bitloos paardrijden petra mensink PMC bitloos hoofdstel cursus les

Bitloos Paardrijden

Kennisbank - Online Academy - Webshop PMC bitloos


Krachten en teugeldruk

Naar aanleiding van het blog Teugeldruk gaat dit blog dieper in op de materie 'teugeldruk'.
Wat met teugeldruk bedoeld wordt, is teugelkracht, dus de kracht (in Newton, omgerekend naar kg) die op een teugel staat. In diverse onderzoeken zijn hier metingen naar gedaan en in dit blog wordt uitleg gegeven over kracht, druk, de relatie tussen ruiter en paard in deze opzichten, hoeveel druk het paard heeft in de mond (met bit) of op de neus (bitloos), en hoeveel druk de ruiter in z'n handen heeft. Al deze berekeningen worden toegelicht en weergegeven in tabellen.

Als je de uitgebreide uitleg over krachten, druk en teugelkrachtmetingen wilt overslaan en meteen de vergelijkende tabellen wilt bekijken, klik dan hier.

Nadere toelichting:

  • Kracht is een natuurkundige grootheid waardoor in een lichaam/voorwerp een spanning of druk ontstaat of die een lichaam/voorwerp doet versnellen.
  • Massa is een natuurkundige grootheid die een eigenschap van materie aanduidt en is onderhevig aan gravitatie (zwaartekracht, valversnelling). De SI-eenheid van massa is de kilogram.
  • Een kracht heeft altijd als resultaat dat het voorwerp waarop die kracht werkt (door trekken of duwen) in de richting van die kracht beweegt.
  • Een kracht die trekt, is trekkracht. Een kracht die duwt, is duwkracht en geeft druk.
    Er is bijvoorbeeld een trekkracht op een slappe verbinding zoals een touw (duwen tegen een touw heeft namelijk geen zin), en er is een duwkracht op een oppervlak en een stijf voorwerp zoals een paal, ijzeren staaf of lichaam(sdeel). Als een kracht meerdere richtingen heeft en er bewegingen bij komen, dan zijn er tegengestelde krachten in het spel.

Trekkracht

Trekkracht is onder andere afhankelijk van het materiaal waarmee getrokken wordt en gaat samen met grip, oftewel vasthouden/knijpen. Je knijpt rondom de omtrek, terwijl je trekt c.q. spanning maakt door langs de horizontale lijn een kracht uit te oefenen. Knijpen is een kracht die je met je vingers uitoefent. En de mate waarin dat helpt, hangt af van hoeveel oppervlak je vingers met het touw delen. Zelfde kracht bij minder oppervlak geeft een grotere druk (in dwarsrichting). Een groter oppervlak staat toe dat je als het ware meer in het touw of in het handvat kunt knijpen (zoals een dik, zacht touw in plaats van een vislijn waaraan je trekt of zoals een priemnaald ook diep kan doordringen met de punt terwijl je hand met weinig kracht duwt). Vasthouden betekent knijpen, of je je daar nu van bewust bent of niet.
De mate van het kunnen trekken, vasthouden en knijpen is ook afhankelijk van het materiaal. Een glad of vettig, of een zeer ruw touw, is in verband met de wrijvingskracht die je middels knijpen gebruikt om het niet uit je hand te laten glijden, veel lastiger vast te houden dan een stroever en zacht touw. Ook maakt het nogal uit hoe breed/dik of smal/dun het touw is. Hoe dunner het touw, hoe groter de druk en hoe meer je moet knijpen om de kracht uit te oefenen. Een touw van 4 cm kan ook 1,3 x zoveel trekken als een touw van 3 cm (4/3).

bitloos hoofdstel rijden sidepull kaptoom optoming les cursus aanleuning

Als je steeds harder aan een touw trekt, dan wordt de spanning steeds groter. Uiteindelijk kan n van deze twee dingen gebeuren:
1.) Het touw knapt. De stof waaruit het is samengesteld kan een grotere kracht niet weerstaan en de stof breekt in stukken. Dat zie je ook als je met een te dun touw een te zware lading probeert te hijsen of verschuiven.
2.) Het materiaal dat het touw vasthoudt (aan vastgebonden is) buigt door. Nu kan de stof waaruit het materiaal is gemaakt niet meer genoeg tegenkracht bieden en "geeft mee". Feitelijk is de kracht te hoog dat er geen weerstand kan worden geboden en dus meebuigt. Het is als een groep kinderen die hand-in-hand staan en de uiteinden van de rij trekken in tegengestelde richtingen. De kinderen houden elkaar vast maar bij een bepaalde trekkracht laten ergens de ineengeslagen handen los en breekt de rij in 2 stukken. Zo gaat dat met het touw ook, die kan de kracht niet meer weerstaan (doordat jij trekt) en buigt mee. Of breekt/knapt dus.

Druk (duwkracht)

Als de kracht op een oppervlak duwt, dan is er een druk op dat oppervlak. De druk is evenredig met het oppervlak omdat druk = (duw)kracht/oppervlak. In de natuurkunde bedoelt men met het begrip 'druk' de drukkracht per oppervlakte-eenheid. Wordt op een oppervlak gelijkmatig een kracht F uitgeoefend, dan is de druk p gegeven door p = F/A;
* p: de druk / pressure (Pa / Pascal)
* F: de kracht / force (N / Newton)
* A: de oppervlakte / area (m / vierkante meter)
Een druk 'p' op een oppervlak 'A' veroorzaakt een kracht 'F = p x A' die loodrecht staat op dat oppervlak.
Druk is een vorm van mechanische spanning die het tegengestelde is van (t)rekspanning. De omrekening is: 1 N = 0,98 kg, of: 1kg = 9,8 N.
Druk is dus de kracht op een oppervlak en wordt in Nederland altijd als kracht/m genoemd. Een kist van 10 kg massa (= 100 N gewicht) met een bodemplaat van 2 m oefent op de grond een druk uit van 100/2 = 50 N/m. Een gelijke kracht op een groter oppervlak geeft een lagere druk en op een kleiner oppervlak geeft een hogere druk.
Daarom heeft een olifant grote platte poten. Zijn hele gewicht wordt op 4 grote poten verdeeld en de grond kan dat aan: de olifant kan staan. Zou je de olifant naaldhakken geven (met een oppervlak op de grond van 1 cm) en laten we die een meter hoog maken, dan zou het dier zijn complete gewicht op 4 x 1cm = 4 cm moeten laten rusten. Het dier zou dwars door de grond prikken en over de complete lengte van de naaldhak in de grond zakken (tot zijn brede platvoeten de grond raken en zijn gewicht weer beter verdeeld wordt).

Oppervlak

Wanneer er met een voorwerp dat taps afloopt kracht wordt gezet, dan is er verschil in oppervlak en dus in druk. Wanneer n uiteinde (A) van 10 cm met een dunner uiteinde (B) van 2 cm op een oppervlak een kracht van 40 N uitoefent, dan komt er op B een druk van 40/2 = 20 N/cm, terwijl er op B een druk van 40/10 = 4 N/cm staat. De druk aan het dunnere uiteinde B is 5 x groter dan aan het dikkere uiteinde. Logisch, want het oppervlak van 10 cm is ook 5 x groter, zodat dezelfde kracht over een 5 x groter oppervlak wordt verdeeld en dus een 5 x kleinere druk heeft.

Dit principe wordt gebruikt bij bijvoorbeeld priemen en naalden. Die hebben bij het handvat een redelijk oppervlak, zodat je het goed kunt vasthouden en flink kracht kunt zetten. Het scherpe uiteinde is heel dun en klein (heel klein oppervlak, zeker bij een scherpe naald is dat een fractie van een mm). De kracht die je op de priem uitoefent, geeft een 'redelijke' druk aan het handvat. Dezelfde kracht wordt nu doorgegeven naar het uiteinde van de priem en de druk wordt enorm veel groter bij de naaldpunt. Daarom kan een naald ook zo goed door stoffen heenkomen waar "botte naalden" (met een groter oppervlak) dat niet kunnen, die hebben een veel kleinere druk op de naald.

bitloos hoofdstel rijden sidepull kaptoom optoming les cursus aanleuning

Een ander voorbeeld. Tussen A en B zit een touw en daarop wordt een kracht gemeten van 40 N. Het uiteinde B is een stijf voorwerp met een bepaald oppervlak. De meting van deze 40 N vindt plaats bij het uiteinde van B. Vanuit A vindt trekkracht plaats en vanuit B vindt duwkracht plaats op het oppervlak waarop B zich bevindt. Is B een vingerkoot, dan is de druk daar groter dan wanneer B een hele arm is. Immers, het oppervlak van de vinger is kleiner dan het oppervlak van de arm. De kracht (F) blijft hetzelfde, maar de druk (F/A) op de arm is klein en op de vingerkoot groot. Bijvoorbeeld: de arm heeft een doorsnede van 10 cm en het vingerkootje van 1 cm, op beide wordt een kracht van 40 N uitgeoefend. Op de arm komt een druk van 40/10 = 4 N/cm en op de vinger komt 40/1 = 40 N/cm. Zelfde kracht, andere druk en een verschil van 10.

Kracht op een massa

Wanneer er een kracht komt op een massa, dan speelt ook de gravitatie (g) mee wanneer je de uiteindelijke druk wilt uitrekenen. De gravitatieconstante is de waarde voor de zwaartekracht en is hier in Nederland 9,81 N (ook wel: de valversnelling is 9,81 m/s^2). Bijvoorbeeld:
Er ligt een steen met een massa van 1 kg op een plankje. De kracht waarmee de steen op het grondvlak duwt, is de zwaartekracht. Op de steen wordt nu een kracht gezet van 60 N. Samen is dit (1 x 9,81 ) + 60 = 69,81 N (7,12 kg). Als je dit wilt doorrekenen naar de druk die er dan op het plankje komt te staan, dan is de berekening als volgt wanneer het drukoppervlak 400 cm is: de druk op het plankje = gewicht steen/oppervlakte + kracht op steen/oppervlakte, dus: 1/400 + 60/400 = 0,003 + 0,015 = 0,018 kg/cm. Of: de kracht die op het plankje wordt uitgeoefend, is 7,12 kg/400 = 0,018 kg/cm.

Deze berekening wordt straks ook gehanteerd in het berekenen van de druk in de mond (bit + teugelkracht) en op de neus (neusriem + teugelkracht).

Ruiter en paard - in de praktijk

Bovenstaande uitleg en voorbeelden zijn ook van toepassing bij ruiter en paard. Bij het paard is het echter allemaal nog wat ingewikkelder dan dat er alleen trek- en duwkrachten plaatsvinden. Er vinden namelijk krachten in meerdere richtingen en op meerdere oppervlaktes plaats en deze krachten zijn ook altijd onderhevig aan bewegingen en het continue veranderen van de krachten. Daarnaast is een bit geen plat voorwerp, maar een rond voorwerp. Omdat een bit rond is, is het oppervlak waarop het bit contact maakt met de lagen maar heel klein, ongeveer 0,3 cm aan beide kanten van de mond. De biomechanische werking van bitten is ook veel ingewikkelder dan slechts een plat, 'dood' voorwerp en het werkelijke effect is ook een stuk 'scherper', en dan hebben we het nog niet eens over extra hefboom-, knijp-, wrijf- en kettingwerkingen van veel bitten en het gewicht van het bit.
Het bit ligt ook nooit volledig stil in de mond; het beweegt door de bewegingen van de ruiter, de hand van de ruiter en de teugel, door bewegingen van het paard zelf, het lichaam (benen, rug, hals, nek), het hoofd, het kaakgewricht en de mond (lippen, tong, kaken) en de vrijwel onzichtbare bewegingen door het continue veranderen van kracht op de teugel. De teugelkracht is namelijk nooit constant.
En tot slot is er vrijwel nooit een gelijke kracht op beide teugels, links en rechts is er altijd een verschil, waardoor deze krachten ook geen gelijkmatige druk in de mond veroorzaken.
Standaard veroorzaakt ieder bit tegengestelde krachten in de mond; ventraal, dorsaal en lateraal.

  • Ventrale krachten die drukken op de gehele onderkaak en in het midden tegen de tong.
  • Laterale krachten die drukken tegen de randen van de onderkaak (de lagen).
  • Dorsaal geleide krachten die drukken tegen het verhemelte, juist wanneer bitten te ruw worden gebruikt of wanneer bitten omhoog bewegen.

De tegengestelde krachten worden ten eerste geleid tegen de kiezen, en vervolgens achterwaarts opgevangen. Vooral de lateraal geleide krachten belemmeren de voorwaartse beweging van het paard. Daarnaast zijn het kaakgewricht, de nek en de wervelverbindingen gebieden waar hoge krachten op komen. In dit artikel wordt de schadelijke impact hiervan niet behandeld.

Trekkracht van de ruiter

De teugel zit vast aan het bit dat in de mond ligt. Wanneer je aan de teugel trekt, dan zie je dat de teugel strak gaat staan. Je trekkracht werkt nu de zwaartekracht tegen (een deel van de teugel komt omhoog). De teugel komt niet 'achter je aan' zoals een loshangend touw dat zal doen of wanneer de teugel niet aan het bit in de mond zou zitten. Er is dus een andere kracht die je tegenwerkt, en dat vindt plaats in de mond van het paard (en ook in het kaakgewricht en de nekwervels, maar we blijven in dit artikel bij de mond om het 'simpel' te houden). Het bit is van stijf materiaal, geeft duwkrachten op diverse oppervlakten in de mond en geeft daar dus druk.
Hoe harder je trekt, hoe groter de kracht op de teugel, hoe groter de druk in de mond. Het is natuurkundig niet helemaal correct, maar je mag losjes stellen dat de spanning in de teugel (teugelkracht) gelijk is aan de (tegen)kracht van de mond. En aangezien dit geen trekkracht is (behalve dan wanneer het paard bijna letterlijk de teugels uit je handen trekt door met z'n hoofd naar beneden of naar voren te duiken), maar ventrale, dorsale en laterale duwkrachten, is de druk van krachten afhankelijk van het oppervlak waar de druk op uitgeoefend wordt.
En ook hier geldt: hoe harder je trekt, hoe groter de spanning/teugelkracht. Ook bij het paard kunnen er uiteindelijk twee dingen gebeuren:
1.) De teugel knapt of het bit of de kaak breekt. De stof waaruit de teugel, het bit of de kaak is samengesteld, kan een grotere kracht niet weerstaan en de stof breekt in stukken. In de praktijk zien we dit niet zo heel vaak gebeuren, aangezien een paard een pijnervaring en een pijngrens heeft die van grote invloed is op het wel of niet accepteren van druk en dus pijn. (Lees hier meer over pijn.)
2.) Het hoofd en de nek van het paard buigen door. Nu kan de stof waaruit de mond en de nek zijn gemaakt niet meer genoeg tegenkracht bieden en "geven mee". Feitelijk is het de niet meer te verdragen kracht (en pijn) waar dan aan toegegeven wordt. De mond, kaken en het nekgewricht kunnen de kracht en pijn niet meer weerstaan en buigen dus maar mee (in de krul rijden tot aan de LDR en Rollkur), of zullen anders breken.

Druk (duwkracht) van het bit

Het bit drukt met diverse krachten op diverse oppervlakten, zoals de kaken (lagen), op de tong, tegen de voorste kiezen en mondhoeken, en dikwijls ook tegen het verhemelte.
Omdat het veel te ingewikkeld is om diepgaand op alle werkende krachten in te gaan, kijken we nu alleen naar de kracht die op de lagen van het paard uitgeoefend wordt. De lagen van het paard zijn heel erg dun en de dikte varieert per paard van 2 tot 8 mm, dus gemiddeld 5 mm. Dit betekent dat de kracht over een zeer klein oppervlak verdeeld wordt, waardoor er een hoge druk ontstaat op de lagen.

Oppervlakte ruiter en paard

Wanneer er met een voorwerp dat taps afloopt kracht wordt gezet, dan is er verschil in oppervlakte en dus in druk. De werking tussen ruiterhand en paardenmond is ook taps afnemend. Het oppervlak van beide handen plus de teugel is groter dan het oppervlak van de lagen plus het bit. (Ook wanneer het bit op de tong drukt, is de mond qua oppervlak kleiner dan het oppervlak van de ruiterhanden; hier komen we later in dit artikel op terug.)

bitloos hoofdstel rijden sidepull kaptoom optoming les cursus aanleuning

bitloos hoofdstel rijden sidepull kaptoom optoming les cursus aanleuning

De ruiterhanden kun je dus zien als het handvat van de priem en de lagen als het dunne uiteindelijk van de priem. Er is dus altijd meer druk in de mond dan in de ruiterhanden. Wanneer het voorwerp waarmee je kracht uitoefent - bijvoorbeeld 40 N op de teugel - taps afneemt van de hand (bijvoorbeeld 4 cm) naar een oppervlak in de mond (bijvoorbeeld 1 cm), dan is er aan beide uiteinden op de teugel dezelfde kracht 40 N, maar waar de 40 N in de ruiterhanden komt (4 cm), is een kleinere druk (40/4 = 10 N/cm) dan waar de 40 N op 1 cm komt (40/1 = 40 N/cm). Deze laatste (de mond van het paard) heeft dus 4 x zoveel druk en zal dus eerder pijn ervaren. En dan hebben we de gevoeligheid van de mond hier nog geheel buiten beschouwing gelaten. (Lees hier meer over gevoeligheid.)

Bovendien is het zo dat je met een brede/dikke en stroeve teugel (en/of handschoentjes met grip) meer kracht kunt zetten dan met een dunne, smalle en gladde teugel (en met blote handen rijdt). Een teugel van 2 cm breed kan ook 2 x zoveel trekken als een teugel van 1 cm breed, waardoor er 2 x zoveel kracht gezet kan worden en dit in bovenstaand rekenvoorbeeld al 80 N/cm druk in de mond veroorzaakt terwijl de ruiterhanden daar qua druk helemaal niets van merken.


Teugeldruk

Met (teugel)druk wordt de hoeveelheid kracht op de teugels bedoeld. Teugelkrachten worden gemeten op beide teugels in stap, draf en galop met behulp van krachtmeters die bevestigd zijn tussen bit en teugel. Deze krachtmeters geven een signaal in millivolt (mV). Via de datalogger worden de gemeten millivolts omgerekend naar kracht (Newton) die vervolgens weer worden omgerekend naar kilogrammen.
Uit de weinige reeds uitgevoerde onderzoeken naar teugelkracht komen verschillende resultaten naar voren. In de onderzoeken Preuschoft (1993, 1999) en Preuschoft et al (1999) gebruikten ervaren ruiters krachten tot 30 Newton in stap (= 3,06 kg) tot 60 Newton in draf (= 6,11 kg) tot 75 Newton in galop (= 7,65 kg) en nam zelfs krachten waar van maar liefst 150 Newton (= 15,3 kg). In een onderzoek van Clayton et al. uit 2005 (uitgevoerd met n paard en n ruiter) bleek de hoogst waargenomen teugelkracht in stap 43 N (= 4,38 kg), in draf 51 N (= 5,20 kg) en in galop 104 N (= 10,6 kg) te bedragen. Uit dit onderzoek kwam onder andere naar voren dat de standaard teugeldruk 2,26 kilo bedroeg, maar wanneer een paard zijn hoofd omhoog bracht, deze druk al gauw opliep tot 13,5 kilo. In een onderzoek van Warren-Smith et al. (2006), lag de gemiddelde teugelkracht tijdens het rijden op 7,4 N (= 0,75 kg).
Tijdens het onderzoek in Nederland (De Cocq 2008) werden teugelkrachten gemeten tijdens het rijden met paarden van verschillend ras, getraind in verschillende niveaus en disciplines, gereden door ruiters van verschillend niveau. De gemeten krachten bedroegen hier als volgt.

 teugelkrachtmetingen 1 teugel op beide teugels **
 minimaalmaximaalgemiddeld minimaalmaximaalgemiddeld
stap1,36 kg5,94 kg2,90 kg 2,7211,885,80
draf lichtrijden1,56 kg6,73 kg3,04 kg 3,1213,466,08
draf doorzitten1,74 kg8,20 kg3,18 kg 3,4816,406,36
galop1,62 kg8,91 kg3,50 kg 3,2417,827,00
** Voor het gemak gaan we er hier en in de berekeningen vanuit dat op beide teugels evenveel kracht staat, iets wat in de praktijk vrijwel nooit het geval is.

Het verschil tussen de door de ruiters zelf geschatte teugelkracht die ze dachten te gebruiken en de werkelijk gemeten teugelkracht was voor de gangen stap, draf lichtrijden, draf doorzitten en galop respectievelijk 1,78 kg, 1,68 kg, 2,03 kg, 1,98 kg (gemiddeld).
Ruiters hebben dus zelf niet in de gaten met hoeveel kracht ze rijden en denken dus dat ze met zo'n 2 kg per teugel (samen 4 kg) minder rijen dan dat ze daadwerkelijk doen.

bitloos hoofdstel rijden sidepull kaptoom optoming les cursus aanleuning teugeldruk

De waarden uit dit onderzoek zijn berekend over 5 paarden die gereden zijn door 26 ruiters. De gevonden maximale teugelkrachten in het huidige onderzoek zijn hierdoor beter onderbouwd dan die van voorgenoemde onderzoeken in 1993, 1999, 2005 en 2006. Vandaar ook dat we deze uitkomsten gebruiken voor de berekeningen die hieronder staan.
In de berekeningen wordt de massa (in gangbare woorden 'het gewicht') van de teugels niet meegenomen, maar die zou je aan beide kanten (dus zowel voor het paard als voor de ruiter) er nog bij op kunnen tellen, waardoor de cijfers nog wat hoger zullen uitvallen.


Druk in de mond

Inwerking bit

De gemiddelde gangbare leren teugel is zo'n 18 mm breed, de teugel neemt in de ruiterhand een oppervlakte in van zo'n 100 mm, dat geeft gezamelijk 1800 mm voor n hand en 3600 mm voor beide handen.
Het trensbit (uitgaande van een basis trensbit zonder extra hefboom-, knijp-, wrijf- en kettingwerkingen, deze variren van 7 tot 18 mm) nemen we op 6 mm dik en beschouwen de vorm van het bit als 'vectormatig plat' (het drukoppervlak van een bit is echter slechts zo'n 3 mm en het werkelijke effect van een bit is - samen met de ronde vorm - dus een stuk scherper; we hebben het drukoppervlak voor het rekengemak dus 2 x groter gemaakt). De lagen waarop het bit inwerkt, nemen we samen 10 mm breed. Als drukoppervlak voor het paard verkrijgen we hiermee 6 mm x 10 mm = 60 mm.
Vervolgens delen we 60 mm op 3600 mm = 60. Dit betekent dat iedere inwerking van de ruiter via de teugels en het bit 60 keer sterker doorkomt oftewel dat het paard 60 keer zoveel druk in z'n mond heeft dan de ruiter in z'n handen.

bitloos hoofdstel rijden sidepull kaptoom optoming les cursus aanleuning teugeldruk

Een andere berekening.
Uitgaande van de gemiddelde teugelkracht van 2,90 kg per teugel in stap krijgen we het volgende:

  • Teugelkracht van 2,90 kg per teugel, dus twee teugels is x 2 = 5,80 kg teugelkracht.
  • Het oppervlak van de ruiterhanden is 3600 mm; 5,80/3600 = 0,0016 kg/mm druk in de ruiterhanden.
  • Het oppervlak van de paardenmond is 60 mm; 5,80/60 = 0,097 kg/mm druk in de mond van het paard.
  • Het verschil tussen 0,0016 en 0,097 is ook hier 60.

Maar, in feite ligt er dan nog niets aan massa in de mond en is het teugelkracht 'op niets'. Dus moeten we het gewicht van het bit meenemen in de berekeningen:

  • Een gemiddeld trensbit weegt 300 gram, dat ligt sowieso al als massa (in kg) in de mond.
  • De druk is nu gewicht bit/oppervlakte + teugelkracht/oppervlakte, dus: 3/60 = 0,05 + 5,80/60 = 0,10 = 0,15 kg/mm oftewel 1,5 kg/cm druk in de mond.
  • Het oppervlak van de ruiterhanden is 3600 mm; 5,80/3600 = 0,0016 kg/mm oftewel 0,016 kg/cm druk in de ruiterhanden.
  • Het verschil tussen 0,016 en 1,5 is 91.

Het paard voelt met een bit met een gemiddelde teugelkracht in stap dus al 91 x meer druk in z'n mond dan de ruiter in z'n handen. En dat is behoorlijk! Kijken we naar de hoogst gemeten teugelkracht in galop (8,91 kg per teugel), dan heeft het paard al een druk in de mond van maar liefst 3,5 kg/cm. En dat bij een 'vriendelijke' ruiter en een 'vriendelijk' beschouwd bit zonder enige beweging/reactie dan ook.

Als we hier ook nog eens een extra hefboomwerking aan toevoegen (zoals het pessoa bit, de liverpool stang, het kimblewick bit, de pelham, de vlinder, de shank snaffle en het port bit), moet de versterking van druk vermenigvuldigd worden met de verhouding van de hefboomwerking. Als we uitgaan van de hefboomwerking met de factor 4, dan heeft het paard in stap bij een gemiddelde teugelkracht al een druk van 4,4 kg/cm in z'n mond en komt de inwerking maar liefst 271 x sterker door in de mond van het paard.

Druk in de mond van het paard bij diverse bitten en druk in beide ruiterhanden.

 druk (kg/cm) in de mond van het paard druk (kg/cm) in de ruiterhanden
 bij een 'nietsdoend' bit bij een bit met hefboomwerking bij stang & trens ongeacht welk bit**
 minimaalmaximaalgemiddeld minimaalmaximaalgemiddeld minimaalmaximaalgemiddeld minimaalmaximaalgemiddeld
stap 1,02,51,5 2,38,44,4 1,65,52,9 0,0080,0330,016
draf lichtrijden1,02,71,5 2,69,54,6 1,86,13,0 0,0090,0370,017
draf doorzitten1,13,21,6 2,811,44,7 2,07,33,2 0,0100,0460,018
galop 1,03,51,7 2,712,45,2 1,97,93,4 0,0090,0500,019
** De druk in de handen van de ruiter ligt bij het rijden met stang & trens its hoger, dit varieert van 0,001 tot 0,013 kg/cm hoger dan bij n bit.

Hier zie je dus dat bij een zwaardere teugelkracht in de galop het paard al een druk van 3,5 kg/cm in de mond heeft liggen. Wanneer de ruiter met bijvoorbeeld een pelham of pessoa bit ook "slechts" een druk van 0,05 kg/cm in de handen heeft tijdens de galop, dan heeft het paard maar liefst een druk van 12,4 kg/cm in zijn mond. Dat is een verschil van maar liefst 250!

Bij het rijden met stang & trens, wanneer de ruiter op z'n vriendelijkst rijdt (de laagst gemeten teugelkracht in stap) en "slechts" 0,008 kg in z'n handen heeft, dan loopt het paard dus al met een druk van 1,6 kg in de mond. Gaat het iets sneller (galop) en "iets" onvriendelijker (zwaarst gemeten teugelkracht), dan heeft de ruiter 0,019 kg in de handen en galoppeert het paard met maar liefst 8 kg per cm in z'n mond!
En toch spreken fanatieke ruiters in termen als "verfijnd en subtiel". Ja logisch; een minieme beweging met de pols of een vinger brengt al zoveel teugelkracht teweeg dat het paard dit onmiddellijk voelt in z'n toch al zo gevoelige mond en wel met reageren.
Hoe kan men nog spreken van "verfijnde" en "subtiele" communicatie met minstens 1,6 kg tot 7,9 kg per cm in de paardenmond. Hoe kan men in de dressuursport streven naar "verfijning" en dit laten samengaan met zoveel mogelijk ijzerwerk in de paardenmond. Paardrijden door middel van deze hoeveelheden kilo's en druk heeft dan ook niets met "verfijnde communicatie" te maken. Integendeel.
In een eerder onderzoek van Warren-Smith et al (2005) geven de auteurs aan dat veel ruiters een onnodige hoeveelheid druk op de mond van het paard uitoefenen tijdens het rijden. Warren- Smith et al (2005): "Wanneer een paard gewend raakt aan een constante hoge druk in de mond, dan wordt de reactie van het paard op deze hulp steeds minder. Wanneer deze hoge druk niet wordt veranderd, kan het paard verschillende ongewenste reacties geven. Dit kan variren van het niet meer goed presteren tot het uiteindelijk niet meer reageren op deze hulpen, met als gevolg dat de ruiter nog meer druk gaat toepassen. Hierdoor komt de combinatie in een vicieuze cirkel terecht."
De paardenmond wordt dus juist ongevoelig gemaakt, waar "fijne hulpen" allang niet meer aan de orde zijn. Wat in feite plaatsvindt in de mond, zijn juist heel vage en zware instructies vol ruis (volgens Clayton is de teugelspanning ook continue wisselend, dus nooit constant, en zijn pieken waar te nemen die optreden in het ritme van het paard z'n gangen, wat het gevolg blijkt te zijn van de bijna onzichtbaar knikkende beweging van het hoofd van het paard). Een perfect voorbeeld van "geleerde hulpeloosheid" dus, in plaats van "verfijnde communicatie".

Wanneer de ruiter flink aan de teugels trekt, zaagt of rukt, kan de kracht in de mond gemakkelijk oplopen tot 250 kilo. Daarbij is het ook nog zo dat een bit niet alleen drukt, maar ook nog knijpt, wrijft, prikt en op de tong drukt. En tot slot niet te vergeten: de enorme gevoeligheid van de mond, waardoor een kleine verhoging van teugelkracht niet alleen al minstens een verdubbeling aan kracht (kg) teweeg brengt, maar ook een enorme impact heeft op de gevoelige lagen en tong; zie onderstaande video waarin dit goed uitgelegd wordt. Er is dus geenszins sprake van "fijn en subtiel" voor het paard.

Je leest en hoort weleens dat wanneer mensen een keer of een (veelal korte) periode zonder bit rijden, dat ze zoveel kracht moeten zetten om bepaalde oefeningen uit te voeren, om het paard "in de krul" te rijden of terug te rijden in tempo of gang. En dat ze al die druk op de neus "zielig" of "onprettig" vinden en daarom een bit als "fijn en licht" ervaren.
Dit wijst er op dat deze ruiters met enorm veel teugelkracht rijden. En die voelen ze nu - zonder bit - in hun eigen handen. Waarschijnlijk rijden ze zonder bit ook met meer teugelkracht dan met bit, simpelweg omdat het paard zonder bit vl minder druk ervaart, maar wel opgeleid is met en gewend is geraakt aan veel druk en hoge krachten (in plaats van zoals het hoort op zit-, been- en energiehulpen). Dan zie je vaak dat deze ruiters terug gaan naar het rijden met bit, zodat al die krachten en die hoeveelheden druk die ze gebruiken, weer terechtkomen in de mond van hun paard, in plaats van in hun eigen handen, en zij weer zo "fijn en subtiel" hun teugel"hulpen" kunnen geven.


Druk op de tong

In de berekeningen van druk en kracht in de mond wordt er van uitgegaan dat het bit op de lagen ligt, wat ook zo is wanneer de tong rustig kan wegzakken in de onderkaak. Wanneer het bit ook op de tong zou liggen, dan zou je kunnen denken dat dit zorgt voor een betere drukverdeling van het bit en dus positief zou zijn. De druk wordt dan inderdaad ook op de tong uitgeoefend en verdeeld, maar dat dit allesbehalve positief is, kun je lezen in het artikel De tong van het paard en ook deze video over de tong van het paard maakt veel duidelijk:

Ter vergelijk hieronder een berekening van druk en kracht op de tong. Ook hier gaan we uit van een zelfde basis trensbit zonder extra hefboom-, knijp-, wrijf- en kettingwerkingen van 6 mm dik en 12 cm breed. Het gedeelte van de tong waar het bit op ligt, is dan ook 12 cm (120 mm) breed. Als drukoppervlak voor het paard verkrijgen we hiermee 6 mm x 120 mm = 720 mm.
In deze berekeningen zijn de druk en kilo's voor de ruiter (vanzelfsprekend) hetzelfde als in de voorgaande berekeningen.

 een 'nietsdoend' bit op de tong een hefboombit op de tong druk (kg/cm) bij stang & trens
 druk (kg/cm) druk (kg/cm) druk (kg/cm)
 minmaxgem minmaxgem minmaxgem
stap 0,080,210,12 0,190,700,36 0,230,870,44
draf lichtrijden0,090,230,13 0,220,790,38 0,260,980,46
draf doorzitten 0,090,270,13 0,240,950,40 0,281,180,48
galop 0,090,290,14 0,221,030,43 0,271,280,53

Druk op de neus

Inwerking neusriem (bitloos)

De teugel neemt in de ruiterhand een oppervlakte in van zo'n 100 mm, dat geeft gezamelijk 1800 mm voor n hand en 3600 mm voor beide handen.
De neusriem van een gemiddelde gangbare leren sidepull is zo'n 20 mm breed en heeft een omvang van links naar rechts over de neusbrug van zo'n 360 mm lang. Als drukoppervlak voor het paard verkrijgen we hiermee 20 mm x 360 mm = 7200 mm. Vervolgens delen we 7200 mm op 3600 mm = 0,50.
Dit betekent dat iedere inwerking van de ruiter via de teugels en de neusriem 0,50 keer sterker doorkomt oftewel dat het paard 0,50 keer zoveel druk op z'n neus heeft dan de ruiter in z'n handen.

bitloos hoofdstel rijden sidepull kaptoom optoming les cursus aanleuning teugeldruk

Een andere berekening.
Uitgaande van de gemiddelde teugelkracht van 2,90 kg per teugel in stap krijgen we het volgende:

  • Teugelkracht van 2,90 kg per teugel, dus twee teugels is x 2 = 5,80 kg teugelkracht.
  • Het oppervlak van de ruiterhanden is 3600 mm; 5,80/3600 = 0,0016 kg/mm druk in de ruiterhanden.
  • Het oppervlak van de paardenmond is 7200 mm; 5,80/7200 = 0,001 kg/mm druk op de neus van het paard.
  • Het verschil tussen 0,0016 en 0,001 is ook hier 0,50.

Maar, in feite ligt er dan nog niets aan massa op de neus en is het teugelkracht 'op niets'. Dus moeten we het gewicht van de neusriem meenemen in de berekeningen:

  • Een gemiddelde leren neusriem weegt 250 gram, dat ligt sowieso al als massa (in kg) op de neus.
  • De druk is nu gewicht neusriem/oppervlakte + teugelkracht/oppervlakte, dus: 2,5/7200 = 0,0003 + 5,80/7200 = 0,0008 = 0,0012 kg/mm oftewel 0,012 kg/cm druk op de neus.
  • Het oppervlak van de ruiterhanden is 3600 mm; 5,80/3600 = 0,0016 kg/mm oftewel 0,016 kg/cm druk in de ruiterhanden.
  • Het verschil tussen 0,012 en 0,016 is 0,72.

Het paard voelt met een neusriem met een gemiddelde teugelkracht in stap dus 0,72 x meer druk op z'n neus dan de ruiter in z'n handen.
Kijken we naar de hoogst gemeten teugelkracht in galop (8,91 kg per teugel), dan heeft het paard een druk op z'n neus van slechts 0,028 kg/cm.

Als we hier een extra hefboomwerking aan toevoegen (zoals de hackamore), moet de versterking van druk vermenigvuldigd worden met de verhouding van de hefboomwerking. Als we uitgaan van de hefboomwerking met de factor 4, dan heeft het paard in stap bij een gemiddelde teugelkracht een druk van 0,036 kg/cm druk en komt de inwerking 2,22 x sterker door op de neus van het paard.

Druk op de neus van het paard en druk in beide ruiterhanden.

 druk (kg/cm) op de neus bij een sidepull druk op de neus bij een hackamore druk in de ruiterhanden
 minimaalmaximaalgemiddeld minimaalmaximaalgemiddeld minimaalmaximaalgemiddeld
stap 0,0070,0200,012 0,0190,0690,036 0,0080,0330,016
draf lichtrijden0,0080,0220,012 0,0210,0780,037 0,0090,0370,017
draf doorzitten 0,0080,0260,012 0,0230,0950,039 0,0100,0460,018
galop 0,0080,0280,013 0,0210,1020,042 0,0090,0500,019

Hier zie je dus dat met een sidepull bij een zwaarder teugelkracht in de galop het paard een druk van 0,028 kg/cm op de neus heeft liggen.
En dat bij een neusriem met een hefboomwerking (hackamore) het paard een druk van ruim 0,102 kg/cm op de neus heeft liggen.
Deze 0,102 kg/cm is overigens net zoveel druk als bij een 'vriendelijk nietsdoend' bit in draf lichtrijden bij een minimaal gemeten teugelkracht (en dus vriendelijke ruiter). Dit betekent dat een onvriendelijke ruiter met een hackamore in stap net zoveel druk veroorzaakt bij het paard als een vriendelijke ruiter met een 'nietsdoend' bit in draf.

Wanneer je nu kijkt naar de verschillen in druk op de neus van het paard en in de handen van de ruiter, dan valt op dat het verschil bij een sidepull maar heel weinig is. De kracht wordt over een groot oppervlak verdeeld en dat maakt het een heel stuk aangenamer voor het paard. Je kunt je voorstellen dat bijvoorbeeld een kruislings hoofdstel nog meer kracht verdeelt, namelijk ook langs de kaken, wangen en achter de oren, en dat er door het paard dus nog minder druk ervaren wordt dan bij een sidepull.
Een hackamore daarentegen vermeerdert de kracht op de neus enorm, terwijl de kracht in de handen van de ruiter hetzelfde blijft (zoals dat ook het geval is bij een bit met hefboomwerking). Wanneer de ruiter met een hackamore slechts 0,05 kg in de handen heeft tijdens de galop, dan heeft het paard 0,102 kg per cm op zijn neus. Dat is ongeveer het dubbele. Daarom valt het mechanisch systeem zoals de hackamore ook niet in de categorie "vriendelijk bitloos", omdat de inwerking qua kracht overeenkomt met de inwerking van een bit met hefboomwerking. Blijft natuurlijk wel het feit dat er bij een hackamore veel minder druk is (namelijk 0,102 kg/cm) dan bij een pessoa, shank, pelham en dat soort bitten meer (namelijk 12,4 kg/cm) n dat de neus minder kwetsbaar en minder gevoelig is dan de mond, zoals dat op deze pagina nader uitgelegd wordt.


Druk bit en bitloos vergeleken

Inmiddels heb je behoorlijk wat informatie gelezen en getallen voorbij zien komen. Duidelijk is wel dat een bit aanzienlijk meer kracht en druk veroorzaakt dan een neusriem van een bitloos hoofdstel.
Laten we nu een "vriendelijk/nietsdoend" bit en een vriendelijke neusriem ook eens met elkaar vergelijken.

 druk (kg/cm)in de mond bij een 'nietsdoend' bit druk (kg/cm)op de neus bij een sidepull
 minimaalmaximaalgemiddeld minimaalmaximaalgemiddeld
stap 1,02,51,5 0,0070,0200,012
draf lichtrijden1,02,71,5 0,0080,0220,012
draf doorzitten 1,13,21,6 0,0080,0260,012
galop 1,03,51,7 0,0080,0280,013

En een bit met hefboomwerking (pessoa, pelham, shank en dergelijke) vergeleken met een neusriem met hefboomwerking (hackamore).

 druk in de mond (kg/cm) bij een hefboombit druk (kg/cm) op de neus hackamore druk in de ruiterhanden
 minimaalmaximaalgemiddeld minimaalmaximaalgemiddeld minimaalmaximaalgemiddeld
stap 2,38,44,4 0,0190,0690,036 0,0080,0330,016
draf lichtrijden2,69,54,6 0,0210,0780,037 0,0090,0370,017
draf doorzitten 2,811,44,7 0,0230,0950,039 0,0100,0460,018
galop 2,712,45,2 0,0210,1020,042 0,0090,0500,019

Tot zover de cijfers.
Wanneer je nu denkt "Ik geloof er niets van": je kunt het zelf allemaal narekenen.
Of wanneer je denkt "Het valt allemaal wel mee, zo erg is het heus niet": zou jij een uurtje kunnen sporten of dansen met minstens 6 kg in je mond, oplopend tot maar liefst 95 kg, en met een ruwe actie of slechte/hardhandige trainer of danspartner zelfs met 250 kg in je mond? Zou jij er dan nog plezier en ontspanning aan beleven, denk je?
En als je van jezelf vindt dat je een erg vriendelijke ruiter bent en niet met de teugelkrachten rijdt zoals ze in het onderzoek naar voren zijn gekomen: realiseer je dan dat alle ruiters dit waarschijnlijk van zichzelf vinden, ok de 26 ruiters die meededen aan het onderzoek naar teugelkracht en van wie we nu de uitkomsten hebben gebruikt.
Realiseer je goed dat je met aangenomen teugels ("contact/verbinding") hoe dan ook met teugelkracht rijdt en dat je je paard daarmee belast. Terwijl jij "lekker verfijnd en subtiel met bit rijdt", is je paard continue bezig met het ontlopen of accepteren van druk, kracht en pijn en blijft hij ondertussen zijn uiterste best doen om jou en je hulpen te begrijpen en wegwijs te worden in wat er eigenlijk van hem verwacht wordt.
Wees je er ook van bewust dat deze hoeveelheden intens inwerken in de gevoelige mond van je paard!

Adviezen / tips

  • Allereerst het meest vanzelfsprekende advies: ga bitloos paardrijden. Laat het bit eruit en ga op zoek naar een vriendelijk bitloos hoofdstel.
    Vriendelijk is dat de neusriem minimaal 2 cm breed is, het liefst van zacht, soepel leer is of is voorzien van zacht, dik onderlegmateriaal en ook hoe dikker hoe vriendelijker.
  • Neem dunne en liefst ook gladde teugels. Je hebt gelezen dat hoe dikker, breder en stroever, hoe meer grip, hoe meer kracht je (onbewust) kunt en zal zetten, zonder dat je dit zelf in je handen voelt.
  • Rijd zonder handschoenen, want ook deze geven houvast en grip en zorgen voor meer teugelkracht. Terwijl jij je handen beschermt tegen deze grote hoeveelheden druk, voelt je paard het vele malen meer, intenser en pijnlijker in de mond. Wees eerlijk en rijd met je blote handen. Krijg je blaren of wondjes? Dan heeft je paard hoogstwaarschijnlijk ng dikkere 'blaren' en wondjes in z'n mond.
  • Rijd je paard niet in de krul en ga op zoek naar een instructeur die absoluut tegen krachtinwerking via de teugels is en jou leert rijden op een zachte, geduldige, eerlijke, respectvolle en bewuste manier.
  • Gebruik je teugels niet als 'rem en stuur', maar gebruik je houding, zit, energie en focus om met je paard samen te werken. Heb je geen idee hoe dit moet en kan je huidige instructeur je hier niet bij helpen, volg dan de online cursus Mt je paard rijden. Deze cursus omvat alle basis aspecten die essentieel zijn bij het rijden. Zowel in theorie (uitleg en achtergrondinformatie) als in de praktijk (veel oefeningen en opdrachten) ga je aan de slag, samen met je paard.
  • Blijf deze website bezoeken tot je je er cht van bewust bent wat het rijden met bit voor het paard betekent en je geen twijfel meer hebt over de overstap naar bitloos.
  • Zoek contact en aansluiting met mensen die deze weg al bewandeld hebben; zij kunnen je stimuleren om je weg te te blijven volgen.

Gerelateerde blogs


Krachten en teugeldruk is een blog van Bitloos Paardrijden.
Auteur: Petra Mensink, d.d. 30 oktober 2011.
Copyright 2011 Bitloos Paardrijden, all rights reserved.

Wil je beginnen met bitloos paardrijden en heb je allerlei vragen, twijfels en zorgen over de rem, het stuur en controle? En wil je graag zonder bit heerlijk ontspannen en in wederzijds vertrouwen genieten van jullie buitenritten? Maak dan een goede start met de Bitloos Paardrijden starterskit! Klik op de button en ontdek hoe jij de beste start kunt maken en jouw paard nooit meer een bit in hoeft!
bitloos