bitloos paardrijden petra mensink PMC bitloos hoofdstel cursus les

Bitloos Paardrijden

Kennisbank - Online Academy - Webshop PMC bitloos


Het paardengebit

Paarden worden geboren met een paar melktanden en kiezen, namelijk de eerste 2 melktanden zowel onder als boven (binnen-veulentanden), de tweede 2 melkkiezen zowel onder als boven (premolaren, binnen-veulentanden) en de derde 2 melkkiezen zowel onder als boven (ook premolaren, binnen-veulentanden).
Op de leeftijd tussen de 6 en 30 dagen komen er 4 snijtanden door, namelijk de eerste 2 snijtanden zowel onder als boven (midden-veulentanden). Op de leeftijd tussen de 6 en 8 weken komen er weer 4 snijtanden door, namelijk de tweede 2 snijtanden zowel onder als boven (midden-veulentanden). Op de leeftijd tussen de 6 en 8 maanden komen de laatste 4 snijtanden door, namelijk de derde 2 snijtanden zowel onder als boven (buiten-veulentanden).
Tegen de tijd dat het paard 1 jaar is, heeft het een set van 24 tanden en kiezen; 12 snijtanden en 12 premolaren.
Tegen de leeftijd van 2 jaar zijn alle melktanden volledig doorgekomen.
Tegen de tijd dat het paard 3 jaar is, zijn ook de molaren (permanente kiezen) doorgekomen. Het paard heeft nu een complete set van 36 tanden en kiezen; 12 snijtanden, 12 premolaren en 12 molaren.

De voortanden van het paard (snijtanden) worden gebruikt om tijdens het grazen voedsel te pakken en af te snijden. De kiezen (premolaren en molaren) vermalen het voedsel in kleine deeltjes terwijl het met speeksel wordt gemengd.
De tanden en kiezen van een paard zijn behoorlijk lang en het grootste gedeelte van de tand en kies ligt ingebed in de kaak. De tanden en kiezen groeien continue door naarmate het paard ouder wordt; afslijten van de tanden, en met name de kiezen, is dus noodzakelijk. Tegen de tijd dat het paard ongeveer 20 jaar is, is er nog maar weinig van de tanden en kiezen ingebed en uiteindelijk zullen de tanden en kiezen uit gaan vallen.

bitloos hoofdstel rijden sidepull kaptoom optoming les cursus aanleuning gebit paard

De kaak bestaat uit vier kaakhelften: rechtsboven, linksboven, rechtsonder en linksonder. Iedere kaakhelft bestaat uit:
nrs. 1 t/m 3: 3 snijtanden; T1 = binnentand, T2 = middentand, T3 = buitentand
nr. 4: haak-, hengsten- of ruinentand (HT)
nr. 5: wolfskies
nrs. 6 t/m 8: premolaren; kiezen die gewisseld worden, de P1, P2 en P3)
nrs. 9 t/m 113: molaren; kiezen die niet gewisseld worden, de M1, M2 en M3

Wisselen

Een paard wisselt tussen zijn derde en zesde jaar zijn melkgebit in voor het blijvende gebit; dit wisselen gaat van voren naar achteren. Langzaam maar zeker lossen de wortels van de melktanden en -kiezen op bij het doorkomen van de nieuwe. Soms blijven die melkkiezen als "doppen" op de nieuwe zitten. Dat geeft een paard overlast.
Rond 2-jarige leeftijd beginnen de wortels van de permanente derde en vierde premolaren zich te ontwikkelen en begint het bot van de onderkaak zich aan 't hervormen en bereidt zich voor op de tandverlenging. Het bot over deze wortels is vrij dun en de wortels kunnen gemakkelijk worden beschadigd. Tijdens het ontwikkelen van de wortels kunnen tevens bulten ontstaan, voelbaar als bobbels onder de kaak, ook wel eruption bumps genoemd. Dit maakt het hele gebied in de onderkaak enorm gevoelig.
Permanente, volwassen tanden beginnen de tijdelijke melktanden te vervangen wanneer het paard ongeveer 2,5 jaar is. De twee binnenste snijtanden (nrs. 1) zijn volledig doorgekomen op de leeftijd van 3 jaar. De tweede set binnenste snijtanden (nrs. 2) verschijnt bij circa 3,5 jaar en is volledig doorgekomen op 4-jarige leeftijd.
De hoeksnijtanden (nrs. 3) komen door op de leeftijd van 4,5 jaar en zijn volledig doorgekomen bij 5 jaar.
Hengsten, ruinen en soms ook merries ontwikkelen rond hun vierde en vijfde jaar in iedere kaakhelft (zowel boven als onder) de vier haaktanden (nrs. 4), ook wel de hengsten- of ruinentanden genoemd. Het doorkomen van die hengstentanden kan net zo pijnlijk zijn als het doorkomen van de eerste tandjes bij baby's. Soms blijven ze steken onder het tandvlees, wat zelfs voor ontstekingen kan zorgen en zal het gespannen vlees door een dierenarts moeten worden opengesneden.
Wanneer het paard goed en wel 5 jaar is, heeft het een volledig gebit met 36 tot 40 permanente elementen (de 40 zijn inclusief de 4 hengstentanden).

Kwetsbare periode

Deze hele wisselperiode maakt een jong paard behoorlijk overgevoelig in zijn mond. Naast het wisselen op zich, gebeurt er namelijk nog meer in de jonge paardenmond. Bij veel jonge paarden zie je dat het rooster gaat hangen, waardoor het in hebben en vooral ook het inwerken van een bit erg pijnlijk is. Daarnaast hebben jonge paarden tijdens het wisselen vrijwel altijd scherpe haken op de kiezen; dit ontstaat omdat de boven- en onderkiezen die op elkaar staan en elkaar in evenwicht houden, niet tegelijkertijd gewisseld worden. In feite is de mond constant in beweging, waarbij de kiezenrijen tijdens het wisselen nooit mooi op elkaar aangesloten staan. Hierdoor vindt een slechte tot geen afslijting plaats, met als gevolg scherpe randen (haken) op de kiezen, wat erg pijnlijk is wanneer deze in de wangen en/of tong gedrukt worden tijdens het eten en rijden (straks meer over haken).
Wordt een paard juist in deze kwetsbare periode t/m rond het 5e jaar beleerd, dan is er dus altijd sprake van ongemak en pijn bij het paard. Er wordt een kies gewisseld, een dop komt niet goed los, een wolfskiesje komt door of is los gaan zitten, hengstentanden komen door, het rooster is gaan hangen, de wortels van de kiezen zijn aan 't ontwikkelen, het onderkaakbeen is zich aan 't hervormen èn er zitten haken op de kiezen. Dat is nogal wat, vooral wanneer er tijdens deze periode rijtechnische zaken gevraagd worden van het jonge paard waar hij simpelweg nog niet klaar voor is. Het kan dus heel goed zijn dat het paard bitproblemen gaat krijgen die op latere leeftijd soms niet meer te verhelpen zijn (beschadigingen, trauma's, overgevoeligheid, aversie, angst etc).

veulentand

1e binnenveulentand is gewisseld

gebit wisselen paard

twee gewisselde premolaren

gebit wisselen paard

gewisselde veulentand, getrokken wolfskiesje en gewisselde premolaar

Wolfskiezen

Sommige paarden ontwikkelen rudimentaire premolaren (overblijfselen van de evolutie), de wolfskiezen genoemd, aan de voorkant van de kiezenrij (meestal in de bovenkaak, soms ook in de onderkaak en soms maar aan één kant). Deze kiezen hebben geen functie. Aangenomen wordt dat ze ontstaan rond de leeftijd van 6 maanden. Soms ontwikkelt de wolfskies wel, maar groeit dan niet door tot boven het tandvlees. Ze worden gemakkelijk in het tandvlees teruggedrukt, en dus onzichtbaar, wanneer het paard bijvoorbeeld op harde voorwerpen kauwt of door de druk van het bit.
De wolfskiezen kunnen het beste verwijderd worden, aangezien ze enorm gevoelig zijn bij aanraking en daarmee veel problemen kunnen veroorzaken door het rijden met een bit. Dit verwijderen moet wel vakkundig gebeuren; omdat ze over het algemeen klein zijn, kunnen ze gemakkelijk afbreken. Ook de restanten van de wortel kunnen problemen geven. Het afknippen van de wolfskiesjes is dan ook zeer onverstandig.
Er kan ook sprake zijn van "blinde wolfskiezen", waarbij het kiesje niet is doorgebroken, maar meestal wel duidelijk voelbaar is (een bultje onder het tandvlees). Deze kunnen ook juist problemen veroorzaken, aangezien de stand van de blinde wolfskies er voor zorgt dat er een 'driehoek' ontstaat waardoor deze altijd zeer pijnlijk door het bit geraakt wordt.

Canines zijn haak-, hengsten- of ruinentanden; op de foto rechts zie je hoe klein een wolfskiesje is

Haken

De onderkaak is smaller dan de bovenkaak en sluit dus niet perfect op elkaar aan. Ook de onderkaakkiezen zijn smaller dan de bovenkaakkiezen. Hierdoor liggen de onderste kiezenrijen dichter bij elkaar dan bovenste kiezenrijen. De buitenranden van de bovenste kiezen en de binnenranden van de onderste kiezen liggen daardoor in rust 'vrij' (maken geen contact met elkaar).
De onderkaak beweegt ten opzichte van de bovenkaak naar voren als het paard het hoofd naar beneden beweegt of de hals buigt, en de onderkaak beweegt ten opzichte van de bovenkaak naar achteren wanneer het paard het hoofd omhoog brengt of de hals strekt.
Tijdens het eten maakt het paard een malende beweging tijdens het kauwproces, waardoor de tanden en kiezen elkaar dan wèl raken en daardoor ook kunnen slijten. Dit malen gaat of over links of over rechts met zijwaartse beweging, met tegelijkertijd een voor- en achterwaartse beweging van de onderkaak. Voor dit malende kauwproces is structuurrijk voer (ruwvoer, hooi, gras) essentieel, omdat het paard goed moet kauwen en malen om het te kunnen verteren.

gebit paard
haak op achterste molaar

Bij onvoldoende structuurrijk voer zal het paard minder malen en kauwen en zullen de bovenste buitenranden en de onderste binnenranden elkaar onvoldoende tot niet raken en dus nauwelijks slijten. Hierdoor ontstaan scherpe randen. Deze randen noemen we haken en kunnen in de binnenkant van de mond snijden (in het wangslijmvlies aan de bovenzijde en in de tong aan de onderzijde). Ook belemmeren de haken in de onderkaak in z'n voor- en achterwaartse beweging, waardoor het paard belemmerd wordt in zijn bewegingen van hoofd en hals. Daarnaast zorgen haken er voor dat het paard het voedsel niet (meer) voldoende kan kauwen. Dit alles zal leiden tot verdere complicaties. Door het paard meer structuurrijk voer te geven, en/of deze randen regelmatig weg te raspen, voorkom je verdere problemen.

Een interessante video over de schedel en het gebit vind je hier.

Problemen met het bit

Zoals je zult begrijpen wanneer je bovenstaande tekst leest, kunnen er gedurende de wisselperiode (t/m het 5e jaar) behoorlijk wat bitproblemen ontstaan. Het doorkomen en wisselen van tanden maakt de paardenmond namelijk super gevoelig. Ruiters dienen hier dus goed rekening mee te houden wanneer het jonge paard zich tijdens het (in)rijden "verzet". Het is dan geen kwestie van 'lastig of dwars zijn' en is dus ook geen 'moeten wennen', 'moeten accepteren' of 'het paard erdoorheen helpen' niet aan de orde. Het paard geeft slechts uiting aan ongemak of pijn en het is aan de ruiter om daar naar te luisteren en te handelen. Lees hierover meer op de pagina Verzet bij het paard.

Te laag inhangend bit

Een van de bitproblemen dat vaker voorkomt dan men denkt, is het te laag inhangen van het bit. Een bit dient ongeveer een duimbreedte voor de voorste kiezen te liggen. Ligt het lager, dan zal het bij ruinen en hengsten makkelijk tegen de hengstentanden aanklapperen, wat voor paarden erg pijnlijk is. Maar paarden met een korte mondspleet hebben met hoog ophangen een probleem, omdat dan het bit de mondhoeken erg ver optrekt. Omdat het bit vaak niet voldoende hoog kan worden ingebracht, bestaat het risico dat het paard zijn tong over het bit gaat gooien. Hij kan dan bij dat laaghangende bit zijn tong makkelijker naar achteren trekken, waardoor hij genoodzaakt is zijn tong erover te gooien om de pijn van het bit te vermijden.
In geval van een korte mondspleet moet men kiezen voor een zo dun mogelijk bit en het liefst een ongebroken trens. Dan is er niet die V-vorm van de verder naar voren op de tong liggende gebroken trens en is er met de ongebroken trens wat extra ruimte. Of liever nog, kies je voor géén bit.

Geen bit

Veel eigenaren van paarden zullen nooit het voordeel tot zelfs de noodzaak inzien om een paard zonder bit te gaan rijden. Toch zijn er genoeg redenen te bedenken om dit wèl te gaan doen, zoals je in het voorgaande verhaal, en tevens in mijn blog Zo hard of zo zacht als de ruiterhand, kunt lezen.

Ik benadruk met name het belang van bitloos (in)rijden van jonge paarden, in ieder geval t/m de leeftijd van 5 jaar. Zonder het paard ook maar één keer in de mond te hoeven hinderen, kun je hem heel fijn alle hulpen aanleren. Daarmee voorkom je veelal pijn, stress, onbegrip en ook een stuk defensiviteit bij een paard. Als het vertrouwen en de gehoorzaamheid opgebouwd is, kan het paard op de juiste leeftijd leren wennen aan een bit, indien men dat dan alsnog zou willen.

Ga zorgvuldig om met de emoties van je paard. Neem het verzet serieus en ga op zoek naar oplossingen (zoals bitloos) in plaats van middelen om het verzet te onderdrukken.

Gerelateerde blogs


Het paardengebit is een blog van Bitloos Paardrijden.
Auteur: Petra Mensink, d.d. 3 september 2009.
Copyright ©2009 Bitloos Paardrijden, all rights reserved.

Wil je beginnen met bitloos paardrijden en heb je allerlei vragen, twijfels en zorgen over de rem, het stuur en controle? En wil je graag zonder bit heerlijk ontspannen en in wederzijds vertrouwen genieten van jullie buitenritten? Maak dan een goede start met de Bitloos Paardrijden starterskit! Klik op de button en ontdek hoe jij de beste start kunt maken en jouw paard nooit meer een bit in hoeft!
bitloos