene kaak zal veel ronder aanvoelen dan de andere. Omdat de vorm van het paardenhoofd niets met de leeftijd en het ras van het paard te maken heeft, raden experts de ruiter aan om bij mondproblemen niet bang te zijn voor experimenteren. Durf van de platgetreden paden en de 'bindende adviezen' van mensen om je heen af te wijken. Het gaat tenslotte om jouw paard en jij moet het samen met je paard doen!

Er is nog een vooroordeel dat (gedeeltelijk) van tafel kan dankzij dit onderzoek, en dat is dat het altijd de ruiter zou zijn die met zijn harde handen problemen in de mond van het paard veroorzaakt. Niet elk bit is net zo zacht als de hand van de ruiter. Knijpt of knelt het mondstuk in de tong, gehemelte of onderkaak, dan kan een ruiter nog zo voorzichtig met de teugels omgaan als hij wil, maar het paard zal altijd in verzet gaan. Hij moet dan dus een ander bit hebben. Nochtans: een perfect passend mondstuk laat de keuze aan jou of je er rustig mee omgaat of met bruut geweld. En dat laatste komen dierenartsen en paardentandartsen in de praktijk helaas nog steeds vaker tegen dan ze lief is. Scheuren in de mondhoeken of bloeduitstortingen zo groot als een 2-euromunt in de mond zijn zaken die dierenartsen nog steeds tegenkomen bij inspecties op toernooien.

De resultaten van dit onderzoek - dat in opdracht van Sprenger uitgevoerd is - stelt dus andere eisen aan de ruiter. Je moet dus niet alleen een zachte hand hebben, maar ook verstandig genoeg zijn om het juiste bit te kiezen.
Om te helpen bij de keuze tussen mondkwellers en tongvrienden stelde ROS de volgende 8 aandachtspunten op.

  • In veel paardenmonden is te weinig plaats voor een dik mondstuk.
  • Elke paardenmond is anders gevormd en het is dus zaak het perfect passende bit te vinden.
  • Wees voorzichtig met het omschakelen naar een stangenbit, zoals bijv. een Pelham, Curb Bit en Snaffle met Shanks; door de hevelkracht werken deze bitten veel scherper in.
  • Trensen werken zonder hevelwerking en op de tong en onderkaak van het paard. De dubbelgebroken trens ontziet de mond meer dan een enkelgebroken trens, omdat het zich met beide stukken beter aan de vorm van de mond kan aanpassen. Stangenbitten hebben een hevelwerking; hoe langer de hevel hoe scherper de inwerking. Bij traditionele dressuurbitten wordt de kracht van de ruiterhand circa vier keer versterkt en zijn dus eigenlijk alleen geschikt voor ervaren ruiters.
  • Als een paard een bit niet lekker vindt zitten, dan laat hij dit zien door middel van hoofdschudden, scheef houden van zijn hoofd, met open mond lopen, tegen de hand lopen, zich ietwat oprollen etcetera.
  • Het kan ook door gebitsproblemen komen dat een paard zich tegen het bit keert. Deze paarden moeten beslist door een paardentandarts onderzocht en behandeld worden.
  • De paardentandarts moet ook goed kunnen beoordelen of het gebruikte bit wel of niet past. Vraag hem of haar dus naar zijn mening over het bit dat je gebruikt.
  • Een bit moet regelmatig op oneffenheden en breuken gecontroleerd worden. Bij de overgang van mondstuk naar trensring kunnen vaak scherpe randen ontstaan.
  • Veel paarden reageren allergisch op bitten van kunststof of van metaallegeringen die bijvoorbeeld nikkel bevatten. Bij roestvrijstalen bitten komen geen allergien voor.

Deze samenvatting is een artikel van Bitloos Paardrijden.
Auteur: Petra Mensink, d.d. 7 november 2008.
Copyright 2008 Bitloos Paardrijden, all rights reserved.

Wil je beginnen met bitloos paardrijden en heb je allerlei vragen, twijfels en zorgen over de rem, het stuur en controle? En wil je graag zonder bit heerlijk ontspannen en in wederzijds vertrouwen genieten van jullie buitenritten? Maak dan een goede start met de Bitloos Paardrijden starterskit! Klik op de button en ontdek hoe jij de beste start kunt maken en jouw paard nooit meer een bit in hoeft!
bitloos