|
De tong van het paard
De tong is - op de geslachtsdelen na - het gevoeligste orgaan van het paard. De tong ligt gedeeltelijk tussen de onderkaakbeenderen (de lagen van de mond) en gedeeltelijk boven de onderkaakbeenderen (tegen de kiezen)
en een gedeelte loopt door tot in het bovenste deel van de nek.
De tong bestaat uit twee delen, die halverwege aan elkaar gehecht zijn. Er bestaan hele dikke tongen en hele dunne, hele lange en hele korte.
Een aantal tongspieren is verbonden met een kleine hoeveelheid botjes in de keel, die tongbeentjes heten (zie tekening B nr. 3). Vanuit die tongbeentjes lopen twee belangrijke halsspieren: de één loopt naar het borstbeen en de andere loopt naar de binnenkant van de schouder. Er bestaat dus een directe verbinding van de tong naar het borstbeen en de schouder. Als er spanning bestaat in de tong, dan heb je ook spanning die helemaal doorloopt naar het borstbeen en de schouder via de halswervel waar je juist wilt dat daar kan worden nagegeven (zie tekening A). Heb je eenmaal spanning in het borstbeen, dan kan het paard onmogelijk zijn rug welven en de spierketting gebruiken die de hals met de staart verbindt en die via de buik van het paard weer terugloopt naar de hals.

De tong van het paard is in het algemeen 28 cm tot 41 cm lang, afhankelijk van het type paard. Een paard kan zijn tong ongeveer 12,5 tot 20,5 cm uit z'n mond brengen, wederom afhankelijk van het type paard. Zelfs wanneer een paard volledig ontspannen en tevreden is, vult zijn tong de gehele mond, waardoor er weinig tot geen ruimte voor iets anders in de mond (dus ook niet voor een bit).
De tong in verbinding met het hele lichaam
Kleine spiertjes verbinden de tongbeentjes met het kaakgewricht en met het gebied rond de nek, waar het hoofd aan de hals verbonden is. Het kaakgewricht is feitelijk
een belangrijk centrum voor de zenuwen die zorgen voor balans en proprioceptie. (Proprioceptie is een onderdeel van het centrale zenuwstelsel van het paard,
waardoor het weet waar zijn voeten zich bevinden zonder ernaar te kijken en maakt derhalve ook deel uit van het coördinatiesysteem van het paard.)
Ook de zenuwen van de onbewuste registratie (proprioceptie) van de voorbenen van het paard liggen in het gebied van de tongbeentjes.
Blokkades elders in het paardenlichaam kunnen ook voor tongproblemen zorgen.
Door osteopaten worden vaak blokkades gevonden rond de eerste halswervel, in het tongbeen, in de schedel en ook rond het heiligbeen, ter hoogte van het kruis, dat
via het ruggenmerg in verbinding staat met de schedel. Door een blokkade in de rug (en dus ook onder het zadel) ontstaat een te hoge spanning rond het middenrif, dat
via onderhuids bindweefsel weer in verbinding staat met het tongbeen, het kaakgewricht, het hoofd en de eerste halswervel.
Een paard is in staat vrijer te bewegen met een betere coördinatie
door een vrije, ontspannen en zachte tong. Met een ontspannen tong kunnen de passen van het paard opvallend langer worden, zijn balans beter en bovenal
wordt het paard gemakkelijker te rijden. Er valt dus alles voor te zeggen dat rijden zonder bit vele voordelen heeft ten opzichte van het rijden met bit, aangezien
bij bitloos de tong altijd ontspannen in de mond ligt, geen tegendruk hoeft te geven, niet gebruikt hoeft te worden om druk ergens in de mond te verminderen, niet
geprikkeld of afgekneld wordt en niet verlegd hoeft te worden om aan druk of pijn te ontkomen.

De Amerikaanse onderzoekster Hilary Clayton*) heeft opnamen mogelijk gemaakt van de tong in de mond van een paard met een bit in. Het blijkt dat sommige paarden de tong
helemaal naar achteren opkrullen en het bit alleen op het voorste stukje van hun tong accepteren. Andere paarden gooien steevast de tong over het bit. Maar even zo
vaak steekt een paard razendsnel constant de tong over en onder het bit.
Op de pagina X-rays & Bits van Horses for Life kun je twee van deze filmpjes direct bekijken.
Wat een paard doet met een bit, is erg tongafhankelijk. De tongophanging kent een verbinding met de tongbeentjes. Die tongbeentjes staan in verbinding met de
hals- en borstspier. Een gespannen tong heeft zijn repercussies op de ontspanning van de hals- en borstspieren. Die spanning komt tot uiting in een gespannen voorhand,
waardoor een paard niet meer vrijuit kan bewegen (komt soms tot uiting in teugelkreupelheid). Dus alleen met een ontspannen tong is een paard in staat met de juiste
aanleuning en goed aan het bit te lopen.
Tongproblemen
Er zijn tongen die het verdragen van een bit voor een paard onmogelijk maken. Veelal is de onderkaak te ondiep van vorm om de tong te kunnen opbergen.
Door steeds edelere paarden te fokken, zijn de onderkaken steeds smaller geworden. Vaak kan er nog geen vinger tussen de twee kaakhelften passen. De tong daarentegen is
niet veranderd en is een dikke, vlezige spier. Tussen de tong en het verhemelte is nauwelijks ruimte voor een bit. Zakte vroeger door druk van een bit de dikke tong
tussen de beide kaakhelften, tegenwoordig lukt dit nauwelijks.
 |
 |
Hele lichte, zachte inwerking op de tong is op zich geen probleem, maar wanneer er druk op de tong komt waardoor de tong als het ware een voorwerp (het bit) omhoog
houdt c.q. de tong tegendruk geeft, is er geen sprake van ontspanning in de kaak, maar juist aanspanning van de kaakspieren. Kauwen leidt tot beweging van de tong
en de kaak en geeft een spijsverteringsrespons in de keel, terwijl voor het rijden een ademhalingssetting nodig is (een verlaagd en onbeweeglijk zacht verhemelte).
Kauwen is niet positief; ontspanning van de tong- en kaakspieren en tongbeentjes echter wel. Juist bij het ontbreken van een bit en daarmee het ontbreken van
druk op de tong, is er sprake van een ontspannen tongbeen, en daarmee ook het borstbeen en schouderblad ofwel de gehele onderhalslijn is dan ontspannen.
Wanneer de tong door het bit wordt afgekneld (knevelen), ondervindt het paard pijn, de doorbloeding stagneert (blauwe tong) en het paard heeft moeite met
het maken van een slikbeweging waardoor overmatige schuimslierten ontstaan.
De tong loopt over in het tongbeenskelet, waarna er spieren door de hals naar de voorhand lopen. Een paard met afgeknelde tong kan hierdoor belemmerd worden
in de ruimte en zuiverheid van de voorhand.
Soms ligt de hechting van de voorste en achterste tong net onder het bit. Het paard zal dan altijd
proberen met die plek onder het bit uit te komen. Ontspanning zal daardoor ook nooit mogelijk zijn. Verder zijn er tongen waarbij de achterste helft gekanteld vastzit
aan de voorste helft. Hoe erger de graden van kanteling, hoe meer problemen een paard met zijn bit zal hebben. Soms is dit de oorzaak dat een paard het bit aan één
kant vastpakt.
Bij te veel druk op de tong kan het paard op diverse manieren reageren. Hij kan de onderkaak verstijven, het bit pakken en gaan 'pullen'. Hij kan proberen de tong
over het bit te worstelen of hij kan een drukvrije positie zoeken door de tong op te rollen en niet 'aan het bit' te komen. Rekening houdend met de ruimte in de mond
en de gevoeligheid en dikte van de tong, zal het bit hierop aangepast moeten worden of zal de overweging moeten worden gemaakt om bitloos te gaan rijden.
De tong en het gebit
In de paardenmond ligt de tong tussen en tegen de onderste kiezenrij. Wanneer er scherpe randjes aan de kiezen zitten, dan kunnen bij iedere minimale beweging
van de tong al snel wondjes ontstaan. De aanraking met de kiezen kan vervolgens dermate pijnlijk zijn voor het paard dat hij
z'n tong buiten de mond brengt om dit pijnlijke gevoel te vermijden.
Wanneer bij ruinen en hengsten (en soms ook bij merries) de haaktanden (ook wel de hengsten- of ruinentanden genoemd)
te lang zijn en ook nog enigszins naar binnen staan, ligt de tong
daar vervelend tegen aan gedrukt. Gevolg is dat het paard de tong langs zo'n haaktand legt om het akelige gevoel te vermijden.
Sommige paarden drukken het bit tegen hun bovenlip om te voorkomen dat het bit tegen een wolfstand aan komt.
De wolfskiezen zijn enorm gevoelig bij aanraking en daarmee kunnen ze veel problemen veroorzaken door het rijden met een bit.
Wanneer de tanden en kiezen niet helemaal op één lijn staan, slijten ze niet gelijkmatig af en kunnen de voortanden te lang worden. Op te lange voortanden
ontstaat constante druk. Aangezien de voortanden gevoeliger zijn dan de kiezen, steken sommige paarden hun tong tussen de voortanden om van de vervelende
druk af te zijn.
In deze gevallen is een grondige inspectie en goede gebitsbehandeling door een gebitsverzorger/paardentandarts onontbeerlijk. In het eerste geval moeten de
scherpe randjes bijgevijld worden. In het tweede geval is het wijsheid om de haaktanden te verwijderen. In het derde geval dienen de voortanden weer
ingekort en afgerond en alle elementen weer mooi op één lijn gebracht te worden. En in het vierde geval kunnen de wolfskiezen het beste verwijderd worden.
Problemen kunnen voorkomen worden door het gebit van je paard minstens één keer per jaar door een goede gebitsverzorger/paardentandarts te laten controleren.
De tong en het bit
Veel tongproblemen hebben met het bit te maken.
Door een te dik bit kan het paard zijn mond niet goed sluiten, wat spanning rond de kaak oplevert, waardoor op termijn problemen rond de eerste halswervel ontstaan.
Een enkelgebroken trens dat te breed is of te laag in de mond hangt, kan voor irritatie zorgen, waardoor paarden onrustig worden met hun tong.
De punt waar een enkelgebroken bit scharniert, wordt - wanneer de teugels zijn aangenomen - tegen het gehemelte gedrukt en op de onderkaak ontstaat een
notenkrakereffect; dit geeft een pijnreactie, waarop paarden kunnen reageren met het uitsteken van hun tong.
Een goed passend bit is maximaal één centimeter breder dan de paardenmond. Het hangt goed als het vrij blijft van de kiezen en het hoofdstel nog op een
normale manier over de oren van het paard past. Wanneer het bit tegen de kiezen komt, is dit een naar tot pijnlijk gevoel voor het paard, waardoor hij
'achter de teugel' kan kruipen om te ontkomen aan het
bit en te voorkomen dat het bit tegen de kiezen aan komt.
Net als mensen kunnen paarden allergisch zijn voor materialen zoals nikkel of kan een paard het betreffende metaal als onprettig of onsmakelijk ervaren, waardoor
het telkens bezig is het bit te ontwijken (met het bit "spelen" (lees: het bit uit de mond willen werken), de tong onder het bit vandaan leggen, de tong uit de
mond brengen, etcetera).
En tot slot een veelvoorkomende oorzaak van tongproblemen: druk op de tong. Druk op de tong veroorzaakt spanning en angst bij het paard en bemoeilijkt
het slikken. Meer hierover kun je lezen in het artikel over schuimen.
De tong en de ruiter
De ruiter heeft enorm veel invloed op de tong en dient zich - naast alle bovengenoemde aspecten - bewust te zijn van zijn of haar eigen manier van rijden en
teugelgebruik.
De ruiter hoort het paard in ontspanning van achteren naar voren te rijden en te wachten tot het paard de aanleuning neemt. Helaas wacht bijna niemand daar
op en dwingen veel ruiters het hoofd van het paard in een bepaalde houding. Hiermee ontstaat een valse verzameling (de zogenoemde "krul") die niets met
ontspanning, verzameling, nageeflijkheid en aanleuning te maken heeft. Wanneer het paard vervolgens uiting geeft aan ongenoegen tot pijn,
zie je al snel trekkende en zagende ruiters die het hoofd laag willen houden, aangetrokken sperriemen om de mond dicht te snoeren, "hulp"teugels om het hoofd
laag te houden (daarbij denkend dat het paard dan wel zal ontspannen), tonglepelbitten (of andere dwangmiddelen) om de tong binnen de mond te houden, en zwepen en sporen
om het paard voorwaarts te houden wanneer het hoofd omhoog brengt, staakt, bokt of steigert. Allemaal middelen om het paard het zwijgen op te leggen en te dwingen om
te lopen zoals men dat tegenwoordig blijkbaar graag ziet.
Te veel of te harde hand of een onvoldoende onafhankelijke zit en daardoor te veel en te lang inkomen met de teugelhulpen, verstoort het paard en daarmee de aanleuning.
Problemen tijdens het rijden
Aangezien druk op de tong zeer onprettig tot pijnlijk is, zal een paard (vanzelfsprekend) proberen die druk te ontwijken. Dit kan zich uiten in de volgende
reacties/gedragingen:
- het paard gooit of houdt zijn hoofd omhoog;
- het paard geeft rukken met zijn hoofd naar beneden of naar voren en vaak trekt hij hierbij de ruiter uit het zadel;
- het paard valt op de voorhand;
- het paard doet z'n mond open;
- het paard legt z'n tong over het bit;
- het paard legt z'n tong uit de mond;
- het paard loopt achter de loodlijn c.q. achter het bit;
- het paard legt z'n tong achter het bit tegen z'n strot.
Realiseer je dus goed dat deze gedragingen géén pogingen zijn om "onder het werk uit te komen" of om de ruiter dwars te liggen, maar dat dit vrijwel altijd te maken
heeft met de pijnlijke druk/inwerking/afknelling van het bit!
Wat te doen bij tongproblemen
Aangezien de tong een zeer belangrijk lichaamsdeel is en een cruciale rol speelt tijdens het rijden, dien je als ruiter alle signalen van het paard op te vangen en daar naar
te luisteren en te handelen.
Wanneer het paard - al is het maar miniem - onrustig is in de mond, met het bit "speelt", de mond open doet, de tong naar buiten brengt, de tong over of tegen het bit
legt, het bit vastpakt, achter het bit gaat lopen, de teugels uit je handen trekt, etcetera, dan is het zaak de volgende aandachtspunten bij langs te gaan:
- Past het bit goed in deze betreffende mond? Laat een bitspecialist komen die de mond van je paard inspecteert, zowel zonder bit als met het bit waarmee je rijdt als met andere
(anatomisch gevormde) bitten die wel of beter zouden passen. Bitting is maatwerk!
- Zijn er blokkades elders in het lichaam? Laat een osteopaat bij je paard komen om blokkades op te sporen en weg te nemen in het hele lichaam. Zoals je net hebt kunnen
lezen, staat alles in verbinding met elkaar, dus het is belangrijk het gehele lichaam te behandelen.
- Is het gebit in orde? Laat een gebitsverzorger/paardentandarts de mond en het gebit controleren op haken, haaktanden, wolfskiezen en de algehele conditie en stand
van de tanden en kiezen.
- Heeft het paard last van stress? Neem zijn leefomstandigheden en de voeding eens onder de loep. Loopt je paard voldoende uren per etmaal in kuddeverband in de wei of
staat het voornamelijk geïsoleerd van zijn soortgenoten in een kleine ruimte opgesloten (stal)? Heeft de paard voldoende mogelijkheid om te fourageren/grazen, heeft
het voldoende ruwvoer tot z'n beschikking, hoeveel krachtvoer krijgt je paard en is dat wellicht te veel voor dit gevoelige spijsverteringsstelsel?
- Past het zadel goed? Veel ruiters denken of vinden dat het zadel wel past, maar is dat wel zo? Is dit bevestigd door een goede, erkende zadelmaker of
zadelpasser? Je weet nu dat een niet-goed-passend zadel niet alleen klachten en pijn kan veroorzaken, maar ook blokkades die
een te hoge spanning rond het middenrif kunnen veroorzaken en daarmee spanning in het tongbeen, het kaakgewricht, het hoofd en de hals.
Laat daarom het zadel minimaal ieder jaar checken door een deskundige op dit gebied.
- Hoe ben je zelf als ruiter? Ben je je bewust van je eigen teugeltechniek, houding en zit? Rijd je met teugels die je een vaste grip geven en/of rijd je met
handschoentjes, dan kun je er van uit gaan dat je met te harde handen rijdt, anders zou je die grip namelijk niet nodig hebben.
Ben je bezig je paard aan de voorkant in een bepaalde houding te krijgen? In dat geval creëer je een valse
verzameling en dat doet je paard meer kwaad dan goed. De ontspanning in de onderkaak en het correct afbuigen in de nek
komen niet tot stand via de handen, maar via de zit en benen. De correcte hoofd/halshouding volgt wanneer een echte verzameling is bereikt en deze komt op
een natuurlijke wijze tot stand na maanden van fysieke fitheid en training van de buik-, achterhand- en rugspieren, niet door een mechanische trekken aan de teugels.
- Overstappen op bitloos, bijvoorbeeld wanneer de tong op welke manier dan ook (zie onder 'Tongproblemen') geen bit kan verdragen of wanneer je als ruiter nog geen
onafhankelijke zit hebt en/of zachte teugelvoering hanteert en je een betere ruiter wilt worden zonder intussentijd je paard te hinderen of te pijnigen met bit.
Lectuur
Daarnaast vind je op deze website aanverwante artikelen, zoals Het gebit, Teugeldruk,
Verzet bij het paard, Schuimen
en de diverse onderzoeken die je kunt vinden via de pagina Onderzoeken.
Hilary Clayton is hoogleraar van de McPhail Dressage Chair, dat behoort bij het departement van Large Animal Clinical Sciences van de Michigan State University
in de USA. Zij is gespecialiseerd in de bewegingsleer en gangen van het paard en verrichtte onderzoeken naar bitten in de monden van paarden.
In Nederland heeft zij diverse lezingen gegeven over deze onderwerpen.
Wat paarden met een bit allemaal kunnen doen, is te zien op verschillende korte videofilmpjes op deze website.
Verder kan een PDF file over dit onderzoek worden gedownload via deze site door te klikken op het artikel van mei 2006.
Klik op deze link om de filmpjes te bekijken en de onderzoeken te lezen.
Video over de tong van het paard:

|
|