bitloos paardrijden petra mensink PMC bitloos hoofdstel cursus les

Bitloos Paardrijden

Kennisbank - Online Academy - Webshop PMC bitloos


Bij bitloos rijden gaat mijn paard hangen

en/of loopt zonder bit niet 'over de rug'

Wanneer een combinatie overstapt naar bitloos rijden, dan komt het weleens voor dat het paard in de neusriem c.q. de ruiterhanden gaat 'hangen'.
Dit zien we gebeuren bij paarden die niet rechtgericht zijn en niet in balans op hun eigen vier benen lopen. In stap gaat het dan vaak nog wel goed, maar in draf gaat het paard een soort van 'steun' zoeken.

Wanneer dit bitloos gebeurt, en met een bit niet, is simpel te verklaren. Het is in ieder geval geen teken dat het rijden met een bit goed of beter gaat, of dat het paard met een bit 'zijn rug gebruikt' of 'over de rug loopt'. En het is allerminst het bewijs dat een bit 'nodig' is voor goed rijden en ruggebruik. Integendeel.

Om dit uit te leggen, neem ik je mee naar de rug- en buikspieren van het paard, zodat je weet wat de functie is van deze spieren en in welke mate een bit wel en geen invloed heeft op deze spieren.

De rugspieren van het paard

Een belangrijke en bekende rugspier zijn de longissimus dorsi, ook wel lange rugspier genoemd. De lange rugspier is nièt één lange spier zoals dit:

lange rugspier paard

maar een verzameling van rugspieren, dus een spiergroep, die dorsaal, horizontaal en verticaal functioneren en verschillende functies hebben.

lange rugspier paard

Samen zijn de rugspieren de grootste en langste spier in het lichaam. Deze spiergroep vult de gehele ruimte tussen de doornuitsteeksels, de dwarsuitsteeksels en de ribben, beginnend bij het sacrum (het heiligbeen) en loopt aan beide zijden van de doornuitsteeksels naar de nek.

lange rugspier paard

De bovenste rode lijn zijn dorsale spieren, de onderste rode lijn zijn ventrale spieren. De dorsale en ventrale spieren zijn verbonden met dwarse spieren die naar beneden en achteruit bewegen (op de tekening in groen).

Illustraties met dank aan www.scienceofmotion.com.

Functie rugspieren

De functie van de lange rugspier is:

  • het stabiliseren van de wervelkolom,
  • het voorkomen/opvangen/beschermen van excessieve bewegingen op de wervelkolom, en
  • extensie (strekken) van de rug (bijvoorbeeld om te grazen of om een vlieg van de achterhand te happen).

Dit maakt dat deze spiergroep in feite niet geschikt is om een ruiter te dragen, simpelweg omdat deze spieren los en soepel moeten zijn om te kunnen functioneren, en dus niet op spanning mogen staan om tegendruk te bieden aan het gewicht van de ruiter.

Spieren aanspannen = spieren trainen = spieren sterker en korter maken. Een paard dat tijdens het rijden zijn rugspieren aanspant, traint dus zijn rugspieren, waardoor deze zullen versterken en verkorten. Hoe korter de rugspieren, hoe meer de spinaaluitsteeksels naar elkaar toe komen, met alle schadelijke gevolgen van dien (denk bijvoorbeeld aan kissing spines en spondylose).

Oorzaken van aangespannen rugspieren zijn bijvoorbeeld:

  • wanneer het paard angstig, nerveus, wantrouwig of gespannen is,
  • wanneer het paard pijn heeft (door het bit of het zadel),
  • wanneer het paard last heeft van de ruiter,
  • wanneer het paard pijn heeft elders in het lichaam,
  • wanneer andere spieren in het lichaam worden aangesproken waar de rugspieren fysiologisch op reageren (door bijvoorbeeld het in de krul rijden),
  • of wanneer het paard zichzelf bij scheefheid of een scheve ruiter in balans moet houden.

Dit zijn natuurlijke reacties van het paardenlichaam. Wanneer de rugspieren zich spannen en samentrekken, dan zorgt dit voor holling van de rug.

Wanneer het paard 'in de krul' of 'aan de teugel' gereden wordt, dan worden de spieren van de nek t/m de schoft aangesproken en dus getraind, met het gevolg dat de rugspieren weerstand gaan bieden (aanspanning en frictie) en dus zullen verkorten tot zelfs beschadigen.
Met dit onderzoek is tevens aangetoond dat 'in de krul/aan de teugel' en hyperflexie de onderhalsspier traint (en dus sterker maakt), waardoor slechts een onnatuurlijk voorbeengebruik bewerkstelligd wordt.

Met andere woorden, hoe meer je het paard aan de voorkant in een positie forceert, hoe meer de rugspieren zullen aanspannen en verkorten. Terwijl je juist wilt dat de rugspieren ontspannen en soepel blijven om te kunnen functioneren.
Bij het veelvuldig aanspannen van de rugspieren zullen bovendien de buikspieren steeds slapper worden. Terwijl juist de buikspieren het werk moeten doen en er voor moeten zorgen dat het paard de ruiter kan dragen.

Het is dus ontzettend belangrijk dat de ruiter er voor zorgt dat de rugspieren ontspannen, lang en soepel blijven, en dat de buikspieren gaan aanspannen en sterker en korter worden. Als je het goed doet, train je dus niet de rugspieren van het paard, maar de buikspieren.

De buikspieren van het paard

Er zijn drie groepen buikspieren. De rechte buikspieren lopen tussen het borstbeen en het schaambeen; bij contractie worden beide botstukken naar elkaar gebracht waardoor de rug bolt. De schuine buikspieren vullen de flanken en lopen van de ribben naar het peesblad (dat tussen de beide rechte buikspieren ligt) en het bekken; zij zorgen voor de zijwaartse buiging. De dwarse buikspieren lopen vanaf de wervels naar het peesblad en omsluiten de buikholte; zij doen hun werk voornamelijk bij het persen bij mesten en bij het bevallen.

buikspieren paard

Om de ruiter te kunnen dragen, is het essentieel om de buikspieren van het paard te trainen, zodat de lange rugspier kan ontspannen en z'n werk kan blijven doen.
Bij gebruik en aanspanning van de buikspieren, kan het bekken kantelen en de achterhand meer ondertreden, waardoor de rug als het ware omhoog (bol) kan komen, de lange rugspier kan ontspannen en flexibel driedimensionaal kan bewegen (dorsaal, horizontaal en verticaal).
Een paard dient de ruiter dus te dragen met zijn buikspieren en niet met zijn rugspieren.

Om dit te kunnen, moet een paard allereerst verticaal in balans zijn. Dat wil zeggen dat er links en rechts een evenredige belasting is, anders is het paard altijd genoodzaakt bepaalde spieren aan te spannen om de scheefheid te compenseren.
Aangezien paarden net als mensen een voorkeurskant hebben, zien we vaak dat een paard de voorkeur heeft om z'n ene voorbeen/schouder meer te belasten dan z'n andere voorbeen/schouder, en z'n ene achterbeen meer te laten dragen en het andere achterbeen meer te laten stuwen. Daarom is het belangrijk om het paard zodanig te trainen dat het z'n beide voorbenen evenredig belast en beide achterbenen meer evenredig laat stuwen en dragen. Zodra dit gebeurt, zal de lange rugspier automatisch ontspannen en vrij kunnen bewegen en ook dan pas kan en zal het paard ontspannen voorwaarts-neerwaarts kunnen lopen.

Wanneer het paard een actieve voorwaarts-neerwaartse tendens heeft en steeds beter zijn buikspieren gebruikt, dan zal automatisch het bekken kantelen, waardoor de achterbenen verder zullen ondertreden en de voorkant steeds wat meer zal gaan oprichten. Oprichting is dus een gevolg van goed lichaamsgebruik, geen uitgangspunt.

Invloed van het bit

Je ziet dus dat een bit niets, maar dan ook niets te maken heeft met 'goed ruggebruik', 'goed rijden', 'correct lopen' of 'de ruiter dragen'. Met een bit train je namelijk geen buikspieren en een bit zorgt ook niet voor rechtgerichtheid en ontspanning. Dit is namelijk niet afhankelijk van een bit, maar van de technische vaardigheid van de ruiter.

Wat een bit wèl doet, is het veroorzaken van druk en spanning op de tong en daarmee spanning in het hele lichaam (lees voor uitleg mijn blog De tong van het paard).
Druk en spanning op de tong heeft impact op de schouders (binnenzijde van de schouderbladen), de beweeglijkheid van de voorbenen en daarmee dus ook van invloed op de rug.

Wanneer je zonder bit gaat rijden, en je paard gaat hangen, of slingeren, of loopt rakelings langs de bakrand, wordt rennerig of gaat op de voorhand lopen, dan weet je dus dat het rijden met een bit ook niet goed ging en dat het bit als een symptoombestrijder fungeerde.
Wanneer je bitloos gaat rijden en je paard loopt nog steeds mooi dragend en in balans, dan weet je dat je het op rijtechnisch vlak goed voor elkaar hebt.

Terug naar het hangen

Nu je dit weet, weet je dus ook dat het 'hangen' op zich helemaal niet zo verkeerd is, omdat het paard daarin zijn bovenlijnspieren stretched. En dat is juist wat je wilt.
En je weet nu ook dat je paard steun loopt te zoeken, omdat hij niet rechtgericht en niet in balans is. Dat was hij met bit ook niet, alleen merkte je daar niet zoveel van omdat je met bit je paard kon forceren en je paard de disbalans in zijn lijf liep te compenseren. Voor het 'plaatje' zag het er misschien wel mooi uit, maar op rijtechnisch gebied heb je nu een mooie eyeopener dat het met bit toch niet zo goed ging.

Verder kan het hangen juist een goed teken zijn. Zo heb ik het na mijn overstap naar bitloos in ieder geval ervaren.
Dit is een foto van mij en mijn paard vlak na onze overstap naar bitloos 14 jaar geleden, toen nog met een zelf gemaakt bitloos hoofdstel. Dat mijn paard zich zo durfde te stretchen en los te laten, was een geweldige ervaring en eyeopener, omdat ze dat voorheen met bit in die mate nooit deed.

buikspieren paard

Je ziet dat ik mijn paard van voren loslaat en geen kans geef om te hangen. Op die manier kon ze zich volledig stretchen, ontspannen en haar eigen balans opzoeken. En van daaruit konden we verder gaan trainen.

Op onderstaande foto ben ik met diverse oefeningen bezig geweest en deze foto is circa 10 minuten na de vorige foto genomen. Je ziet dat mijn paard van de voorhand af is en mooi in balans loopt. Ik heb daar nog wel een strenge hand, maar na een paar Centered Riding lessen is dat enorm verbeterd.

buikspieren paard

Trainen

Je kunt dus aan de slag met je paard! Het is belangrijk dat je paard actief is en zijn buikspieren gebruikt, zodat hij zijn bekken kan kantelen, verticaal in balans kan komen, zijn rug kan ontspannen en weer in zijn natuurlijk horizontale evenwicht komt.
Er is een grote diversiteit aan oefeningen waarmee je dit kunt trainen. In mijn blog Op de voorhand geef ik hier een opsomming van deze oefeningen en vertel ik wat je wel en vooral niet moet doen.

Wanneer we alleen kijken naar de mate van oprichting, hier drie foto's van de voortgang tijdens één trainingsessie.

buikspieren paard

Op de foto links beginnen we met draven en je ziet dat mijn paard zich stretched en enigszins wil gaan hangen. Ik geef haar geen kans om te hangen, laat de teugels vieren, en ga met haar buikspieren aan de slag door middel van het rijden van tempowisselingen, (schijn)overgangen, diagonalen, wendingen, schouderbinnenwaarts en slangenvoltes. Dan begint ze op de middelste foto vanzelf meer in balans te komen, zodat ze kan ondertreden en haar rug meer kan bollen, waardoor ze zich van voren automatisch begint op te richten. Op de foto rechts is ze mooi in balans, soepel en ontspannen.

En laten we eerlijk zijn, dat is toch een wereld van verschil met deze oude rijfoto's van ons beide:

buikspieren paard

Ik vind ze afschuwelijk, maar zet ze er ter vergelijk toch bij. Immers, dit zijn plaatjes zoals ze regulier gangbaar zijn en als 'normaal' worden beschouwd.

Mèt je paard rijden

Wil jij ook niet meer inwerken maar samenwerken met je paard?
Kijk dan hier wat ik voor jou kan betekenen.

bitloos

Gerelateerde blogs


Bij bitloos rijden gaat mijn paard hangen en/of loopt zonder bit niet 'over de rug' is een blog van Bitloos Paardrijden.
Auteur: Petra Mensink, d.d. 14 juni 2018.
Copyright ©2018 Bitloos Paardrijden, all rights reserved.

Wil je beginnen met bitloos paardrijden en heb je allerlei vragen, twijfels en zorgen over de rem, het stuur en controle? En wil je graag zonder bit heerlijk ontspannen en in wederzijds vertrouwen genieten van jullie buitenritten? Maak dan een goede start met de Bitloos Paardrijden starterskit! Klik op de button en ontdek hoe jij de beste start kunt maken en jouw paard nooit meer een bit in hoeft!
bitloos