bitloos paardrijden petra mensink PMC bitloos hoofdstel cursus les

Bitloos Paardrijden

Kennisbank - Online Academy - Webshop PMC bitloos


Achterhoeven geven

Wanneer het lastig of misschien wel vrijwel onmogelijk is om de achterhoeven van een paard te verzorgen of te bekappen, dan kan de oorzaak liggen in:
1.) het paard kan het niet;
2.) het paard durft het niet;
3.) het paard wil het niet.
In het belang van het paard is het noodzakelijk dat je de oorzaak altijd in deze volgorde zoekt. Ga er dus nooit meteen vanuit dat het paard het niet wil omdat hij "kliert", "lastig of dwars is" of "een spelletje speelt".

bekappen

Laten we eerst kijken naar de oorzaken waardoor een paard zijn achterhoeven niet kan geven.

1.) Achterhoeven niet kunnen geven

Spieren in de lendenen
Eén van de meest voorkomende oorzaken dat een paard zijn achterhoeven niet kan geven, ligt in de lendenstreek en wel in de gluteus medius spier. De gluteus medius zijn grote spieren van het heupgewricht die beginnen aan de oppervlakte van de bovenkant van de longissimus dorsi (de lange rugspier) vanaf de laatste borstwervel, lopen langs de bovenkant van het darmbeen langs het bekken naar de boven- en achterzijde van het bovenbeen. Met brede ligamenten verbinden ze het heiligbeen met het darmbeen, en het heiligbeen met de zitbeenknobbel (sacrotuberal ligament). De functie van deze spieren is extensie (strekken) van het heupgewricht (belangrijk bij het springen, schoppen/trappen, stuwing en bij het fokken) en retractie (naar achteren brengen) van het achterbeen.

gluteus medius paard

Druk en pijn op deze spieren zorgt ervoor dat de spieren verkrampen en verstijven, waardoor het paard onder andere niet in staat is zijn achterhoeven te geven voor de hoefverzorging en het bekappen.
De oorzaak hiervan ligt veelal in een niet-passend zadel, namelijk een zadel dat druk uitoefent achter de laatste borstwervel. Meer hierover kun je lezen in het blog De lendenen.

Wat te doen:

  • laat een goede zadelmaker/zadelpasser langskomen voor een grondige zadelcheck;
  • je zult hoogstwaarschijnlijk een ander zadel moeten aanschaffen dat wel past;
  • maak een afspraak met een fysiotherapeut voor het herstel van de verkrampte, verstijfde en verkorte spieren;
  • ga pas weer rijden wanneer de klachten verholpen zijn en je een ander, goed passend zadel hebt.

Ataxie
Ataxie is een symptoombeschrijving van een aantal ziekten, die zich kenmerken door een neurologische verstoring in het bewegingspatroon. Hierbij is dus geen sprake van kreupelheid, maar van een coördinatieprobleem. Acute of gevorderde ataxie is duidelijk herkenbaar, omdat het paard dan loopt te zwabberen en het lijkt alsof het stomdronken is tot zelfs niet meer kunnen staan. De lichte vorm van ataxie echter wordt veelal niet erkend en deze paarden worden maar zelden voor klinisch neurologisch onderzoek aangeboden. Toch zijn de symptomen te herkennen. Onder het zadel hebben licht atactische paarden vaak problemen met de overgangen, vooral van galop naar draf, en kunnen ze moeilijk slangenvoltes of achtjes lopen. Vaak hebben deze paarden ook een zeer stijve, rechte hals en vertonen problemen met inbuigen, tonen ze vage klachten die voor lichte kreupelheid worden aangezien, en ze kunnen enigszins hoofdknikken. Ook kunnen ze vaak moeilijk hun achterhoeven geven en hebben ze vaak een zeer pijnlijke rug. De symptomen van ataxie verergeren wanneer het paard moe wordt.

Wat te doen:

  • bij herkenning van deze symptomen het paard klinisch neurologisch laten onderzoeken;
  • er rekening mee houden dat het paard weinig controle over zijn achterbenen kan hebben, dat hij vertraagd reageert op de vraag zijn hoeven te geven en dat hij kan gaan hangen.

Kramperigheid
Een andere oorzaak is kramperigheid. Bij kramperigheid krijgt het paard een overdreven prikkel vanuit het zenuwgeleidingssysteem, wat onder andere veroorzaakt zou worden door minieme schade aan het ruggenmerg in de lage rug. Het laat zich over het algemeen niet zien tijdens beweging, maar juist bij aanraking van het been. Wanneer je het achterbeen aanraakt en wilt optillen, dan zal het paard het been overdreven hoog en vaak ook zijwaarts optrekken en daar ook enige tijd zo houden. Ook gaat het bewuste been vaak trillen en heeft het paard duidelijk moeite om een goede balans te vinden. Het paard zal bij elke beweging het been terugtrekken en bij het bekappen verergeren de symptomen zich. Het ene paard zal al problemen vertonen als hij zijn voet tien centimeter moet optillen, terwijl het andere paard pas bij de uitvoering van een buigproef in de problemen komt.

Hanentred
Iets wat op kramperigheid lijkt maar zich juist wel tijdens beweging laat zien, is hanentred. Het achterbeen wordt (met een rukbeweging) overdreven hoog opgetild en snel weer neergezet, meestal alleen in stap. Hanentred kan een aangeboren aandoening zijn, maar het kan ook plotseling ontstaan.

Voor zowel de hanentred als het krampentrekken geldt dat de bewegingen geheel buiten de wil van het paard om optreden (onwillekeurige bewegingen). Ze kunnen er dus niets aan doen. Paarden die last hebben van één van deze kwalen (en dan vooral bij kramperigheid) kunnen ook duidelijk zenuwachtig worden van zichzelf, omdat ze geen controle hebben over hun ledematen. Omgekeerd geldt ook dat de aandoeningen duidelijk vaker voorkomen bij zenuwachtige paarden. Het komt voor dat deze aandoeningen intermitterend kunnen optreden (wat wil zeggen, periodes wel en periodes niet).

Wat te doen:

  • zorgen voor het zo mobiel en 'gezond' mogelijk houden van de gehele wervelkolom door een fysiotherapeut of manueel therapeut; de behandeling vermindert niet altijd de kramperigheid, maar verbetert wel zeer sterk de mobiliteit van het paard;
  • zorg voor rust en ontspanning in de omgeving tijdens het bekappen; stress zal de situatie onmiddellijk verergeren;
  • zet het paard naast een wand, zodat het bij het oppakken van de achtervoeten tegen de wand kan leunen;
  • ga heel rustig en geduldig te werk;
  • geef het paard vertrouwen en beloon het veelvuldig;
  • houd de voet zo laag mogelijk bij de grond (ongeveer 10 à 20 cm van de grond).

bekappen

Andere oorzaken van geen achterhoeven kunnen geven, zijn bijvoorbeeld:

  • gewrichtsaandoening zoals artrose, OC/OCD, spat, artritis;
  • aandoening in de wervelkolom, zoals kissing spines, spondylose;
  • beschadiging of ontsteking van spieren, pezen, banden en spieraanhechtingen;
  • blokkade(s) in het lichaam;
  • pijn in één of beide voorhoeven;
  • disbalans van het paard (vaak bij jonge en ongetrainde paarden die hun evenwicht verliezen).

Wat te doen:

  • uitsluiten dat het paard ergens in zijn lichaam een aandoening en dus pijn heeft, of pijn krijgt zodra hij een achterbeen moet geven (consult door een dierenarts of fysiotherapeut);
  • bij geconstateerde pijn of aandoening het paard tijdens het bekappen telkens even het been teruggeven en 'op rust' laten staan (naast natuurlijk de behandeling van de aandoening);
  • uitsluiten dat het paard blokkades heeft (consult door een osteopaat);
  • een jong of ongetraind paard ondersteunen en langzaamaan leren dat hij zelf op drie benen kan staan.

2.) Achterhoeven niet durven geven

Het kan zijn dat het paard een nare ervaring heeft gehad, bijvoorbeeld wanneer een hoefsmid te diep in de zool of straal heeft gesneden en dat dit flink zeer heeft gedaan, of wanneer er een keer sprake is geweest van een hoefzweer. Ook kan het zijn dat het paard de betreffende bekapper of hoefsmid niet vertrouwt. Het kan ook angst voor de handeling op zich hebben ontwikkeld, bijvoorbeeld wanneer het een keer of meerdere malen hard aangepakt is, dus is geslagen of geschopt of met een praam is bewerkt.
Een andere oorzaak is aangeleerd gedrag, waardoor het paard niet weet wat er nu eigenlijk van hem verwacht wordt, raakt verward, onzeker, druk of gespannen. De oorzaak hiervan ligt in het feit dat het paard tijdens de hoefverzorging verkeerd of juist niet beloond, en/of op de verkeerde momenten gecorrigeerd of gestraft is.
Wat ook nog een belangrijke rol speelt, is het bewustzijn van het eigen lichaam en met name van de achterhand. Veel paarden zijn zich niet zo bewust van hun achterlijf en in dit geval is TTeam/Ttouch zeker een aanrader.

achterhoeven bekappen

3.) Achterhoeven niet willen geven

Als gevolg van fysieke pijn of angst uit het verleden kan het paard nog negatieve associaties hebben met het geven van de achterhoeven. In dit geval is het belangrijk om je paard te leren dat het geen pijn meer doet, dat hij het nu fysiek wel kan en dat er geen reden meer is om bang te zijn.
Een hele simpele reden kan bijvoorbeeld ook zijn, is last van vliegen/muggen/knuten/dazen/horzels enzovoorts. Als het paard jeuk of last heeft van zo'n kriebel- of steekdier en het wil weghappen of -slaan, dan gaat dit niet of nauwelijks terwijl het paard op drie benen staat. Neem dan eenvoudige voorzorgsmaatregelen zoals vliegenspray of een vliegendeken of iemand die de vliegen wegveegt tijdens het bekappen.
En dan blijft er nog een percentage over waarbij het paard echt niet wil en geen zin heeft om mee te werken. Het paard kan al onrustig en dwars worden van een bekapper die onvoldoende overwicht of juist te veel machtsvertoon uitstraalt. Kijk dan naar de persoonlijkheid van je paard en maak op basis daarvan een keus voor de betreffende bekapper.

Gerelateerde blogs


Achterhoeven geven is een blog van Bitloos Paardrijden.
Auteur: Petra Mensink, d.d. 12 augustus 2012.
Copyright ©2012 Bitloos Paardrijden, all rights reserved.

Wil je beginnen met bitloos paardrijden en heb je allerlei vragen, twijfels en zorgen over de rem, het stuur en controle? En wil je graag zonder bit heerlijk ontspannen en in wederzijds vertrouwen genieten van jullie buitenritten? Maak dan een goede start met de Bitloos Paardrijden starterskit! Klik op de button en ontdek hoe jij de beste start kunt maken en jouw paard nooit meer een bit in hoeft!
bitloos