|
Bit en bitloos dressuur
Dressuur in de reglementen
Uit het Disciplinereglement Dressuur, versie 2007-1.
Artikel 100 - Doel en algemene principes
Het doel van de dressuur is de ontwikkeling van het paard tot een ‘happy athlete’ door een harmonieuze
en systematische opleiding. Deze opleiding maakt het paard soepel, ontspannen en los, maar ook tevreden en
oplettend. Het paard en de ruiter begrijpen elkaar volledig; er is harmonie.
Deze ontwikkeling wordt zichtbaar door:
- de ongedwongenheid en regelmaat van de gangen
- de ontspanning
- de aanleuning
- de impuls
- het recht gericht zijn van het paard
- de verzameling
Het paard geeft in zijn werk de indruk dat het uit vrije wil datgene doet wat van hem wordt gevraagd.
Met vertrouwen en oplettendheid geeft het zich edelmoedig over aan zijn ruiter. Het paard blijft daarbij volkomen
recht bij al zijn bewegingen op de rechte lijn en past zijn buiging aan volgens de bogen van alle andere lijnen.
De stap is regelmatig, vrij en ontspannen. De draf is regelmatig, vrij, soepel, krachtig en actief. De galop
is regelmatig, licht en gecadanceerd. De achterhand moet in alle omstandigheden actief zijn. Op de eerste vraag
van de ruiter wordt deze actiever en verlevendigt daardoor de bewegingen van alle andere delen van het paard.
Dankzij steeds aanwezige impuls en de elastische buigzaamheid van zijn gewrichten, die door geen enkele
beperking worden tegengewerkt, gehoorzaamt het paard bereidwillig en zonder weifelen, met kalmte en stiptheid aan
de verschillende hulpen van de ruiter. Het paard toont daarbij zowel geestelijk als fysiek een harmonisch en
natuurlijk evenwicht. Het paard is volledig ontvankelijk voor de hulpen (durchlässig).
Het 'scala van de africhting' (Skala der Ausbildung)
Het doel van de dressuur waarbij het paard uiteindelijk een ‘happy athlete’ is geworden, wordt bereikt langs de
weg van het 'scala van de africhting'. Het scala ziet er als volgt uit:
- Vertrouwensfase:
- takt (zuiverheid van de beweging)
- souplesse/ontspanning/losheid
- aanleuning
- Ontwikkeling draagkracht:
- impuls
- recht gerichtheid
- verzameling
Geen van de zes begrippen kan los van elkaar worden gezien. Alle begrippen hangen met elkaar samen en
beïnvloeden elkaar. De eerste drie criteria zijn vooral van toepassing op de B- en L-klasse. De overige criteria
worden belangrijker naarmate de scholing van het paard vordert. Uiteindelijk wanneer alle bouwstenen optimaal
verankerd zijn in het paard, zal het paard als vanzelf moeiteloos volkomen ontvankelijk zijn geworden voor alle
hulpen van de ruiter. Dit noemen we Durchlässigkeit.
Dit scala geeft de bedoelingen van het FEI-reglement volledig weer en hier zijn onze dressuurproeven op
afgestemd. Het beeld van het goed gaande paard wordt tot uitdrukking gebracht door de zes principes van het
‘scala’. Dit scala geldt voor juryleden ook als leidraad voor de beoordeling. Geen van deze criteria mag ontbreken
in een volledig geslaagde dressuurproef op hoger niveau.
Als je dit zo leest, zie je geen enkele reden waarom wedstrijddressuur niet zonder bit zou mogen.
Immers, het doel van de dressuur kan ook bereikt worden zonder bit. En tòch wordt regulier bitloos wedstrijddressuur niet toegestaan.
Bitverplichting
De KNHS volgt in haar reglementen de internationale reglementen van de FEI. Ook hier is het rijden met een bit
verplicht. Internationaal is het verplicht te rijden met stang en trens. Een bit hoort net als een hoofdstel en een
zadel bij de klassieke uitrusting van de dressuur. Dat een bit bij de klassieke uitrusting behoort, is een basisprincipe en ligt aan de dressuur ten grondslag. In
de reglementen volgt de KNHS de FEI terwijl ze niet verplicht zijn om de regelgeving van de FEI te volgen.
Meer over de bitverplichting kun je lezen op Bit en bitloos in de reglementen.
Dispensatie bitverplichting
Voor de lichamelijke beperkingen van het paard wordt geen dispensatie verleend. Argument van de KNHS is: "Aangezien het de bedoeling is het
paard en zijn africhting/verrichtingen te beoordelen zonder dat dit beïnvloed kan worden.
Er wordt geen dispensatie verleend wanneer een paard vanwege lichamelijke beperkingen of
een blessure niet opgetoomd kan worden conform de reglementen. Dit in het kader van welzijn. Wanneer een paard ziek
is, pijn of last heeft, is het niet toegestaan het paard uit te brengen op concours."
Hierna gaven wij aan dat een paard/pony hinder, last of pijn kan hebben van het bit, te denken aan bijvoorbeeld de lagen,
de tong, het gebit, het wisselen, de ruimte die in iedere paardenmond verschillend is en dus te klein kan zijn voor een bit van minstens 1 cm dik,
de gevoeligheid van de mond/lippen, de fysieke, geestelijke en/of
emotionele weerstand van het paard ten opzichte van het bit, metaalallergie, etc..
Onze vraag was, wanneer dit het geval is, wat dan de procedure binnen de KNHS is.
Antwoord van de KNHS was: "Er wordt geen dispensatie verleend wanneer het
dier vanwege een blessure of een afwijking in het exterieur niet opgetoomd kan worden volgens de geldende richtlijnen.
Dit geldt dus ook voor het rijden zonder bit. Hiervoor wordt geen dispensatie verleent in de dressuur. Een bit
hoort bij de klassieke uitrusting voor de dressuur. Wij volgen hierin de FEI regelgeving."
Het bit is er voor de jury?
Er wordt wel eens beweerd dat zichtbaar verzet op het bit "nodig is" zodat de jury kan zien of de ruiter wel of niet met zachte,
stille handen rijdt. Dit argument
is natuurlijk dieptriest wanneer je dit bekijkt vanuit het kader van welzijn en welbevinden van het paard.
Bovendien, wanneer ruiterhanden teugels vasthouden (met of zonder bit), is voor iedereen
zichtbaar of dit harde of zachte handen zijn, of de ruiter zijn/haar handen wel of niet
in de juiste positie houdt (iedere verkeerde pols- en handhouding heeft effect op de lagen en tong van het paard!), of de ruiter 'open' handen heeft of vuisten balt,
of de ruiter stille handen heeft of onrustige handen, etcetera. Er is absoluut geen bit voor nodig om de ruiterhanden te beoordelen. En er is ook absoluut geen bit
voor nodig om uitingen van verzet bij het paard te kunnen waarnemen; ook zonder bit en met een onprettige ruiter kan een paard bijvoorbeeld nog steeds gaan hoofdschudden,
het hoofd omhoog brengen, het hoofd achter de loodlijn brengen, staken, spannen, aan de teugels hangen, rennerig worden en stress vertonen.
Je kunt beter iets verzinnen wat de rùiter pijn doet zodra hij hardhandig rijdt, in plaats van een metalen mondstuk in de mond van het paard te leggen
dat het paard pijn doet zodra de ruiter hardhandig rijdt. Bij onkundig rijden behoort de ruiter gestraft te worden, nièt het paard.
En juryleden die de ruiterhanden niet kunnen beoordelen zonder de aanwezigheid van een bit en zonder uitingen van verzet bij het paard,
zouden zich òf moeten bijscholen en bekwamen in het jureren, òf een andere hobby zoeken.
Overige argumenten 'voor' en 'tegen'
Tegenstanders van bitloos in de wedstrijddressuur komen met nog meer argumenten waarom bitloos dressuur niet zou kunnen.
De hulpen zouden anders en/of niet te beoordelen zijn en 'het beeld' zou bitloos anders zijn. Echter, de hulpen zijn bij een bitloos hoofdstel niet anders dan
bij een bithoofdstel en ook 'het beeld' wijkt niet af.
Er zijn bitloze ruiters die ook van de continue druk af willen en niet meer met die (continue) druk willen rijden, en meer richting klassieke dressuur gaan,
dus met meer doorhangende teugels dressuur rijden en veel meer dan voorheen met hun zit gaan rijden.
Maar er zijn ook bitloze ruiters die gewoon op de Engelse dressuurwijze doorgaan en ook bitloos met continue aanleuning (teugeldruk) rijden. Dus hier is dan geen
enkel verschil en is het beeld exact hetzelfde.
Ook mèt bit behoor je overigens voornamelijk met je zit te rijden.
Wanneer zowel bitrijders als bitloosrijders gewoon allemaal netjes met hun zit rijden en van die teugels afblijven (geen rukjes, sponsjes en zaagjes),
dan is er gewoon uniformiteit. En dus geen sprake van 'anders' of 'ander beeld'.
Het enige verschil is dat bij een deel van de paarden een stuk metaal in de mond zit en bij het andere deel niet.
Argumenten als "het hoofdstel behoort een klassieke werking te hebben", "er behoort uniformiteit te zijn" en "de bitverplichting is er zodat de jury kan beoordelen
of de ruiter wel
met zachte hand rijdt" kunnen meteen van tafel. In de dressuurreglementen van de KNHS wordt nergens gesproken over "een klassieke werking", hoe een hoofdstel
moet inwerken en hoe de hulpen gegeven moeten worden.
Juryleden zitten ook niet expliciet te letten op inwerking in de trant van "gebruikt ze nu op dit moment
wel de juiste teugel" en dergelijke.
Een bitloos hoofdstel hoeft er ook niet anders uit te zien dan een bithoofdstel.
Er zijn genoeg bitloze hoofdstellen die qua uiterlijk nauwelijks te onderscheiden zijn van bithoofdstellen.
Wanneer de KNHS in de reglementen zou vastleggen welke bitloze hoofdstellen zijn toegestaan, van welk materiaal en welke
kleur (en qua uiterlijk dus nauwelijks afwijken van een 'gewoon' hoofdstel), dan is er gewoon sprake van uniformiteit.
En het belangrijkste: de zachte hand.
Een zachte hand is een stille hand waar de hulpen nauwelijks zichtbaar zijn (de hulpen worden voornamelijk met
de ringvinger en pink gegeven en niet met de gehele hand of arm); een hand die ontspannen is (dus geen vuisten maar losse en enigszins 'open' handen) waar
de teugels 'losjes' in liggen (dus niet vastgeknepen worden) en een hand vanuit ontspannen schouders, ontspannen armen en beweeglijke pols.
Een zachte hand op zich is al een uniformiteit binnen de dressuur.

Misvatting
Het is een grote misvatting dat we het bit nodig zouden hebben om rijtechnisch iets te kunnen. We zijn allemaal
'opgevoed' met het bit en we hebben geleerd dat we van alles met dat bit moeten doen om het paard te kunnen rijden.
We "spelen" (sponsen, rukken, plukken en zagen) dus ook met de teugels (en het bit) om die hals rond te krijgen, wat natuurlijk
niets met nageeflijkheid te maken heeft.
Wanneer je met het bit "rijdt" door er voortdurend mee te "spelen" en er ook mee te "sturen" en te "remmen", dan
vergeet je het belangrijkste. Een paard gaat
niet z'n achterhand onderbrengen, z'n rug loslaten, z'n buikspieren gebruiken en algeheel ontspannen omdat de ruiter aan het bit zit en het
paard druk in z'n mond voelt. Een paard wordt niet soepel en nageeflijk dankzij dat bit. Sterker nog: hij doet dat dan
òndanks het bit.
Nageeflijkheid komt uit het lichaam zelf, vanuit de achterhand (de motor) door de rug naar voren.
Het paard heeft geen contact met de mond nodig om nageeflijk te kunnen lopen, àls er al continue contact (teugeldruk) nodig is (kijk bijvoorbeeld naar de
klassieke rijkunst en western rijden).
Wanneer je toch iets van druk nodig hebt om te zorgen dat niet alle energie er van voren weer uit gaat (halve ophoudingen), dan kun
je druk aanbieden zonder bit en via het hoofdstel, bijvoorbeeld op de neus. Maar die druk is dan niet constant, dat zijn momenten, omdat je bitloos releases kunt geven.
Voor het paard is het bovendien beter om die druk c.q. het contact niet constant aan te bieden; het paard kan
hier namelijk op "steunen/leunen", waardoor je als ruiter niet of nauwelijks voelt of je paard wel in balans loopt, op vier benen loopt, wel rechtgericht is, enzovoorts.
Wanneer je
leert rijden zonder continue druk, dus zonder steun te bieden, zul je ook merken dat je paard werkelijk helemaal "los", recht,
in balans en op eigen benen gaat lopen, en ook 'zekerder' wordt, juist omdat het paard geen
steun meer zoekt, ook niet meer krijgt en het nu helemaal zelf moet doen.
Afschaffing bitverplichting
Al met al vinden wij het van essentieel belang dat mensen gaan inzien dat een bit niet altijd zo vanzelfsprekend is, wat het bit bij het paard kan aanrichten en
dat bitloos paardrijden zeker een
goed alternatief is voor het rijden met bit en soms zelfs een noodzaak kan zijn.
Wij zouden ten eerste willen pleiten voor afschaffing van de bitverplichting in ieder geval gedurende
de eerste vijf levensjaren van het paard (zoals dit in de western paardensport is vrijgesteld tot de leeftijd van zeven jaar). Daarnaast willen we graag zien
dat dispensatie van de bitverplichting verleend wordt in alle gevallen waarin dit aangevraagd wordt, zowel op medische als vanwege principiële gronden. En
uiteindelijk zien we het liefst dat zondermeer de mogelijkheid
geboden wordt om zonder bit deel te nemen aan wedstrijden en examens; een vrije keus dus, ten behoeve van het welzijn van de paarden.
Update 1): zie het nieuwsbericht op Nieuws op gebied van bitloos d.d. 12 november 2008.
Update 2): zie het nieuwsbericht op Nieuws op gebied van bitloos d.d. 13 januari 2009.
Update 3): zie het nieuwsbericht op Nieuws op gebied van bitloos d.d. 25 april 2009.
Update 4): zie het nieuwsbericht op Nieuws op gebied van bitloos d.d. 9 juni 2009.
Update 5): zie het nieuwsbericht op Nieuws op gebied van bitloos d.d. 16 juli 2009.
Update 6): zie het nieuwsbericht op Nieuws op gebied van bitloos d.d. 4 december 2009.
Update 7): zie het nieuwsbericht op Nieuws op gebied van bitloos d.d. 21 januari 2010.
Update 8): zie het nieuwsbericht op Nieuws op gebied van bitloos d.d. 31 maart 2010.
Lees verder over het harnachement en het bit c.q. de bitverplichting in de reglementen van de diverse disciplines op Bit en bitloos in de reglementen.
Toch een bit 'nodig'?
Wanneer je het dressuurmatig zonder bit niet voor elkaar krijgt (en dus eigenelijk "door de mand valt" zonder bit), lees dan eerst de
pagina Overstappen naar bitloos.
Bekijk ook voor jezelf of je wel een geschikt hoofdstel hebt. Misschien kan je paard niet goed overweg met bijvoorbeeld
druk achter de oren, of vindt hij de riempjes langs z'n wangen irritant, of vindt hij het materiaal niet prettig, of ligt het
hoofdstel niet stabiel om het hoofd of knelt het juist ergens, en is er ruis tussen jullie twee.
Zoek dus uit of het aan je hoofdstel kan liggen.
Heb je net de overstap gemaakt van bit naar bitloos, dan komt het voor dat paarden zwaar
in de hand worden. Veel ruiters vinden dit erg vervelend, maar dit betekent in de meeste gevallen dat de achterhand onvoldoende wordt gestimuleerd.
Je moet je paard dan dus meer activeren, meer bij de les houden en zijn achterhand stimuleren om actiever deel te laten nemen.
Bijvoorbeeld door veel overgangen en zijwaards oefeningen te rijden en zorgen dat het paard veel uitdaging heeft tijdens
het rijden. Soms eens iets anders doen dan anders, zodat hij actief blijft meedenken met de ruiter en actief blijft lopen.
Ook moet het paard nu leren echt op eigen benen lopen en z'n eigen balans vinden. Je kunt als ruiter niet meer "faken" door te zagen met je handen en
je paard daardoor zogenaamd te laten ontspannen, na te geven en te verzamelen. Op die manier is het zelfs niet mogelijk voor een paard om werkelijk los te laten,
zijn achterhand er beter onder te brengen en nageeflijk te worden; het paard gaat dan alleen maar nog meer achter de loodlijn lopen, waardoor je
een valse verzameling krijgt, wat je vaak ziet in de dressuur.
Dus mocht je zonder bit het idee krijgen dat het allemaal niet zo lekker gaat als met bit (dressuurmatig gezien), wees je er dan van bewust dat het zonder bit
pas echt aankomt op jouw kunnen als ruiter. Een mooie uitdaging dus!

En ook belangrijk: geduld! Gun het de tijd, en heb begrip, geduld, doorzettingsvermogen en vertrouwen!
Je paard moet leren geen druk/steun op te zoeken (zoals veel paarden aan het bit of neusband gaan 'hangen'), maar moet
leren zelf z'n eigen balans te vinden. Dit vraagt veel trainen, oefenen, goed les, en blijven geloven in je streven.
Dit zal beloond worden in het feit dat je paard steeds beter in balans, in aanleuning en op eigen benen loopt. Mooie, soepele
nageeflijke momenten zullen minuten worden, steeds langer duren, met tussendoor even geen aanleuning naar
continue in aanleuning en nageeflijkheid. Aanleuning die het paard zelf heeft leren te vinden en te behouden,
van achteren uit door het hele lijf.
Wanneer dit bitloos niet lukt, dan ligt dit dus of aan het hoofdstel en/of aan je manier van rijden/communiceren
en/of te snel opgeven.
Subtiel en verfijnd
Indien je ervan overtuigd bent dat je met bit een fijnere en subtielere communicatie met je paard hebt dan zonder bit, lees dan het artikel over
Teugeldruk, waarin naar voren komt dat je met grote hoeveelheden kilo's in de paardenmond nooit of te nimmer kunt spreken
van "fijn" en "subtiel".
Daarnaast, onder "fijn" verstaan wij "onvermengd, puur, zuiver, teer" en onder "subtiel" verstaan wij "fijnzinnig, fijngevoelig, met kleine nuances", zoals de taal van het
paard fijn en subtiel is (voor ons vaak niet zichtbaar, maar voor paarden zo duidelijk als wat).
In dit opzicht is bitloos dus veel 'fijner' en 'lichter' in de trant van dat je minder 'technische' en zichtbare (en voelbare) hulpen hoeft te geven en veel
meer in verbinding bent met je paard. Rijden met focus, gedachten, energie, gevoel en minimale hulpen.
De ervaring is ook dat paarden bitloos veel meer ontspannen zijn. En dat het contact tussen ruiter en paard anders dan voorheen. Het is 'licht', je bent veel meer
in verbinding. Hoe fijn en subtiel wil je het hebben?
Ter verduidelijking hoe "fijn en subtiel" paardrijdend Nederland met bit rijdt, wat niemand ziet omdat het geheel gangbaar is, hebben we op de pagina
Gangbaar bitgebruik een aantal video's
bij elkaar gezet die goed weergeven hoe het bit gebruikt (oftewel misbruikt) wordt.
|
|