bitloos paardrijden petra mensink PMC bitloos hoofdstel cursus les

Bitloos Paardrijden

Kennisbank - Online Academy - Webshop PMC bitloos


Gebitslijtage en botschade door bitgebruik

Archeologische onderzoeken

Tijdens diverse archeologische onderzoeken zijn bevindingen gedaan omtrent het bitgebruik, gebitslijtage en botschade bij paarden.
Hier vind je enkele samenvattingen.

Dental exam corrals early equestrians

Een archeoloog keek een gegeven paard in de mond en liep weg met het eerste solide bewijs dat mensen ongeveer 6.000 jaar geleden paarden domesticeerden en bereden, veel eerder dan door veel onderzoekers in Amerika en Europa werd aangenomen.
"Paardrijden was de eerste belangrijke vernieuwing in het menselijke landtransport, voorafgaand aan de uitvinding van het wiel ongeveer 500 jaar geleden", vertelde David W. Anthony of Hartwick College in Oneonta, N.Y. aan Science News.
Onderzoekers schatten de aanvankelijke domesticatie van paarden op ongeveer 4.000 jaar geleden in Eurasia, gebaseerd op historische afbeeldingen waarop paarden te zien zijn in de militaire cavalerie. Indirecte gevolgen van domesticatie - zoals plotselinge terugname van botomvang - veronderstelt dat dit het resultaat is van biologische stress als gevolg van het gebruik door de mens - ondersteunen deze zienswijze ook.
Maar het berijden van paarden dateert uit de prehistorie, betoogde Anthony op de vergadering van de Internationale Raad voor Archeologen in Washington D.C.. Zijn argument is gebaseerd op de analyse van microscopische tandheelkundige functies die zich ontwikkelen wanneer een bit - het deel van een hoofdstel dat in een paardenmond wordt geplaatst - tegen de kiezen wrijft/schuurt als het paard wordt bereden.

Vorig jaar verleende de Oekraïense Academie van Wetenschappen Anthony en zijn collega Dorcas R. Brown toegang tot paardenoverblijfselen van een plaatsje in de Sovjet Oekraïne, genaamd Dereivka. Hier bevinden zich vier radioactieve isotopen van koolstof zijnde 6.000 jaar oud.
Van bijzonder belang voor Anthony en Brown was de 'hengst van Dereivka', bestaande uit de schedel, onderkaak en voorbeen van een volwassen paard, begraven met twee honden en verscheidene keramische mensenbeeldjes. De Hartwick onderzoekers namen afgietsels van beide onderste tweede premolaren - gevestigd in de kaak - en bestudeerden deze onder een elektronenmicroscopische scan (een driedimensioneel beeld op een kathodestraalbuis) op de Cornell Universiteit in Ithaca N.Y..
De hengst van Dereivka werd duidelijk bereden, zegt Anthony. Beide premolaren zijn aan de voorkant afgeschuind en klein emailbreuken verschijnen in effen, gepolijste gebieden op de zijkanten en voorkant van de kiezen. In de afgelopen drie jaar hebben de onderzoekers deze eigenschappen ook op de kiezen aangetroffen van levende paarden die bereden werden, maar nooit bij wilde paarden. De versleten, ruwe flarden op de voorhistorische kiezen suggereren dat de ruiters een bit van touw gebruikten.

Een Canadese dierenarts nam enkele jaren geleden de eerste stappen richting het analyseren van het bit in de mond, gebruikmakend van röntgenfoto's van bitten in de paardenmonden, om aan te tonen dat het paard altijd het bit vastpakt tussen de eerste en tweede premolaar, vertelt Anthony. In hun eigen studies namen Anthony en Brown afgietsels van premolaren van gedomesticeerde paarden die met metalen bitten werden bereden en van een kleine groep wilde paarden, waarvan de meesten illegaal waren gedood door veeranch-eigenaren in Nevada en door staatsambtenaren aan de onderzoekers werden verstrekt.
Terwijl de hengst van Dereivka in essentie dezelfde gebitslijtage vertoont zoals dat ook aangetroffen werd bij levende, gedomesticeerde paarden, tonen vier andere premolaren van de Oekraïnepaarden geen slijtage door het bit. Deze premolaren werden gevonden in kleine hopen van huisvuil, wat suggereert dat inwoners van Dereivka wilde paarden hebben gegeten.
Anthony en Brown onderzochten ook paardengebitten van verscheidene nabijgelegen plaatsen die tot 23.000 jaar terug dateren, maar vonden geen tekenen van bitgebruik.
Het originele artikel is te vinden via deze link en dateert van 1990.

Horse domestication traced to ancient central Asian culture

De bewoners van Botai (centraal Azië) waren jager-verzamelaars die maanden of jaren in grote nederzettingen leefden. Hun cultuur duurde van 5.600 tot 5.100 jaar geleden. Onderzoekers hebben lang verondersteld dat ze gedomesticeerde paarden bereden om op wilde paarden te jagen en dat ze alleen wilde paarden aten, en geen andere domesticeerde dieren hadden of gewassen aten. Afgeslachte paarden die op vier plaatsen van Botai zijn gevonden, laten twee veelbetekenende tekenen van domesticatie zien: slanke onderbeenbeenderen zoals die van latere gedomesticeerde paarden, en kiezen die versleten zijn door bitten, zegt een team dat door archeoloog Alan Outram van de Universiteit van Exeter Engeland werd geleid.

Het onderzoekersteam van Outram vergeleek 18 onderbeenbeenderen van Botai-paarden, die in 2005 en 2006 werden opgegraven, met overeenkomstige beenderen die reeds door anderen bij nabijgelegen plaatsen werden opgegraven, de circa 5.000 jaar oude Tersek-cultuur. Vergelijkingen werden ook gemaakt tussen beenbeenderen van moderne en 3.000 jaar oude gedomesticeerde paarden en van wilde Siberische paarden die meer dan 20.000 jaar geleden leefden. Paarden van Botai toonden de vrij slanke benen van gedomesticeerde dieren. De benen van de Tersek-paarden leken meer op die van wilde paarden.
Bovendien vertoonde een kies van een Botai-paard diepe, parallelle groeven die ook typisch op de kiezen van gedomesticeerde paarden worden waargenomen die met bitten worden bereden, zegt Outram. Bitten kunnen eveneens minder opvallende tandslijtage op twee andere Botai-paarden veroorzaakt hebben. Bewijs van botschade en hergroei bleken op de kaken van vier Botai-paarden waarbij bitten of optomingen over het tandvlees gewreven zouden hebben.
Het bewijs van bitgebruik dat door het team van Outram wordt beschreven, is interessant, maar preliminair, volgens Anthony en Brown. Onderzoekers debatteren nog over andere waargenomen tekenen van bitschade op de kiezen van Botai-paarden, die door Anthony en Brown in 1989 zijn gemeld, of dat deze schade uit natuurlijke oorzaken zouden kunnen voortgevloeid zijn.

schade wonden lagen kaken voorste kiezen bitseats paard bitgebruik

Het originele artikel was te vinden via www.sciencenews.org en dateert van maart 2009.
In maart 2009 heeft BBC News een nieuwsitem gepubliceerd over deze archeologische onderzoeken: Horses tamed earlier than thought.

Gebruik van bitten

Uit: Bendry, Robin (2007), "New methods for the identification of evidence for bitting on horse remains from archaeological sites", Journal of Archaeological Science 34 (7): 1036–1050. doi:10.1016/j.jas.2006.09.010:
The presence of bit wear suggest that a horse was ridden or driven, and the earliest of such evidence from a site in Kazakhstan dates to 3500 BCE. Because horses can be ridden and controlled without bits by using a noseband or a hackamore, and such tools are used even today, the absence of bit wear on horse teeth is not conclusive evidence against domestication, but such materials do not produce significant physiological changes nor are they apt to be preserved for millennia.

Bitgebruik veroorzaakt fysiologische sporen in gebit en kaakbot, die 5.000 jaar later nog geconstateerd kunnen worden.

schade wonden lagen kaken paard bitgebruik

Bevindingen en conclusies

Archeologische onderzoeken betreffen onderzoeken naar het vroege domesticatieproces. Archeologen willen onder andere weten of de paarden waar ze overblijfselen/skeletten van gevonden of opgegraven hebben, wel of niet gedomesticeerd waren in die tijd, of dat het wilde paarden waren. Om tot bepaalde conclusies te kunnen komen, hebben ze ook paarden van nu onderzocht; zowel wilde als gedomesticeerde c.q. niet-bereden en bereden paarden, en deze met elkaar te vergelijken. Het geeft feitelijke informatie over wat een archeoloog aan een skelet kan zien met betrekking tot het gebruik van het betreffende paard. Dergelijke onderzoeken zijn volstrekt neutraal wat bitgebruik betreft en staat volledig buiten de ruiterwereld. Archeologen onderzoeken alleen wat men aan het skelet kan zien om informatie uit archeolgische vondsten te kunnen halen.

Er is een aantal heldere verbanden tussen het berijden van een paard en fysiologische veranderingen die aan het skelet gezien kunnen worden. Sporen van bitgebruik op kaak en gebit is hier één van. Op basis van wat men nù aan skeletten van paarden waarneemt, kijkt men of men dat ook bij 7.000, 5.000, 3.000 jaar oude paardenskeletten kan zien. Wanneer bij kaken en kiezen van paarden die in een 5.000 jaar oud graf gevonden zijn dezelfde sporen te zien zijn als bij paard van nu, dan weet men dat dit paard toen ook met bit bereden werd.
Een archeoloog kan dus zien dat er bij bepaalde 'vroegere' paarden sporen zijn van bitgebruik (slijtageplekken in het kaakbot en op de voorste kiezen), hetgeen in de wetenschap gebruikt wordt als indicatie dat het paard dus gedomesticeerd was en bereden werd met een bit.

Nou zou men kunnen denken dat vroegere paarden die geen schade van bitgebruik vertonen, wellicht ook wel met bit gereden zijn, maar dat de schade bij deze paarden gewoon niet meer zichtbaar is of dat het bit bij dergelijke paarden geen schade aangericht heeft, of dat deze paarden bitloos bereden werden en de eventuele schade hiermee (bijvoorbeeld op de neus) niet meer zichtbaar is.
Deze veronderstelling is echter onjuist. Gegeven is dat schade aan bot en gebit zich niet herstelt en altijd zichtbaar blijft (het cumuleert). Dit betekent dat, mòchten vroegere paarden bitloos bereden zijn en mòchten de bitloze optomingen schade op de neus aangericht hebben, dan zou die schade - net als de schade door bitgebruik - hoe dan ook nog steeds op de skeletten zichtbaar moeten zijn. Schade op het neusbot is echter nooit aangetroffen, schade op het kaakbot en het gebit daarentegen wel.
Toch zullen vroegere paarden ook bitloos bereden zijn, met name in de tijd voordat het bit uitgevonden was. (Archeologen kijken dus - wanneer zij willen weten of de vroegere paarden gedomesticeerd waren en bereden werden - niet alleen naar slijtagesporen door het bit, maar ook naar bijvoorbeeld de ruggenwervels.)

Schade aan het neusbeen zou te zien moeten zijn wanneer daar ook werkelijk schade is ontstaan, namelijk:
De kaak is bedekt met tandvlees, de neusrug is bedekt met huid. Tandvlees en huid herstellen. Onder het tandvlees ligt bot, onder de huid over de neus ligt ook bot. Sterker nog: de neusrug heeft tevens een stuk kraakbeen. Kraakbeen beschadigt veel gemakkelijker dan bot en schade aan kraakbeen is - net als bij schade aan bot - ook blijvend zichtbaar. Archeologen constateren wel botschade op plaatsen waar het bit ligt (kaken en gebit), maar niet op de neusrug. En dit is een verschil dat voortvloeit uit het verschil in inwerking tussen bit en bitloos.

Conclusie is dus dat bitgebruik fysiologische schade veroorzaakt (op het kaakbot en gebit) en dat bitloos geen fysiologische schade veroorzaakt (op het neusbot). Deze conclusie kan men trekken op basis van vergelijkingen met paarden anno nu.
De vorm en afmetingen van de vroegere bitten komen verder overeen met de huidige variatie van bitten. Er is maar bar weinig veranderd.

Schade door bitgebruik - veterinair onderzoek uit 2009

Wanneer gedragsproblemen met rijpaarden ontstaan, zullen de eigenaren ongetwijfeld zoeken naar oplossingen. Maar veel paardeneigenaren denken er niet aan om hun paard in de mond te kijken om het antwoord te vinden. Volgens recentelijke onderzoeksresultaten kan het bit de oorzaak zijn van meerdere gedragsproblemen en aandoeningen dan de eigenaren tegenwoordig erkennen.
W. Robert Cook, FRCVS, PhD, heeft in 2009 een onderzoek afgerond waarin hij 66 gedomesticeerde paardenschedels vergeleken heeft met de schedels van 12 wilde paarden uit de verzameling van vier Amerikaanse musea, om de verschillen in de structuren te onderzoeken in het gebied waar het bit contact maakt met de schedel.
Een schedel met 5-puntse gradaties is gebruikt om de bit-geïnduceerde botsporen op de lagen van de mond te documenteren; gradatie 1 is normaal en gradatie 5 is het meest abnormaal. (Botsporen zijn vergoeiingen op de lagen van de mond.) De voorste kiezen in de onderkaak zijn het snelst te beschadigen, omdat deze kiezen het dichtst bij de plek van het bit zitten, dus het aantal waargenomen schade aan de kiezen was gebaseerd op deze kiezen.
De belangrijkste bevindingen van het onderzoek zijn:

  • 62% van de gedomesticeerde paardenschedels hadden botsporen op de lagen in de mond;
  • 61% van de gedomesticeerde paardenschedels vertoonden erosie van de voorste kiezen in de onderkaak;
  • 88% van de gedomesticeerde paardenschedels toonden bewijs van bot- of gebitsschade;
  • naarmate de gradatie van botsporen opliep van 1 tot 5, liep de veelvuldigheid van gebitsschade ook op; en
  • in geen enkele schedel van de 12 wilde paarden zijn botsporen of gebitsschade aangetroffen.

Cook geeft aan dat wanneer gedragsproblemen bij rijpaarden ontstaan, dat eigenaren en trainers in overweging moeten nemen dat het bit de oorzaak kan zijn, samen met andere mogelijke oorzaken. Hij voegt hier aan toe dat een dierenarts of een paardentandarts schade door het bit kan aantonen.
Cook merkte op: "Er is een eenvoudige manier voor een eigenaar om uit te vinden of het bit de oorzaak is of kan zijn voor een specifiek gedragsprobleem: probeer een bitloos hoofdstel en kijk of het gedrag van het paard verbetert."
Het onderzoek "Damage by the bit to the equine interdental space and second lower premolar" is gepubliceerd in februari 2011 in Equine Veterinary Education. Het artikel is hier online te lezen (hiervoor moet je wel toegang hebben tot de bibliotheek).

Slijtage door het bit

Huidige paardentandartsen en gebitsverzorgers constateren met regelmaat slijtageplekken op het tandvlees en op de eerste kiezen, waarbij het vermoeden is dat deze door het bit veroorzaakt zijn. Steeds vaker worden dan ook de zogenoemde 'bitseats' gemaakt, wat inhoudt dat zo'n beetje driekwart van de eerste kiezen wordt weggevijld en afgerond om te voorkomen dat het bit tegen de kiezen drukt, klappert, schuurt, tikt of wrijft.
Het is ook niet voor niets dat bitten vrijwel altijd vol krasjes zitten (bekijk je eigen bit maar eens); dat geeft toch ook te denken, nietwaar.

Stukje bitloos geschiedenis

De eerste domesticatie van het paard gebeurde ongeveer 5.000 jaar geleden. Paarden werden hoofdzakelijk gehouden voor het vlees en de melk en nauwelijks voor het rijden. De eerste pogingen om het paard te berijden, vonden waarschijnlijk plaats rond 3.000 jaar v. Chr.. De ruiters beschikten over een koord om de hals van het paard en stuurden met een stok. De daaropvolgende fase zou een simpel halster zijn waar teugels aan werden vastgemaakt (een vroege vorm van een sidepull).
Archeologen vermoeden dat de neusriem is uitgevonden door Sumeriërs in Mesopotamië (het huidige Irak in het gebied tussen de rivieren Eufraat en Tigris) tussen de 18e en 17e eeuw v. Chr.. Dit was een riem die om de paardensnuit sloot boven de mond en neusgaten, waarbij druk werd uitgeoefend op het neusbeen. Een lus van een riem die om de onderkaak over de tong werd gelegd, kan de voorloper zijn geweest van het bit.

De oorspronkelijke Amerikaanse inlandse bevolking die het paard domesticeerden, maakten gebruik van een lus van gevlochten leer, paardenhaar, touw of ander materiaal, die om de gehele snuit of alleen om de onderkaak (in de vorm van een bit) van het paard lag en en met één teugel werd bediend.
Voor oorlogsvoering werd het paard eerst ingezet voor de wagen (ergens in de 8ste eeuw v.Chr.) en pas veel later (circa 1700 v.Chr.) werd het gebruikelijk om vanaf de paardenrug te vechten. Tekeningen van bereden paarden komen zelden vroeger voor dan 700 v.Chr..

Ridgeway gebruikt in zijn boek 'Origin and Influence of the Thoroughbred' een illustratie waar op aangespannen paarden in Egypte worden afgebeeld die worden gereden met een bitloos hoofdstel (circa 1321 - 1300 v.Chr.), waarbij twee teugels aan de neusband zijn bevestigd. De bovenste teugel lijkt een soort bijzetteugel te zijn en de menner houdt de onderste teugel vast.
Er bestaat een afbeelding uit de 6de eeuw v.Chr. (Boeotië, Midden-Griekenland) die een kar laat zien in een bruidsstoet, getrokken door een paar muildieren. De menner heeft alleen zijn zweep als controle over de dieren.
Een Attische vaas uit de vroege 5e eeuw v.Chr. in het Museum of Fine Arts in Boston (U.S.A.) laat een zorgvuldig getekende Griekse ezel zien die een last draagt op een houten pakzadel. De ezel draagt een halster en het halstertouw zit aan de ene kant vast aan het pakzadel en aan de andere kant aan de kinriem. Wat op dit getekende halster te zien is, zijn twee gekruiste kaakriemen die lopen vanaf een punt hoog op de kaak net boven de buitenste ooghoek en eindigen aan een metalen ring die aan weerszijden van de neusriem zit. Dit was de voorloper van het huidige kruislingse hoofdstel.

bitloos hoofdstel rijden sidepull kaptoom optoming les cursus aanleuning

Wil je zonder bit rijden?

Heeft dit onderzoek je aan het denken gezet? En wil jij je paard niet meer met een bit rijden?
Laat mij je dan helpen om bitloos verder te gaan met je paard.

paard bit schade mond paard bitloos tandarts paardenmond

Ook interessant


Deze samenvatting is een artikel van Bitloos Paardrijden.
Auteur: Petra Mensink, d.d. 16 oktober 2009.
Copyright ©2009 Bitloos Paardrijden, all rights reserved.

Wil je beginnen met bitloos paardrijden en heb je allerlei vragen, twijfels en zorgen over de rem, het stuur en controle? En wil je graag zonder bit heerlijk ontspannen en in wederzijds vertrouwen genieten van jullie buitenritten? Maak dan een goede start met de Bitloos Paardrijden starterskit! Klik op de button en ontdek hoe jij de beste start kunt maken en jouw paard nooit meer een bit in hoeft!
bitloos