bitloos paardrijden petra mensink PMC bitloos hoofdstel cursus les

Bitloos Paardrijden

Kennisbank - Online Academy - Webshop PMC bitloos


Themanummer Bitloos in magazine BIT, editie 171 2009

Is magazine BIT bitloosdeskundig?

Het thema in paardenmagazine BIT editie 171 (september 2009) is 'Bitloos'. Dit thema-artikel bevat zoveel onjuiste en misleidende informatie, dat ik het noodzakelijk vind om via deze pagina de lezers van BIT te wijzen op de manken in het artikel en hen van de juiste informatie te voorzien. Ook hoop ik hiermee alle vragen die naar aanleiding van deze editie bij mij binnen zijn gekomen, beantwoord te hebben.

In de inhoudsopgave op pagina 4 wordt de lezer voorgehouden dat de redactie uitgebreid in dit thema is gedoken. Ik blader verder en op pagina 43 begint het thema.
Het voorwoord over bitloos begint met een verwijzing naar de enquête die vanaf april 2009 online via horses.nl ingevuld kon worden. Volgens de redactie is deze enquête door duizend mensen ingevuld. Echter, in het gehele artikel is er niets over de enquête terug te vinden.

Bitloze hoofdstellen getest en besproken

Indeling van de systemen
Op de volgende pagina begint het artikel 'Bitloze hoofdstellen getest en besproken'. De redactie heeft drie 'fanatieke bitruiters' "alle" bitloze systemen laten uittesten (niet 'alle' systemen, want onder meer het Merotisch hoofdstel en het onderlangs systeem ontbreken), waarna deze door hen en door 'overtuigd gebruikers' van de hoofdstellen worden besproken.
Er is gereden met het kingekruist systeem, het mechanisch systeem, het kaakgekruist systeem (zowel met nylon als met lederen kaakband), het zijdelings systeem (hoofdstel genoemd), het gecombineerd systeem en het zijdelings systeem (halster genoemd).
Als je even verder bladert, zie je ook dat de redactie deze onderverdeling heeft gemaakt als zijnde de basis systemen: zijdelings, kingekruist, kaakgekruist, mechanisch, halster en gecombineerde systemen. Deze basisindeling is onjuist. Er is geen enkel verschil tussen het zijdelings systeem hoofdstelmodel en het zijdelings systeem halstermodel. Het enige verschil is het materiaal, maar waarom zou een leren hoofdstel een hoofdstel heten en een kunststof hoofdstel een halster? Het gaat immers om het systeem en de (in)werking ervan, en laat dat nou bij beide materialen hetzelfde zijn. Andere systemen kunnen ook van kunststof zijn (zoals de kaakgekruiste hoofdstellen) en ook die heten nog steeds hoofdstel in plaats van halster. Verder wordt het merotisch systeem hier het kingekruist systeem genoemd (wat op zich prima is, aangezien de merotische systemen - op de Meroth zelf na - geen bladveer hebben).
Sidepull - Dually halster
Bij het zijdelings systeem halstermodel is het Dually halster van Monty Roberts getest en besproken. Het Dually halster is géén hoofdstel maar een trainingshalster! Roberts geeft aan dat je ook met dit halster kunt rijden, maar dat hij daar nièt voor bedoeld en echt een trainingshalster is. Wat de redactie nu gedaan heeft, is het Dually halster neerzetten als zijnde 'zijdelings systeem halstermodel' c.q. sidepull. Dus alles wat in dit artikel over de sidepull (halstermodel) gezegd wordt, gaat niet over de sidepull, maar over het Dually halster. Dit is zeer kwalijk! Nogmaals, het Dually halster is geen rijhalster maar een trainingshalster. Bovendien is de Dually vanwege z'n scherpe inwerking zo uniek in zijn soort, dat deze absoluut niet model kan en mag staan voor de sidepull an sich.

De ervaringen

Druk
Als ik de ervaringen van de drie 'nieuwe' ruiters lees (zij hadden dus nog niet eerder bitloos gereden), dan kom ik tot de conclusie dat deze bitruiters gewend zijn om met behoorlijk veel druk op de teugels te rijden. Genoemd wordt "alleen maar druk op de neus", "constante druk op de neus", "de hoeveelheid druk op de neus", "constante druk op zijn hoofd" en "zoveel druk op de neus". Deze ruiters zijn overduidelijk in de veronderstelling dat druk op de teugels samengaat met en noodzakelijk is voor nageeflijkheid. Zie bijvoorbeeld de uitspraken "Er blijft een constante druk op de neus, daardoor was mijn paard niet nageeflijk" en "Druk snel laten afvloeien is lastig en daarom krijg ik hem moeilijk nageeflijk". Blijkbaar realiseren deze ruiters zich niet dat diezelfde druk dus altijd in de mond aanwezig is wanneer ze met bit rijden en dat er met bit nóóit de release is waar ze nu zonder bit opeens zo prat op gaan.
Nageeflijkheid
Ook realiseren ze zich blijkbaar niet dat nageeflijkheid niets met de voorkant te maken heeft. Nageeflijkheid komt vanuit een actieve en goed ondertredende achterhand, aangespannen buikspieren, een ontspannen en 'bolle' rug en een ontspannen hals die vanzelf - als gevolgd dus! - mooi buigt en het hoofd automatisch - vanzelf dus! - iets voor de loodlijn komt. De hals wordt dus nièt in een valse knik getrokken en er is dus géén druk in de mond, op de neus of rond het hoofd voor nodig. Integendeel, druk op de teugels, het hoofd naar de borst trekken (in de krul), forceren, de boel op slot zetten enzovoorts is zéér verwerpelijk en bovendien schadelijk voor het paard. Alle ruiters zouden dit moeten weten. Het is heel gemakkelijk om aan het bitloos te wijten dat ze hun paard niet nageeflijk aan 't lopen kunnen krijgen, maar dat lopen ze dan blijkbaar met bit ook niet en is er slechts sprake van een valse knik. Het niet nageeflijk lopen is een rijtechnische tekortkoming van de ruiter en nièt van bitloos, omdat nageeflijkheid dus niet aan de voorkant bewerkstelligd wordt. Dat het forceren met druk op de teugels met bit wel lukt om het paard in de krul te rijden en zonder bit niet, zegt genoeg over de pijnlijke werking van het bit en geeft tevens aan dat er nog veel werk ligt voor de betreffende (en vele andere) ruiters.
Zit- en beenhulpen
Slechts één ruiter gaf aan dat ze ervaarde dat ze zonder bit niet kon 'smokkelen' met de hand, maar met zit- en beenhulpen moest rijden. Terwijl de ervaren bitloze ruiters allemaal aangeven dat ze zonder bit meer en vooral met hun zit en benen moeten rijden. Dit geeft dus aan dat de betreffende bitloze ruiters wel met zit en been rijden en dat de betreffende drie bitruiters voornamelijk met hun handen (teugels) rijden.
Zijdelings systeem (halster)
Ik benadruk nog maar eens dat het hier nièt over het zijdelings systeem c.q. de sidepull an sich gaat, maar over het Dually halster.
Genoemd worden "de bewegende neusriem" en "het losse touwtje over de neus". Deze aspecten zijn inderdaad typerend voor de Dually, maar nièt voor de sidepull.

Bitloos rijden op niveau

Een interview met de Duitse amazone Monika Lehmenkühler met als subtitel "Een bit is niet noodzakelijk voor rijtechnische prestaties".
Dit is een goed interview waarin Monika uitlegt zoals het is. Een paar citaten:
"Dat een bit nodig is om rijtechnisch iets te presteren, is een misvatting. Het vraagt wel om een goede rijtechniek." Ze stelt ook dat bitloos rijden ook gezien kan worden als een test van bekwaamheid voor een ruiter, omdat het meer inlevingsvermogen en techniek vergt. Verder noemt ze als voordeel dat bij bitloos rijden de druk beter over het paardehoofd verdeeld wordt. Ook kaart zij nog even het 'van voren naar achteren rijden' aan, waarbij ze aangeeft dat een paard pas nageeflijk kan lopen als er vanuit de achterhand over de rug wordt gereden en dat dit niets te maken heeft met het hoofd in en starre positie dwingen.
Bij het interview geeft Monika vier goede tips voor bitloos rijden op niveau en wordt een melding gedaan over haar boek "Anspruchsvoll gebisslos reiten", wat helaas Duitstalig maar wellicht de moeite waard om aan te schaffen is.

Bitloze systemen onderzocht

Op pagina 60 begint het artikel waarin twee osteopaten de verschillende systemen onder de loep nemen.
Zijdelings systeem (sidepull)
De sidepull is hier door de osteopaten redelijk correct besproken. Het klopt dat de neusriem van de sidepull hoger moet liggen dan dat de NVBP aangeeft, maar dat geldt - vind ik - voor de neusriemen van alle hoofdstellen (zie mijn blog De juiste ligging van de neusriem).
Dubieus is echter wat ze zeggen over het eventuele schuiven van het hoofdstel. "Als je zo'n ruiter bent die aan de ene kant meer druk in de hand heeft dan aan de andere kant, dan schuift het hoofdstel over het hoofd. Dat is belastend voor de huid." Wat deze laatste opmerking betreft, zou ik zeggen "Hierdoor wordt de ruiter zich bewust van zijn/haar ongelijke teugeldruk, zodat hij/zij kan leren met gelijke teugeldruk te rijden". Dàt is namelijk een goed uitgangspunt, en nièt de constatering dat de sidepull vervelend kan zijn voor de huid. Verder is het ook nog zo dat wanneer ruiters met bit met ongelijke teugeldruk rijden, er een ongelijke drukverdeling in de mond van het paard bestaat (zie ook BIT nr. 170, zelfs geïllustreerd met röntgenfoto's). Positief aan de sidepull is dus dat ongelijke teugeldruk onmiddellijk zichtbaar is en de ruiter hieraan kan werken. Dit in tegenstelling tot het rijden met een bit, waarbij de ruiter zich dus helemaal niet bewust is van die ongelijke belasting in de mond c.q. op de lagen! Daarbij is een zwaar metalen bit dat over de gevoelige lagen, tong en mondhoeken schuift een flink stuk pijnlijker voor het paard dan een halster dat over de neus schuift.
Dubieus is ook de laatste uitspraak over de sidepull, namelijk "Voor het paard is het verschil tussen eenzijdige of druk van twee teugels moeilijk te voelen." Dit is absoluut niet waar. Een paard voelt een vlieg op z'n vacht. Een beweging met één of twee teugels is dus heel subtiel door het paard te ervaren, en als ruiter dien - en kun - je dus uitermate subtiel met je paard communiceren met de minste geringste teugelaanwijzing.
Mechanisch systeem (hackamore)
De hackamore wordt hier correct besproken. Wel jammer dat ze hierbij niet de vergelijking hebben gemaakt met de hefboomwerking (scharen) van een bit en de inwerking daarvan in de mond.
Kaakgekruist systeem
Het kruislings systeem wordt hier vrijwel volledig onjuist besproken. Het begint al bij de tweede zin: "Door de kruising gaat het paardenhoofd naar rechts als je de linkerhand aanneemt. En vice versa." Dit is grote kolder; hoe het kruislings systeem wèl werkt, kun je lezen op de pagina Het kruislings systeem.
"De druk is volgens de leverancier vergelijkbaar met het constante contact met de mond tijdens het rijden met bit. Het punt waar de druk komt, verschilt echter (kaak versus tong)." Nu weet ik niet wie deze leverancier is geweest, maar ik mag aannemen dat bedoeld wordt dat er met dit hoofdstel op dezelfde manier gereden kan worden als met een bit, dat de hulpen hetzelfde zijn en dat er met continue aanleuning gereden kan worden.
Dan deze zin: "Maar dit nylon kan snijden en branden." Dergelijke koorden snijden en branden alleen wanneer je zo'n koord heel hard heen en weer haalt over de huid. Je zult als ruiter dus behoorlijk moeten zagen om dit snijden en branden voor mekaar te krijgen. Maar dat lukt sowieso met dit hoofdstel niet, omdat zowel het hoofdstel zelf als de koorden heel stabiel om het paardenhoofd liggen. Het is dus onmogelijk om hiermee de snijden en te branden in de huid van het paard; de bewegingen zijn daar simpelweg te miniem en subtiel voor.
Tot slot wordt beweerd dat dit systeem druk zet op het kaakbot, op de bovenste kauwspier, op de neus en op de atlas, en dat de koorden of bandjes dicht in de buurt liggen van een slagader en grote bloedvaten. Druk op de bovenste kauwspier is niet mogelijk met dit hoofdstel; zoals je in het artikel Anatomie van het paardenhoofd kunt lezen, loopt de kauwspier van de bovenkant van het hoofd achter de kaak langs en gaat de onderkaak binnen bij de buitenronding. Hier lopen de koorden of bandjes van het kruislings hoofdstel niet langs. Het 'dicht in de buurt' is een loze en suggestieve uitspraak; er ligt wel meer 'in de buurt van' en zolang er geen inwerking is op deze slagader en bloedvaten, heeft het dus geen betekenis dit te benoemen. Als belangrijkste vergeten ze te vermelden dat de koorden of bandjes geen directe druk uitoefenen op de genoemde delen, aangezien het hoofd altijd nog voorzien is van huid en vacht (zie ook mijn blog Druk in de mond versus druk op de neus / rond het hoofd). Bovendien wordt de druk via de teugels bij dit hoofdstel goed en gelijkmatig over het gehele hoofd verdeeld; dit in tegenstelling tot de druk van het bit dat in de mond voor enorme puntdruk zorgt (wat dus veel pijnlijker is). Zie verder ook mijn artikel Teugeldruk.
Voor een eerlijke vergelijking zouden ze eveneens de druk van het bit in de mond moeten benoemen, alsmede de zenuwen die daar lopen, de dunne lagen die daar zitten, het dunne en gevoelige mondslijmvlies waar het bit op drukt, de tong die inwerking te verduren krijgt, etcetera, maar dit laat de redactie achterwege.
Kingekruist systeem
Bij de bespreking van het kingekruist systeem staan foto's van de LG-Zaum. Een behoorlijke misser dus, waardoor de lezer misleid kan worden. Er wordt beweerd dat de kingekruiste bandjes als een strop werken. Dit is onmogelijk. Een stropwerking bestaat uit een schuivende knoop in de vorm van een lus. Wanneer er kracht in de lus komt, vindt een eenzijdige verschuiving in de knoop plaats waardoor de lus kleiner wordt en gaat 'stroppen'. Het kingekruiste systeem is géén lus en heeft géén knoop. Als ruiter kun je de teugels aannemen waardoor de bandjes strakker om de snuit komen te liggen, maar stroppen is geenszins aan de orde.
"Omdat ook hier het hoofd naar links gaat als je de rechterteugel aanneemt, moeten ruiter en paard wel even wennen." Wederom geheel onjuist; zie mijn eigen beschrijving op de pagina Het merotisch systeem en ook de werking van Het kruislings systeem.
Er wordt een nog grotere denkfout gemaakt: "Je kunt hiermee veel kracht op de onderkaak zetten. Je trekt dan de ringetjes waar de teugels aan vastgemaakt zitten naar elkaar toe. Dus je krijgt een soort van notenkrakerseffect." Dit is natuurkundig gezien gewoonweg onmogelijk. Bij een notenkrakereffect heb je het over een hefboomwerking, waarbij de hefbomen - van een onbuigzaam materiaal - de kracht vergroten via een draaipunt (hefboomwet: kracht x afstand). Het hoofdstel heeft geen hefbomen en bestaat slechts uit flexibele leren riempjes; ooit een walnoot kunnen kraken met twee broekriemen? De enige juiste en mogelijke inwerking van dit systeem in de knijpwerking van eigen kracht, niets meer en niets minder. Verder is het helemaal niet mogelijk om de ringetjes waar de teugels aan zitten naar elkaar toe te halen; hoe zou je dit als ruiter moeten doen? Dan zou je je handen onder de hals van het paard moeten leggen, dus moet je al voorover gaan liggen en je armen zodanig om de hals leggen dat je handen elkaar raken om daar op dat punt de ringetjes naar elkaar toe te halen. Grote kolder dus!
Tot slot de opmerking dat het hoofdstel goed moet passen (de juiste maat moet hebben), omdat de ringetjes anders pijn kunnen doen, is ook weer zo'n suggestieve kreet. Natúúrlijk moet het hoofdstel passen, zoals elk hoofdstel (en ook elk bit) goed passend moet zijn.
Gecombineerd systeem
Hier wordt de LG-Zaum oftewel de glücksrad besproken. Bij mij valt dit hoofdstel onder het mechanisch systeem, aangezien er altijd wel enige hefboomwerking is. En hier staan dan foto's van het kingekruiste systeem bij, waardoor de lezer ook hier misleid kan worden.
Opvallend is dat bij deze bespreking opeens de nadruk gelegd wordt op de juiste ligging van de neusriem. Ik vind dit namelijk bij àlle systemen belangrijk.
Dan deze uitspraak: "Je trekt de ring al snel tegen een kies aan. Als het paard haken op de kiezen heeft, dan trek je aan de binnenkant van de mond de huid tegen de kies kapot." Dames osteopaten, dit gebeurt dus altijd tijdens het rijden wanneer het paard haken heeft!
Zijdelings systeem halster
Ook hier gaat het nièt over het zijdelings systeem an sich, maar over het Dually halster, een trainingshalster dus. Het was duidelijker geweest als ze deze ook als zodanig hadden benoemd, zoals ze de LG-Zaum ook bij naam genoemd hebben. Nu klopt van de hele bespreking van de sidepull 'halstermodel' dus helemaal niets meer. De bevindingen "Het halster is een zijdelings systeem waarbij een touw over de neus van het paard loopt.", "Dit halster zit los om het hoofd", "Zodra je de teugels loslaat, ontstaat een probleem: de band zakt meteen heel laag over de neus" en "Verder schuift het halster makkelijk van links naar rechts over het hoofd" gaan dus uitsluitend op voor het Dually trainingshalster en nièt voor de halstermodellen zijdelings systeem! De lezer wordt dus volledig op het verkeerde been gezet met deze bespreking.

Conclusies van de BIT-redactie

Op pagina 67 doet de redactie zelf nog een soort van nawoord. Ze beginnen met te vertellen dat duizenden mensen de enquête op horses.nl hadden ingevuld. Ik had in juli al eens geïnformeerd naar de verwerking van alle respons en de uitkomsten hiervan, waarna mij medegedeeld werd dat de belangrijkste conclusies van de enquête in de volgende uitgave van BIT zouden komen te staan; deze betreffende editie dus. Toch lees je hier - ondanks de duizenden reacties - helemaal niks over terug. Geen resultaten, geen statjes en geen conclusies. De hele enquête is dus zinloos geweest en al die duizenden respondenten hebben hun tijd en moeite dus verspild. Ik denk maar zo dat bitloos dusdanig positief uit de enquête is gekomen, dat ze dat liever maar niet vertellen.*)
In het hele verhaal blijft de redactie 'keurig' in het midden, wat op zich, vanuit commercieel oogpunt bekeken, begrijpelijk is, maar uiteindelijk heeft de lezer hier helemaal niets aan.

Mijn conclusie

Het thema 'Bitloos' is in deze editie incorrect en onvoldoende uit de verf gekomen. Er zijn foutieve uitspraken gedaan, er zijn uitspraken gedaan zoals "Het kàn zeer doen àls", het Dually halster is neergezet als zijnde het zijdelings systeem 'halstermodel' en er zijn onjuiste conclusies getrokken. De redactie pretendeert uitgebreid in dit thema te hebben gedoken, maar heeft blijkbaar alle essentiële en juiste informatie naast zich neergelegd.
Natuurlijk vind ik het prima dat op een dermate kritische manier naar bitloze hoofdstellen gekeken is, maar doe dat dan grondig en gedegen en zouden ze dat bovendien ook eens met bitten moeten doen. Van elk hoofdstel wordt beschreven waar het mogelijk pijnlijk inwerkt op het hoofd van het paard, maar het wordt tijd dat dit ook eens van bitten wordt beschreven. Voor een goed vergelijk tussen bit en bitloos - iets waar de lezer veel meer aan heeft dan een eenzijdige en ondeskundige beschrijving van bitloos - zouden ze op een zelfde manier de inwerkingen van bitten moeten bekijken, beoordelen en beschrijven.
Verder missen we de uitslag van de enquête waar destijds veel reclame voor is gemaakt en waar we met z'n allen erg naar uit keken.*)
Daarbij ontstaat natuurlijk een heel vreemd beeld van het thema wanneer men deze door mensen, die geen enkele ervaring met het thema hebben, als recensent laat optreden, zoals hier is gebeurd. Dat is net zoiets als iemand die haar hele leven alleen maar met dressuurzadels heeft gereden, een westernzadel geven en haar daar een recensie over te laten schrijven. Een goede recensent zou zich in het onderwerp verdiepen en een flinke tijd ervaring met westernzadels opdoen alvorens een recensie te schrijven. Maar iemand met veel haast en eventueel ook enige scepsis of aversie tegen westernzadels, zou het zadel snel even uitproberen, nog sneller tot de conclusie komen dat het 'niets is' en er een negatieve recensie over schrijven waarin ook nog eens tal van fouten staan en essentiële zaken ontbreken. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat dit laatste is gebeurd, gezien de vele fouten die in de artikelen staan.
Het enige goede artikel in deze editie vind ik het interview met Monika Lehmenkühler op pagina 54 t/m 57.
*) Nadat deze webpagina online is gegaan, is diezelfde dag laat in de middag alsnog de uitslag van de enuqête online gezet. Deze uitslag was hier te lezen en is ook weer offline gehaald.

"Workshop" tijdens Horse Event

Tot zover het thema 'Bitloos' in editie 171 van 2009, die vanaf vrijdag 4 september in de winkel verkrijgbaar was.
En wat schetst vervolgens mijn verbazing: op dinsdag 8 september kwam ik dit bericht tegen:
Workshop bitloos paardrijden in Bokt-lounge Horse Event.
"Het thema bitloos paardrijden komt volop aan bod tijdens Horse Event in Deurne. Zondag 13 september geeft Bit-hoofdredacteur Marjan Tulp samen met gediplomeerde osteopaten Martine Burgers en Mariëlle Kamhorst in de Bokt-lounge een workshop over het onderwerp. De workshop heet Druk op het paardenhoofd en gaat over de druk die verschillende bitloze optomingen op het paardenhoofd geven."
Is de hoofdredacteur opeens bitloos-deskundige geworden? Alsmede de twee osteopaten die alleen maar foutieve en suggestieve bevindingen doen? Mensen die geen enkele basiskennis hebben van, laat staan ervaring hebben met het bitloos rijden? De systemen onjuist onderverdelen, onjuist beschrijven, onjuiste conclusies trekken, foto's verwisselen en zelfs een bepaald trainingshalster neerzetten als zijnde het zijdelings systeem? Bizar...!
Nederland is twee instituten op het gebied van bitloos rijk, namelijk het project Bitloos Paardrijden en de NVBP. Zij hebben alle ervaring, kennis en informatie in huis. En nu gaat de redacteur van dit thema-artikel de bezoekers van Horse Event 'voorlichten' over bitloos, wat een blamage.
Het geeft wel weer aan dat deze website van Bitloos Oaardrijden onontbeerlijk is om de mensen van juiste informatie en voorlichtinh te voorzien. En ik heb dan ook besloten deze webpagina vanaf heden (10 september 2009) online te zetten, zodat alle lezers van het magazine en alle bezoekers van de 'workshop' op Horse Event (dat plaatsvindt op 13 september 2009) terug kunnen vallen op mijn rectificaties van het artikel en informatie die wèl juist is.

        
        

Verslag van de "workshop" tijdens Horse Event op 13 september 2009

Bij de 'workshop' waren ongeveer 50 mensen aanwezig en het duurde ruim een half uur. De twee osteopaten hebben nog eens, aan de hand van een paardenschedel en de verschillende hoofdstellen, aanschouwelijk verteld wat zij in bovenstaand BIT artikel ook verteld hebben. Bij aanvang kregen de aanwezigen een map met daarin tekeningen van het paardenhoofd, waarop te zien was waar de bloedvaten, zenuwbanen en spieren lopen, met foto's van de zes optomingen die ze nu gingen bespreken.
Mijn verslaggever vermoedt - net als ik dat op basis van het artikel al vermoedde - dat de hoofdstellen slechts zijn bekeken op het hoofd van een stilstaand paard, en dat ze niet zelf op het paard zijn gaan zitten laat staan dat ze er mee zijn gaan rijden. Dit geeft natuurlijk geen reëel beeld van de werkelijke (in)werking van de hoofdstellen.
Opvallend was dat ze de neusriemen van alle optomingen krap twee vingers onder het jukbeen legden, om maar vooral bij het 'zwakke' neusbeen weg te blijven. Ze verklaarden "dat veel mensen de neusholte niet goed kunnen vinden en misschien geneigd zijn de neusriem op het kraakbeen van de neus te leggen" en "omdat de neusriem van bepaalde optomingen naar voren (onder?) kon 'vallen' bij volledig losse teugel". Feit is dat de neusinhammen juist heel goed te voelen zijn. Maar de osteopaten hadden naar eigen zeggen verschillende ruiters gevraagd de neusholtes aan te wijzen, en dit zou dus niet goed gelukt zijn.
Het jukbeen als referentie voor de juiste ligging van de bitloze neusriem is niet de juiste, omdat de lengte van het jukbeen per paard kan verschillen. Ik mijn blog De juiste ligging van de neusriem leg ik uit hoe je wèl de juiste ligging kunt bepalen.
Bij de kaakgekruiste hoofdstellen (met koord of lederen riem; het koord noemden zij 'nylon') zou volgens hen een groot bloedvat afgekneld kunnen worden. Ik haal nog maar een keer mijn artikel Anatomie van het paardenhoofd erbij, waardoor duidelijk wordt dat de koorden of bandjes niet langs een groot bloedvat lopen.
Over het kingekruiste hoofdstel werd er op gewezen dat de ringen van de kruisriempjes kunnen 'knellen' op het kaakbeen wanneer die riempjes te lang zijn. Ook haalden ze de termen 'notenkrakereffect' en 'stropwerking' weer aan. Zoals ik hierboven al aangaf, is het onmogelijk om als ruiter de ringen van de riempjes onder de kaak naar elkaar toe te brengen. Nogmaals: er is met dit hoofdstel géén sprake van een notenkrakereffect, noch van een stropwerking noch van de mogelijkheid tot knellen. Als je de foto's van het kingekruist systeem bekijkt op de pagina Het merotisch systeem (daar gaat het hier over), dan zie je dat je als ruiter de ringen niet bij elkaar kunt brengen en dat knellen dus onmogelijk is. Als zij de ringen bedoelen waar de teugels doorheen lopen, en hiervan zeggen dat de bandjes van deze ringen niet te lang mogen zijn omdat de ringen dan op de kaakrand kunnen drukken, en je daarom "dus wel voor een passend hoofdstel moet zorgen", bevestig ik nogmaals dat dit natuurlijk geldt voor àlle optomingen en óók voor het bit.
De LG-Zaum en het Dually halster hadden ze deze middag niet meegenomen (die hadden ze naar eigen zeggen voortijdig moeten inleveren, terwijl de stand van Roberts om de hoek zat, die hadden ze dus zo even kunnen lenen).
De osteopaten hebben ook de werking achter de oren (op de atlas) toegelicht; die ìs er wel bij sommige hoofdstellen, maar zal hoogst zelden kwaad kunnen (bijna alle menhoofdstellen met bit werken in achter de oren).
Ook hebben ze toegelicht dat de bovenkaak breder is dan de onderkaak en dat bij een hoge, strakke neusriem de wangen tegen de kiezen worden gedrukt (ook bij bithoofdstellen), wat pijnlijk is wanneer een paard haken op die kiezen heeft. Vreemd genoeg spreekt dit hun eigen advies om de neusriem zo hoog mogelijk en uitgerekend op die plek te leggen, behoorlijk tegen.
Verder wezen ze aan dat ter hoogte van de mondhoek een zenuwuiteinde ligt, zowel onder als boven in de mond. Het is dus erg pijnlijk voor een paard om daar het sperriempje van een bithoofdstel strak te gespen en een kinketting (dat in de kingroeve ligt) strak aan te trekken.

De te beantwoorden hoofdvraag van BIT was: "Wat gebeurt er als de ruiter de teugels van het bitloze hoofdstel aanneemt? Waar komt er druk?".
Voor de juiste bevindingen en conclusies is het noodzakelijk om deze uit te voeren met goed passende hoofdstellen op een levend paardenhoofd vanaf de rug van het paard, met kennis van de juiste ligging, pasvorm en maat. Hang je dit hoofdstel zonder enige kennis en ervaring aan het hoofd van een paard dat stilstaat, en op een schedel, en ga je er naast staan, dan kun je natuurlijk alle kanten op met de bandjes, riempjes, teugels en ligging. Dit geeft echter geen reëel beeld van bitloze hoofdstellen en hun werking.
Daarbij hebben ze ook nog eens de eventuele nadelen opgezocht ("als..., dan...") en dit alles bij elkaar doet volledig afbreuk aan de werkelijke werking van de meeste bitloze hoofdstellen.
De stelling dat elke optoming zo hard of zacht inwerkt als de hand van de ruiter - dus met of zonder bit - gaat slechts op voor het onderling vergelijk, niet voor het vergelijk tussen bit of bitloos. Maar, dat was ook de opdracht en insteek niet van BIT. In ieder geval is er geen sprake van deskundige en objectieve voorlichting waar het publiek iets aan heeft.
Bovendien wordt de realiteit ook maar even voor 't gemak vergeten. Stang & trens bijvoorbeeld wegen samen al 1 kilo voor een paard en ligt als een brok ijzer in de gevoelige mond van het paard. Een neusriem daarentegen weegt slechts 200 gram, is gemaakt van zacht materiaal en verdeelt de druk over de hele neus en eventueel het hele hoofd. En niet te vergeten de gevoeligheid van neus en mond. Gevoel wordt bepaald door zenuwuiteinden, niet door de zenuwen zelf. Dit betekent dat juist de plaatsen waar zenuwuiteinden liggen, gevoelig zijn. En die lopen - zoals je op de illustratie kunt zien - voornamelijk richting de lippen, de neusgaten en de binnenkant van de neus en de mond.

Ik verwijs nog maar eens naar de onderzoeken die gedaan en bij mij bekend zijn, zie:
- Onderzoeken en Teugeldruk.
En de feiten die op tafel liggen; zie onder andere:
- Zo hard of zo zacht als de ruiterhand
- Druk in de mond versus druk op de neus / rond het hoofd
- De tong van het paard.

Op basis hiervan kan iedere ruiter zijn/haar conclusies trekken en een keuze maken.


Themanummer Bitloos in magazine BIT, editie 171 2009 is een artikel van Bitloos Paardrijden.
Auteur: Petra Mensink, d.d. 10 september 2009.
Copyright ©2009 Bitloos Paardrijden, all rights reserved.