www.bitloospaardrijden.info



 

 

Druk in de mond versus druk op de neus / rond het hoofd

Gevoeligheid

Mensen die bitloos niet zo zien zitten, gebruiken vaak als argument dat de neus van het paard erg gevoelig is en misschien wel gevoeliger dan de mond. Het is inderdaad waar dat de neus ook gevoelig is; ieder lichaamsdeel van het paard is gevoelig (een paard voelt een vlieg op z'n vacht) en daar hebben we als mens ook rekening mee te houden. Maar de neus is te allen tijde minder gevoelig dan de mond; dit is bij ieder dier en ook bij de mens het geval.

Gevoel wordt bepaald door zenuwuiteinden, niet door de zenuwen zelf. Er lopen wel zenuwen over het hoofd, maar de zenuwuiteinden lopen voornamelijk richting de lippen, de neusgaten en de binnenkant van de neus en de mond. Dit is ook logisch, aangezien de snuit een voelorgaan van het paard is, dus gevoeligheid in en rond de mond is voor een paard een must.
De zenuwuiteinden in de mond liggen bovendien onder het zeer dunne mondslijmvlies, terwijl de zenuwbanen goed beschermd onderin de huid liggen. Slijmvlies is bovendien beter geïnnerveerd en doorbloed als huid en daarmee dus ook veel gevoeliger dan de huid.
Dit betekent dus dat een prikkel of druk op plekken waar zenuwuiteinden lopen, veel meer impact heeft dan eenzelfde prikkel of druk op plekken waar alleen zenuwbanen lopen.
Op deze pagina vind je wat meer info over de ligging van de zenuwen in het paardenhoofd.

De zenuwen die rond de neus lopen, liggen dus veel beter beschermd; zie de tekening links onder. De neus is omgeven door huid en vacht. Zenuwen die daar lopen, liggen onderin de huid en zijn omgeven door bindweefsel. Boven de zenuw heb je nog een laag bindweefsel, daarboven een laag onderhuid, daarboven een laag lederhuid, daarboven een laag opperhuid en daarboven nog eens een haarkleed en huidvet.
Dit maakt dat de mond van het paard vele malen gevoeliger is dan de neus of het hoofd.

Doorsnede van de paardenhuid

(de afbeelding is afkomstig van deze website)


1 = opperhuid (epidermis), 2 = lederhuid (dermis), 3 = onderhuid (subcutis),
4 = bindweefsel, 5 = haar, 6 = haarspier, 7 = talgklier, 8 = zweetklier,
9 = zenuw, 10 = bloedvat



De zenuwbanen en -uiteinden ingetekend (de originele tekening vind je hier); de neusriem oefent geen druk uit op de zenuwuiteinden; het bit daarentegen wel.

Vergelijk het gevoel maar eens bij jezelf en druk eens met je vinger op je tandvlees, en vervolgens op diverse botdelen van je hoofd (je neusbrug, jukbeen, kaakbeen en achter de oren). Dit verschil in gevoel kun je vergelijken met de druk van het bit op de lagen en de druk van een bitloos hoofdstel op het hoofd.
Ga ook eens met je nagel langs je tandvlees en daarna met je nagel over je wang. Beide plekken zijn gevoelig, maar ook hier zit een enorm verschil in het gevoel.
Het neusbeen van het paard is van onderen het gevoeligst en ook breekbaar vanaf de plek die nog boven de overgang ligt naar het bot overgaat in kraakbeen. Het is dan ook belangrijk dat de neusriem van het bitloze hoofdstel op de juiste plaats komt te liggen en niet op het breekbare gedeelte van de neus. Lees hierover meer op onze pagina Juiste ligging neusriem.

Puntdruk versus drukverdeling

De lagen waarop het bit ligt (drukt/knelt) zijn splinterdun (wanneer je er een appel overheen zou halen, dan werkt dat als een mes!). Langs deze lagen liggen zenuwuiteinden, wat betekent dat dit gebied zeer gevoelig is. En juist hier - op deze supersmalle en supergevoelige delen van de mond - ligt het bit, wat zorgt voor enorme puntdruk en pijninwerking.
De neusbrug waarop de neusriem van een bitloos hoofdstel ligt, is breed, dik, hard en stevig en is bovendien bedekt met huidlagen en vacht. Een neusriem (of neusband) bedekt de gehele neus, wat betekent dat de druk verdeeld wordt over een groot oppervlak. Prettiger voor het paard dus.
Meer over druk in de mond en op de neus en berekeningen hieromtrent vind je op de pagina's Teugeldruk en Krachten en teugeldruk.

Video over de gevoeligheid van de mond en de neus van het paard:

Bit versus neusriem

Met de neusriem van een bitloos hoofdstel kun je natuurlijk - net als bij een bit - wel druk zetten en flink inwerken. Dit is afhankelijk van het betreffende hoofdstel (ontwerp, werking en materiaal), de breedte en het materiaal van de neusriem, de ligging van de neusriem (wanneer je deze te laag bevestigt) en natuurlijk hoe je er mee rijdt, je handen, je algehele instelling in welke mate je dit alles gebruikt.
Wanneer je met bit rijdt en te harde handen hebt, dan kan het paard hier uiting aan geven door bijv. z'n mond open te doen of z'n tong over het bit te leggen. Zonder bit is dit niet aan de orde. Maar ook bitloos is zicht- en voelbaar of het paard zich aan de ruiterhanden onttrekt. Wanneer je met een bitloos hoofdstel te veel druk en weerstand uitoefent op het hoofd van het paard, dan heeft het paard nog steeds allerlei manieren om hier uiting aan te geven c.q. zich aan die druk te onttrekken, bijv. door op de neusband en in je handen te gaan hangen (tegendruk geven) of juist het hoofd omhoog te doen of door te gaan hoofdschudden of te gaan spannen, staken of rennerig worden, etc.
Belangrijk is dat je altijd naar je paard blijft kijken en luisteren, en dat je alle signalen die het paard geeft, serieus neemt. Zorg dat je bewust bent en weet dat de oorsprong van bepaalde reacties en gedragingen van je paard bij jou als ruiter kunnen liggen.
Vaak zie je dat mensen die overstappen op bitloos, dit doen omdat ze vriendelijker willen, qua optoming, rijden en omgang met hun paard. Dan kies je dus ook voor iets vriendelijk(er)s en niet voor een scherp hoofdstel en pijnprikkels.

Druk en release

Eén van de verschillen tussen met bit en zonder bit rijden, is dat er met een bit continue druk is (in de mond), ook wanneer je met doorhangende teugels rijdt of zachte en stille handen hebt. Het (veelal zware metalen) bit ligt hoe dan ook in de paardenmond op de tong en op lagen (en soms ook - onbedoeld - tegen wolfskiesjes of hengstentanden) en er is nooit een release wanneer je die zou willen geven.
Zonder bit rijd je - als het goed is - zonder of met minimale druk en kun je te allen tijden een release geven en behouden; bij de meeste bitloze hoofdstellen laten de bandjes aan de teugels dan onmiddellijk los en blijven los tot je de teugels weer aanneemt. Het paard loopt dan volledig 'vrij', zonder ergens druk of steun. Release bij bitloos is ook daadwerkelijk release; bij een bit niet, want het bit ligt er altijd. Ook zijn er bitloze hoofdstellen met een brede, zachte neusband; deze werken dus beslist niet scherp in. En bij hoofdstellen met een smalle, harde neusband kun je zelf een bontje om de neusband maken (bijv. van schuimrubber of wol).

We zullen niet beweren dat bitloos per definitie vriendelijker is dan een bit. Alle soorten manieren van rijden en middelen, bit of bitloos, kunnen foutief gebruikt worden en kunnen dus schadelijk zijn voor het paard.
Ondanks dat, ook al ben je echt overtuigd van jezelf dat je correct rijdt met bit (zachte, open en stille handen en in de juiste positie), dan nog ligt er druk in de paardenmond en kun je schade aanbrengen (zie ook het artikel Teugeldruk).
Wanneer een paard staat/loopt te knabbelen op het bit, dan schuurt het ijzer tegen de tanden en tandvlees; gevolgen: slijtage, kneuzingen (van miniem tot ernstig) en onderhuidse woekeringen. Heb je een rubberen of leren bit, dan zal dit minder zijn, maar ook dan zal het paard het bit blijven voelen en, zeker wanneer er gewisseld wordt, als pijnlijk ervaren. Bekijk het bit van je paard maar eens; er zullen vast en zeker krasjes op zitten en misschien zelfs minimale deukjes.
De schade die het bit bij het paard teweeg brengt, zien we vaak niet, omdat we niet na iedere rit in de mond van het paard kijken. Bovendien is slijtage van de tanden niet van dag op dag te zien, aangezien dit langzaam gebeurt. Verder is een bit van ijzer en kan zich niet naar de paardenmond vormen. Sommige bitfabrikanten (zoals Myler en Sprenger) proberen hier wel iets aan te doen door diverse soorten en vormen bitten te maken; boogjes, ringetjes, dubbel gebroken, enkel gebroken, dik, dun enz.. Men is er dus wel degelijk mee bezig dat een bit niet ideaal is en dat niet ieder bit in iedere paardenmond past. Maar hoe goed een bit naar onze mening ook zou passen, het is en blijft een stuk metaal in de mond van het paard waarvan de mens vindt dat het moet, dat het zo hoort, dat het 'maar moet passen', dat het noodzakelijk en ook 'helemaal niet erg' is.

Meer info vind je op de pagina Feiten op een rij en de diverse artikelen en onderzoeken die je kunt vinden in het hoofdmenu.