www.bitloospaardrijden.info | ||||||||||||||||||||||
| TeugeldrukDe invloed van de teugel en het bit op de bewegingen van het paard; anatomisch-functionele overwegingenDoor: H. Geyer - Veterinary-Anatomical Institute, University of Zurich, Switzerland
Het bit in de mondHet metalen, rubberen of plastic bit ligt voor de kiezen (molaren) in een gebied van het tandvlees waar geen tanden en kiezen zitten. De ruiter moet rekening houden
met de gevoelige structuren die door diverse krachten worden beïnvloed (Frei, 1998). Ventrale krachten drukken in het midden tegen de tong (Fig. 5) en vooral lateraal
tegen de randen van de onderkaak (Fig. 1). Hier is het tandvlees van de onderkaak marginaal opgevuld, wat impliceert dat de ruwe of langdurige krachten
beenvliesirritatie kunnen veroorzaken, wat kan leiden tot beenvormingen/botwoekeringen van de onderkaak
(noot van de vertaler: zie ook deze veterinaire handleiding operatieve
verwijdering botwoekeringen).
Dorsaal geleide krachten bereiken het verhemelte, juist wanneer bitten te ruw worden gebruikt of wanneer bitten omhoog bewegen. De bewegingen in de tegengestelde richtingen veroorzaken ook dikwijls irritatie van de wolfskiezen (Fig. 8); de slecht ingebedde wolfskiezen zijn namelijk bijzonder gevoelig voor deze bewegingen. De tegengestelde krachten worden ten eerste geleid tegen de kiezen, en vervolgens achterwaarts opgevangen. Dit zou de voorwaartse beweging die vanuit achter in het lichaam komt, moeten regelen en leiden, maar niet blokkeren. De vraag zou moeten worden gesteld of een harde, onproductieve hand kan leiden tot schade op lange termijn van het kaakgewricht, het halsgebied en de nekwervels. De laatste jaren is een toename van artrose van de hals- en rugwervelverbindingen geconstateerd bij bereden paarden, wat verband kan houden met de krachten die uitgeoefend worden om de voorkant van het paard te blokkeren ("in de krul rijden"). MetingenPreuschoft (1993, 1999) en Preuschoft et al (1999) bevestigden elektronische meetapparaten aan de uiteinden van de teugels (Fig. 3). Ervaren ruiters gebruikten
krachten tot 30 Newton in stap (= ruim 3 kilo) tot 75 Newton in draf (= ruim 7,6 kilo) en tot 60 Newton in galop (= ruim 6 kilo).
De gemiddelde teugelkrachten van 30 Newton in stap werden gemeten terwijl de paarden bereden werden op een loopband (Roepstorff en Weishaupt, 2005).
De teugels brengen de signalen van de handen van de ruiter over op het bit, of in het geval van een bitloos hoofdstel op andere anatomische structuren. Slechts
kleine, zachte signalen die voor het paard begrijpelijk zouden moeten zijn, zouden naar het hoofdgebied moeten worden overgebracht. Wanneer hoofdzakelijk zit- en
beenhulpen worden gebruikt, zouden de teugelhulpen deze slechts moeten aanvullen en ondersteunen.
Het feit dat Preuschoft (1993) krachten van zelfs 150 Newton (= circa 15 kilo) waarnam, verdient de nodige aandacht.
De voorwaarts-neerwaartse hoofd-hals-positie van het jonge paard en het "door de nek lopen" van het opgeleide paard staan het paard toe om de rug door de hals en de achterhandspieren (Fig. 3) te stabiliseren. Deze elastische stabilisatie van de rug wordt verhinderd wanneer het hoofd naar achteren en omhoog wordt gedwongen, of wanneer het hoofd en de hals van het paard worden gedwongen te "krullen" waardoor het stabiliseren van de rug wordt belemmerd (vergelijk Meyer, 1996; Preuschoft, 1993 en 1999; Preuschoft et al, 1999). Het opgeleide paard kan slechts door middel van een licht teugelcontact de comfortabele stabilisatie van zijn rug opzoeken. De vorm en de grootte van het bit moeten worden aangepast aan de mond van het paard. Door druk op het bit mogen de mondhoeken niet omhoog getrokken worden. Bitten die te breed zijn, veroorzaken onregelmatige bewegingen en pijn in de mond. Een bit past goed wanneer een (wijs)vinger past tussen de lippen en de bitringen. Over het algemeen hebben smalle bitten met een kleine diameter een sterker effect dan iets dikkere bitten met een groter diameter. Hoofdstellen met een rubberen bit zijn zachter qua inwerking. Van de metalen bitten zijn die met dubbelgebroken mondstuk duidelijk comfortabeler. HefboomwerkingDubbele teugelvoering heeft een hefboomwerking. De onderkaakring, waar de tweede teugel aan bevestigd is, is vaak vier keer langer dan de bovenkaakring tussen het bit en de kaak. Dit verhoogt de druk met een factor van vier (Fig. 4). Dit betekent dat alleen uiterst fijne en gevoelige hulpen moeten worden toegepast. Daarom zou het gebruik van dubbele teugels slechts toegestaan mogen worden bij goed opgeleide paarden en door alleen zeer ervaren ruiters of menners. Wanneer aan de tweede teugel wordt getrokken, kan de kinketting immense druk op de buitenkant van de onderkaak uitoefenen. Verder kan de dubbele teugel door de bovenkaakring druk op het kaakgewricht uitoefenen via de bakstukken. Slofteugel
Uit de talrijke hulpteugels behoeft de slofteugel bijzondere aandacht (Fig. 6). De teugel die loopt van de singel door de bitringen naar de handen van de ruiter, werkt
als een katrol. De kracht van de ruiterhand wordt verdubbeld, waardoor er een overdaad aan krachten ontstaat in de mond van het paard, vooral wanneer deze teugel door
minder ervaren ruiters wordt gebruikt.
Bitloze hoofdstellen
ZenuwenFig. 8 toont de belangrijkste gevoelige zenuwen in gebieden die door bitten of bitloze hoofdstellen kunnen worden geïrriteerd. De gevoelige, stille en zachte hand van de ruiter communiceert door middel van zachte bewegingen richting het paard. Een zachte hand kan de krachtige voorwaartse beweging van het paard niet belemmeren, maar juist tactvol controleren, zodanig dat de pijngrens van het paard niet wordt bereikt. Wanneer de teugelvoering zorgvuldig plaatsvindt, zal het paard de teugel die geen pijn veroorzaakt, goedkeuren. Nadat het paard zorgvuldig is opgeleid, zal het zich voortbewegen op een gecontroleerde manier terwijl het dragend voortbeweegt, er licht teugelcontact is en geen vrees is voor druk of pijn.
De invloed van de teugel en het bit op de bewegingen van het paard; anatomisch-functionele overwegingen - samenvattingDe grote diversiteit in bitten en teugels maakt het zeer moeilijk om hun invloed te beoordelen. Het bit veroorzaakt krachten in ventrale, dorsale en achterwaartse richting. De ventrale krachten kunnen schade aanrichten aan de onderkaak. Vooral de achterwaarts geleide krachten belemmeren de voorwaartse beweging van het paard en het kaakgewricht, de nek en de wervelverbindingen zijn gebieden waar hoge krachten op komen. De trekkrachten van de teugels variëren onder ervaren ruiters van ruim 3 kilo in stap tot ruim 7,6 kilo in draf (Preuschoft et al, 1999). De hogere krachten onstaan door de hefboomwerking van een stang of mechanisch hoofdstel wanneer de teugels worden aangenomen. Het bitloze hoofdstel geeft druk in gebieden zoals de neus, nek of onderkaak. De meest belangrijke zenuwen, die geïrriteerd kunnen raken door het bit of een bitloos hoofdstel, zijn aangetoond (Fig. 8). De zachte, stille hand van de ruiter kan pijn en schade aan de paardenmond en het paardenhoofd voorkomen en laat de bewegingen van het paard gecontroleerd toe zonder deze te belemmeren.
Een hartelijk dank aan mrs. Jeanne Peter voor de tekeningen; P. Chuit, Th. Frei, A. Fürst, P. Roepstorff, M. Weishaupt and A. Zangger voor de professionele and deskundige bijstand gedurende de bestudering van dit onderwerp.
Meer en uitgebreide informatie met uitleg en berekeningen over krachten, druk en teugeldruk vind je op de pagina Krachten.
|
|||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||