www.bitloospaardrijden.info



 

 

Verzet bij het paard

Heeft je paard ergens in zijn lichaam problemen en vraag je iets van hem wat hij op dat moment niet kan, dan zal hij dat uiten middels verzet.
Verzet van het paard kan diverse rijtechnische oorzaken hebben, maar kan ook door een bit met verkeerde inwerking veroorzaakt worden. Vaak wordt er overgegaan naar een scherper bit, terwijl de praktijk vaak leert dat we juist naar een zachter of juist geen bit moeten. Ook worden er dikwijls 'hulp'middelen toegepast, zoals het omhangen van een slofteugel of thiedemanteugel, de neusriem strakker te doen, een tonglepelbit in te doen, de tong vast te binden en de mond dicht te snoeren.
Wanneer je je realiseert dat een paard verzet toont omdat hij pijn heeft, en nièt omdat hij 'lastig is', dan realiseer je je vast wel dat deze zogenaamde 'hulp'middelen pure martelingen zijn voor het paard. Het paard heeft namelijk nog steeds pijn, maar kan hier geen uiting meer aan geven.

Een aantal voorbeelden van verzet

  • sterk maken van de onderhals (onderhalsspieren aanspannen om de pijn te onderdrukken)
  • wegdrukken/vasthouden van de rug(spieren)
  • over het bit gooien van de tong
  • buiten de mond brengen van de tong
  • opensperren van de mond
  • omhoog brengen van het hoofd
  • schudden met het hoofd
  • verkrampt/gespannen lopen en 'laat niet los'
  • 'achter het bit' kruipen
  • het tegen het bit aandrukken van de tong en vluchtgedrag vertonen
  • verstijven in de onderkaak en hals
  • wegrennen c.q. 'sjezen' tijdens het rijden
  • verdere tekenen van spanning en stress, zoals overvloedig schuimen, schrikgedrag, overgevoeligheid voor prikkels, etcetera

Mogelijke oorzaken van verzet

  • Een slecht onderhouden gebit.
  • Problemen van het gebit. De elementen dienen goed op elkaar aan te sluiten. Indien er één element dominant is (uitstekend boven de kiezenrij), wordt dit vertaald naar een scheve kaakdruk en dus pijn.
  • Gevoeligheid in de mond van het wisselen.
  • Diverse tongproblemen. (Lees ook het artikel De tong van het paard.)
  • Een kapotte mond, vaak zonder dat de ruiter/menner daarvan op de hoogte is (vaak de lagen).
  • Het niet los komen van melksnijtanden. De volwassen snijtand moet de melksnijtand wegdrukken, wat niet altijd vlekkeloos verloopt; dit maakt de mond erg gevoelig.
  • Het doorkomen van een blinde de hengstentand. De hengstentand komt net niet door het tandvlees, waardoor er veel druk op dat gebied staat en dus pijn.
  • Schrikbarend vaak komen gebitsverzorgers/paardentandartsen kapotte lagen tegen. De ruiter/menner heeft hier meestal geen erg in, omdat daar nooit naar wordt gekeken.
  • De aanwezigheid van wolfskiezen. Dit zijn rudimentaire kiezen die vóór de eerste kiezen zitten. Normaal gesproken komen deze kiesjes alleen in de bovenkaak voor, een enkele keer ook onder. Verwijderen wanneer je met bit rijdt, is noodzaak, omdat het paard hier vrijwel altijd hinder van ondervindt zodra er een bit tegenaan komt.
  • Last van melkkiezen die niet geheel verdwijnen bij het wisselen (deze worden doppen genoemd). De permanente kies moet de melkkies wegdrukken, wat niet altijd goed verloopt, zodat het restant van de melkkies vast zit op de nieuwe permanente kies (dop). Hierdoor steekt het betreffende element boven de kiezenrij uit en kunnen de scherpe wortelpunten in het tandvlees drukken.
  • Haken aan de kiezen. Wanneer wij vrij zachte vegetatie voeren (brok, muesli e.d.), hoeft het paard minder zijdelingse kauwbewegingen te maken, waardoor op de hoge kant van de kiezen scherpe punten (haken) ontstaan. Deze haken bevinden zich in de bovenkaak aan de wangzijde en in de onderkant aan de tongzijde. De scherpe haken kunnen wangslijmvlies en/of tong beschadigen. Door haken op de kiezen wordt de voorwaartse- en achterwaartse beweging van de kaak geblokkeerd. Als een paard nageeft, zakt de onderkaak uit en indien deze beweging geblokkeerd is door haken, is nageven niet meer mogelijk. De haken zitten vaak op de eerste of laatste kies.
  • Veel kwabben wangslijmvlies die klem komen te zitten tussen het mondstuk en de lagen en/of eerste kies.
  • Een korte mondspleet, waardoor een bit te laag wordt ingehangen. Hoe lager in de mond, hoe gevoeliger het bit inwerkt.
  • Verder komen vaak tandvleesontstekingen, gefractureerde kiezen en tandwortelontstekingen voor.
  • Afgeknelde tong of te veel druk op de tong.
  • Te veel druk op de lagen.
  • Te veel druk op het verhemelte (notenkraker-effect).
  • Het bit is te laag ingehangen.
  • Een te smal, te breed of te dik bit.

Tot zover de lichamelijke problemen in de mond die aanleiding geven tot verzet.
We dienen echter ook verder te kijken dan alleen naar de mond en het gebit van het paard. Kijk ook naar de rest van het lichaam; de rug, het bekken, het SI-gewricht, de benen, de hoeven, etcetera, en vergeet ook vooral niet de essentie van een goed passend zadel.
En last but not least: ook de ruiter zelf is veroorzaker van verzet bij het paard.

De ruiter als reden voor verzet

  • Scheef zittende ruiter.
  • De ruiter is niet mee maar tegen de beweging van het paard.
  • Onvoldoende rijtechnisch inzicht.
  • Te veel concentreren op de ronde houding in de hals, maar vergeten wat daaraan voorafgaand hoort te gaan (er wordt veelal 'aan de voorkant' gereden in plaats van 'van achteren naar voren door het hele lijf').
  • Paarden die niet aan het been zijn en op de voorhand lopen.
  • Te snel naar "hulp"middelen grijpen.
  • Ruwe en/of onrustige handen (komt vaak door een slechte zit).

Voorbeelden van praten door middel van verzet