www.bitloospaardrijden.info



 

 

Bitloos paardrijden

Feiten op een rij

Een veel gehoorde en gelezen kreet is dat een optoming - met of zonder bit - zo hard of zo zacht is als de ruiterhand.
Natuurlijk zit hier een grote kern van waarheid in. Maar wat de meeste mensen met deze uitdrukking willen zeggen, is dat het rijden met een bit gewoon heel vanzelfsprekend, normaal, vaak zelfs noodzakelijk en ook gewoon heel paardvriendelijk is wanneer je met een zachte hand rijdt, en dat problemen die zich bij het paard voordoen, niets met het bit an sich te maken hebben, maar alles met de ruiterhand (of met het zadel of lichamelijke oorzaken). Maar dit is helaas niet het geval.
Niet elk bit is net zo zacht als de hand van de ruiter. Drukt, knijpt of knelt het mondstuk in de tong, gehemelte, onderkaak of wangslijmvliezen, tegen de (wolfs)kiezen, in de mondhoeken of waar dan ook in de mond, dan kan een ruiter nog zo voorzichtig met de teugels omgaan als hij wil, maar het paard zal altijd 'in verzet' gaan, oftewel het paard zal uiting geven aan het ongerief of pijn.
Ruiters moeten dus niet alleen een zachte hand èn een goede onafhankelijke zit hebben, maar ook kennis van zaken (kennis van de anatomie van de paardenmond en het gebit en kennis van de diverse bitten en hun vorm, ligging en werking) en daarnaast ook regelmatig kennis in huis halen (paardentandarts/gebitsverzorger die deze kennis in huis heeft).
Iedere ruiter behoort te weten wat hij in de mond van z'n paard stopt, welk effect dat kan hebben en wat de gevolgen kunnen zijn. Aangezien maar weinig ruiters zich bewust bezighouden met het bit in de mond, hierbij de feiten op een rij.

Want hoe 'normaal' en 'vanzelfsprekend' een bit voor veel mensen (en uiteindelijk ook voor paarden) ook is, feit blijft dat ieder paard aan een bit heeft moeten wennen en dat ieder paard een bit heeft moeten leren accepteren.
Dit maakt het ook dat geen enkel paard aan géén bit hoeft te wennen; hij is immers niet met een bit geboren en hoeft zich dus ook niet aan te passen wanneer hij zonder bit gereden of gemend wordt. Zonder bit in de mond is voor een paard veel natuurlijker en 'vanzelfsprekender' en daarom zie je ook dat paarden zonder bit veel meer ontspannen zijn, ruimere passen hebben en meer geconcenteerd zijn op de ruiter.
Dit is ook niet zo verwonderlijk, aangezien er in iedere paardenmond in principe geen ruimte is voor een bit; dit zal iedere gerenomeerde paardentandarts c.q. gebitsverzorger beamen. Kennis van de anatomie van de paardenmond leert ons namelijk dat er paarden zijn die geen bit in hun mond kunnen verdragen, hetzij tijdelijk hetzij permanent. Te denken valt aan de vorm (dikte, breedte en lengte) van de tong, de dikte en overmatigheid van de wangslijmvliezen, de breedte en diepte van de onderkaak, de hoogte en de gevoeligheid van de lagen, de lengte van de mondspleet en de conditie van het gebit.

De mond is erg gevoelig

De mond van een paard is één van zijn meest gevoelige lichaamsgebieden. Het is voorzien van een splinterdun en zeer gevoelige mondslijmhuid, waar heel erg veel zenuwen zitten. Daarom reageren de kauwspieren ongeveer tien tot twintig keer sneller op prikkels dan bijv. de beenspieren van het paard.
Tanden hebben wortels en deze zijn verbonden met zenuwen. De zenuwen lopen door de gehele mond, dus ook daar waar geen tanden en kiezen zitten en waar het bit dus ligt (maar ook daar kunnen tanden zitten die niet doorgekomen zijn, zoals de wolfskiesjes en hengstentanden, wat dit "vrije" gebied des te gevoeliger maken).
De zenuwen die in het hoofd lopen (bijv. rond de neus), liggen veel beter beschermd, namelijk door de huidlagen (bindweefsel, onderhuid, lederhuid, opperhuid), het haarkleed en huidvet.
Vergelijk het gevoel eens bij jezelf en druk eens met je vinger op je tandvlees, en vervolgens op diverse botdelen van je hoofd (je neusbrug, jukbeen, kaakbeen en achter de oren). Dit verschil in gevoel kun je vergelijken met de druk van het bit op de lagen en de druk van een bitloos hoofdstel op het hoofd.
Op de pagina Druk in de mond versus druk op de neus / rond het hoofd vind je een tekening van de doorsnede van de paardenhuid, waarop je duidelijk kunt zien dat de zenuwen onder de huid goed beschermd liggen (in tegenstelling tot de zenuwen in de mond).

Video over de gevoeligheid van de mond en de neus van het paard:

Wisselen en ontwikkelen van wolfskiezen en hengstentanden

De mond is nòg gevoeliger gedurende de eerste 5 levensjaren van het paard, veroorzaakt door het doorkomen en wisselen van tanden en kiezen. Zowel het doorkomen van permanente tanden en kiezen als het loskomen/wisselen van de veulentanden en premolaren is erg pijnlijk en is te vergelijken met het doorkomen van tandjes en kiesjes van baby's en het wisselen bij kinderen.
Een paard wisselt tussen zijn tweede en vijfde jaar zijn melkgebit in voor het blijvende gebit. Langzaam maar zeker lossen de wortels van de melktanden en kiezen op bij het doorkomen van de nieuwe. Soms blijven die melkkiezen als "doppen" op de nieuwe zitten; dat geeft een paard overlast. Verder kunnen er voor de eerste kiezen in de bovenkaak wolfskiesjes groeien, die ontzettend gevoelig zijn bij de aanraking van een bit. Hengsten, ruinen en soms ook merries ontwikkelen rond hun derde of vierde jaar hengstentanden in de lagen in de boven- en onderkaak. Soms blijven ze steken onder het tandvlees, wat ook voor ontstekingen kan zorgen en zal het gespannen vlees door een dierenarts moeten worden opengesneden.
Deze hele wisselperiode maakt een jong paard overgevoelig in zijn mond. Wordt hij juist in deze kwetsbare periode beleerd - buiten het feit dat er al zo veel op 'm af komt en hij al zo veel moet leren en het feit dat dit anatomisch gezien veel te jong is (het paard is pas volgroeid rond z'n 7e jaar; zie bijvoorbeeld deze website en deze website) - dan kan het zijn dat het paard bitproblemen gaat krijgen die op latere leeftijd soms niet meer te verhelpen zijn. In feite is een bit gedurende de eerste 5 levensjaren van een paard absoluut not done!
Meer over het wisselen kun je lezen op de pagina Het paardengebit.

De lagen

De lagen van het paard zijn twee flinterdunne randen van de onderkaak. Dit is het gedeelte waar geen tanden en kiezen zitten. Een bit op de lagen zorgt voor enorme puntdruk. Dit is duidelijk te zien op de foto's die je terugvindt op de pagina Teugeldruk.

Smalle onderkaken

De onderkaken van onze paarden zijn door het fokken steeds smaller geworden. Vaak kan er nog geen vinger tussen de twee kaakhelften. De tong is een dikke spier en tussen de tong en het verhemelte is nauwelijks ruimte voor een bit. Zakte vroeger door druk van een bit de tong tussen de beide kaakhelften, tegenwoordig lukt dit nauwelijks. Hierdoor komt er veel druk op de tong of wordt de tong afgekneld; dit zorgt voor pijn, de doorbloeding stagneert (blauwe tong) en het paard heeft moeite met het maken van een slikbeweging (overmatige schuimslierten).

Wangslijmvliezen

Dik en overmatig wangslijmvlies komt klem te zitten tussen het bit, de lagen en/of de voorste kiezen. Vaak zie je ook wondjes in de wangslijmvliezen.

Laaghangend rooster

Er zijn steeds meer paarden met een laaghangend rooster. Voorheen was dit nog een opvallend verschijnsel voor paardentandartsen; tegenwoordig kijkt men er al niet meer van op. Bij een laaghangend rooster drukt het bit in het verhemelte en dit is voor het paard erg pijnlijk. Vooral een enkel- of dubbelgebroken trensbit heeft dan een fikse notenkraker-effect.

De tong

De zeer gevoelige tong van het paard vult de gehele mond, waardoor er nauwelijks tot geen ruimte voor iets anders is. De tong kan niet meer of slechts deels tussen de beide kaakhelften zakken, waardoor er druk op de tong komt. Druk op de tong levert spanning op in de tong, en daarmee ook spanning die doorloopt naar het borstbeen en de schouder via de halswervel waar je juist wilt dat daar kan worden nagegeven. Door spanning in het borstbeen kan het paard onmogelijk zijn rug welven en de spierketting gebruiken die de hals met de staart verbindt en die via de buik weer terugloopt naar de hals. Je ziet dit bijvoorbeeld ook terug in de ruimte en zuiverheid van de voorhand.
Bij te veel druk op de tong kan het paard op diverse manieren reageren. Hij kan de onderkaak verstijven, het bit pakken en gaan 'pullen', hij kan proberen de tong tegen of over het bit te worstelen of hij kan een drukvrije positie zoeken door de tong op te rollen en niet 'aan het bit' te komen.
Het bit ligt bij een paard op de tong. Deze spier bestaat uit twee delen, die halverwege aan elkaar gehecht zijn. Er bestaan hele dikke tongen en hele dunne, hele lange en hele korte. De Amerikaanse onderzoekster Dr. Hillary Clayton heeft opnamen mogelijk gemaakt van de tong in de mond van een paard met een bit in. Het bleek dat sommige paarden de tong helemaal naar achteren opkrullen en het bit alleen op het voorste stukje van hun tong accepteren. Sommige paarden gooien steevast de tong over het bit. Maar even zo vaak steekt een paard razendsnel constant de tong over en onder het bit.
Wat een paard doet met een bit, is erg tongafhankelijk. Tongbeentjes zitten vast aan het einde van de tong. De tongbeentjes staan in verbinding met de hals- en borstspier. Een gespannen tong heeft zijn repercussies op de ontspanning van de hals- en borstspieren. Die spanning komt tot uiting in een gespannen voorhand, waardoor een paard niet meer vrijuit kan bewegen. Dus alleen met een ontspannen tong is een paard in staat met de juiste aanleuning en goed aan het bit te rijden.
Helaas zijn er tongen die het verdragen van een bit voor een paard onmogelijk maken. De hechting van de voorste en achterste tong kan net onder het bit liggen. Het paard zal dan altijd proberen met die plek onder het bit uit te komen en ontspanning zal daardoor ook nooit mogelijk zijn. Verder zijn er tongen waarbij de achterste helft gekanteld vastzit aan de voorste helft. Hoe erger de graden van kanteling, hoe meer problemen een paard met zijn bit zal hebben. Soms is dit de oorzaak dat een paard het bit aan één kant vastpakt.
Bij tongproblemen is een bitloos hoofdstel dus een must. Het is niet eerlijk tegenover het paard om hem iedere keer dit ongemak aan te doen en dan tegelijkertijd van hem te verlangen dat hij goed z'n arbeid verricht, zich ontspant en geen uiting mag geven aan dit ongemak c.q. pijn.
Lees verder het artikel De tong van het paard.

Geen ruimte

In iedere paardenmond is in principe geen ruimte voor een bit; dit zal iedere gerenomeerde paarden(tand)arts c.q. gebitsverzorger beamen. Kijk zelf ook eens in de mond van je paard en zie hoe weinig ruimte daar nog is. Hier zie je foto's van twee KWPN merries; de paarden hebben hier de mond gesloten en de lippen worden door een mensenhand open gehouden. Het paard links heeft een vrij laaghangend rooster, overmatige wangslijmvliezen en een tong van normale dikte en breedte. Het paard rechts heeft een "normale" mond. Hoe past hier in vredesnaam nog een bit in dat ook nog aangenaam moet liggen en inwerken?!
   

Voorste kiezen

Doordat er eigenlijk geen ruimte is voor een bit, komt het bit bij veel paarden tegen de voorste kiezen (molaren) aan te liggen, wat erg pijnlijk is. Ook wordt bij een ophouding de tong van het paard iets naar achter gedrukt, waardoor de tong in de scherpe randen van de eerste kiezen gedrukt wordt, wat eveneens erg pijnlijk is. Steeds vaker worden daarom bitseats gemaakt (driekwart van de kies wordt weggevijld en afgerond; google er maar eens op).

Allergie

Paarden kunnen allergisch reageren op bitten van kunststof of van metaallegeringen die bijvoorbeeld nikkel bevatten.

Wolfskiezen

Bij ontwikkelde wolfskiezen komt het bit tegen de wolfskiezen aan. Wolfskiezen zijn enorm gevoelig en wanneer het bit hier tegen aan komt, is dit erg pijnlijk.

Onzichtbare wolfskiezen

Het komt voor dat wolfskiezen zich ontwikkelen, maar niet doorgroeien tot boven het tandvlees. Ze worden gemakkelijk in het tandvlees teruggedrukt wanneer het paard bijvoorbeeld op harde voorwerpen kauwt of door de druk van het bit, en zijn dan onzichtbaar. Maar ze zijn dus weldegelijk onderhuids aanwezig in die dunne, gevoelige lagen, waar het bit ook ligt. De druk van het bit is dan dus erg pijnlijk voor het paard.

Blinde wolfskiezen

De aanwezigheid van blinde wolfskiezen (kiezen die niet boven het tandvlees uit groeien, maar meestal wel duidelijk voelbaar zijn (een bultje onder het tandvlees)) kan juist problemen veroorzaken, aangezien de stand van de blinde wolfskies er voor zorgt dat er een 'driehoek' ontstaat waardoor deze altijd zeer pijnlijk door het bit geraakt worden.

Te laag of te hoog ingehangen bit

Bij veel paarden wordt het bit te laag ingehangen, vooral bij paarden met een korte mondspleet. Een bit dient ongeveer een duimbreedte voor de voorste kiezen te liggen. Ligt het lager, dan zal het bij ruinen en hengsten makkelijk tegen de hengstentanden aanklapperen, wat voor paarden een nare en pijnlijke gewaarwording is.
Ook wordt het bit bij veel paarden te hoog ingehangen, waardoor het bit tegen de eerste molaren aan komt en ook de mondhoeken opgetrokken worden. Veel mensen denken dat je twee rimpeltjes moet creëren in de mondhoeken, maar dit is dus uit den boze. In dat geval moet men kiezen voor een zo dun mogelijk bit, of géén bit.

Inwerkende krachten

Inwerking van het bit zorgt voor ventrale, laterale en dorsale krachten in de mond. Ventrale krachten drukken in het midden tegen de tong en vooral lateraal tegen de randen van de onderkaak. Hier is het tandvlees van de onderkaak marginaal opgevuld, wat betekent dat de ruwe of langdurige krachten beenvliesirritatie kunnen veroorzaken, wat kan leiden tot beenvormingen/botwoekeringen van de onderkaak. Dorsaal geleide krachten bereiken het verhemelte, juist wanneer bitten te ruw worden gebruikt of wanneer bitten omhoog bewegen. De ventrale krachten kunnen schade aanrichten aan de onderkaak. Vooral de achterwaarts geleide krachten belemmeren de voorwaartse beweging van het paard en het kaakgewricht, de nek en de wervelverbindingen zijn gebieden waar hoge krachten op komen.

Druk en kilo's in de mond

Tijdens het onderzoek van Preuschoft bleek dat ervaren ruiters met een gemiddeld trensbit trekkrachten gebruikten tot 3 kilo in stap tot ruim 7,6 kilo in draf en tot ruim 6 kilo in galop. Er zijn zelfs krachten van ruim 15 kilo waargenomen tijdens dit onderzoek.
In het onderzoek van Clayton bleek de hoogst waargenomen teugelkracht van een paard te zijn: 4,4 kilo in stap, 5,2 kilo in draf en 10,6 kilo in galop. Uit dit onderzoek kwam onder andere naar voren dat de standaard teugeldruk bij trensgebruik ruim 2,26 kilo bedroeg, maar wanneer een paard zijn hoofd omhoog brengt, deze druk al gauw oploopt tot 13,5 kilo.
Bij een basis teugeldruk van 2,26 kilo (zoals gemeten tijdens de onderzoeken van Clayton) geeft een bit meer dan 21 kilo in de mond (standaard dus!) en een bitloos hoofdstel zoals de sidepull 3,5 kilo rond het hoofd. Per vierkante centimeter geeft een bit circa 10,5 kilo druk per cm², een zijdelings werkend bitloos hoofdstel als de sidepull geeft circa 0,025 kilo druk per cm² en een kruislings werkend bitloos hoofdstel geeft circa 0,009 kilo druk per cm². Zie voor uitgebreide toelichting en berekeningen de pagina Teugeldruk.

Verder komen paarden(tand)artsen en gebitsverzorgers veelvuldig kapotte lagen, beschadigde wangslijmvliezen, tandvleesontstekingen, gefractureerde kiezen, scheuren in de mondhoeken, bloeduitstortingen zo groot als een 2-euromunt in de mond, beschadigd gehemelte en tandwortelontstekingen tegen. En dat laatste komen dierenartsen en paardentandartsen in de praktijk helaas nog steeds vaker tegen dan ze lief is.

Continue druk

Eén van de verschillen tussen met bit en zonder bit rijden, is dat er met een bit continue druk is, ook wanneer je met doorhangende teugels rijdt of zachte en stille handen hebt. Het (veelal zware metalen) bit ligt hoe dan ook in de paardenmond en er is nooit een release wanneer je die zou willen geven. Zonder bit rij je - als het goed is - zonder of met minimale druk en kun je te allen tijde een release geven en behouden. Release bij bitloos is ook daadwerkelijk release, want een lederen band weegt immers nauwelijks iets, in tegenstelling tot een zwaar, ijzeren bit (zie verder ook het artikel Release).

Bitproblemen

Ieder paard kan bitproblemen krijgen. Door beschadiging op de lagen, door het ontstaan van haken op de kiezen, door het klem zitten van het wangslijmvlies tussen het bit en de voorste kiezen. Daar kan iedereen, met deskundige begeleiding, iets aan doen. En gedurende de herstelperiode is het raadzaam om zonder te bit te rijden, zodat de lagen en het wangslijmvlies ook zonder geïrriteerd of pijnlijk te zijn, kunnen genezen.
Wanneer paarden vanwege de bouw van hun mond geen bit kunnen verdragen, maar desondanks toch met een bit worden gereden, of wanneer een paard met een bit wordt gereden dat niet past, niet geschikt is qua vorm en dikte, niet juist ingehangen wordt of niet juist gebruikt wordt door de ruiter, dan wordt hiermee het welzijn van het paard aangetast in de vorm van fysiek ongerief, pijn, angst en stress.
Wanneer er rijtechnische eisen aan een paard worden gesteld waar het paard vanwege één of meerdere van bovengenoemde aspecten simpelweg fysiek niet aan kàn voldoen, dan resulteert dit dus in pijn (en verzet) bij het paard (zie ook het artikel Verzet bij het paard). Dit wordt door de ruiter veelal niet onderkend of begrepen, waardoor het paard vervolgens onredelijk en hardhandig wordt aangepakt en "er doorheen" wordt gereden.
Gelukkig zien we steeds vaker dat deze ruiters dan in ieder geval een goede paardentandarts/gebitsverzorger laten komen om de mond van het paard eens goed te laten inspecteren en eventueel het gebit te laten behandelen. Daarnaast zien we dat steeds meer ruiters bitloos overwegen, bitloos gaan proberen, bitloos met bit gaan combineren en zelfs volledig overstappen naar bitloos. En om die stappen te nemen, is vaak een stuk inzicht en bewustwording nodig, waar wij met dit project en onze middelen (de website, het forum en de emailnieuwsgroep) een bijdrage aan willen leveren.

Iedere paardenmond is uniek

Uit onderzoeken is gebleken dat elke paardenmond anders is, zo ongeveer als menselijke vingerafdrukken. De breedte van de onderkaak, de afmetingen van de tong, de hoogte van het gehemelte, en andere lichaamskenmerken blijken bij elk paard uniek te zijn. Zelfs de linker- en de rechterkant van de mond kon bij hetzelfde paard verschillend zijn. Dit betekent dat niet iedere paardenmond een bit kan verdragen en ook dat niet elk bit past in elke paardenmond. Terwijl voor het ene paard een simpele gebroken watertrens als gegoten in de mond ligt, zal dezelfde watertrens bij een ander paard misschien pijnlijk op het gehemelte drukken. Terwijl voor het ene paard een passend bit te vinden is, zal dit voor een ander paard onmogelijk kunnen zijn. Lees verder ook de pagina Onderzoeken.

Angst en overtuiging

Buiten dit alles is het toch onbegrijpelijk dat er blijkbaar zoveel angst is voor het gedrag van paarden. Men wil vooral veel controle hebben over het paard. Paarden zijn de enige dieren waarbij de mens een metalen mondstuk denkt nodig te hebben om 'm te kunnen hanteren (en heel soms zie je ook ezels met een bit in). In bepaalde landen wordt veel gewerkt met kamelen, ezels, ossen en olifanten (als pakdier, rijdier en werkdier). Ooit een olifant - die toch vele malen groter en sterker is dan een paard - met een bit in gezien? Is een paard nou zoveel sterker, onvoorspelbaarder, wilder, gekker, idioter, ontembaarder, oncontroleerbaarder, gevaarlijker, hysterischer dan welk ander diersoort dan ook? Zijn het nou echt de meest ongeleide projectielen van alle diersoorten die alleen te hanteren zijn met een ijzeren mondstuk? Kijk en vergelijk.

Daarnaast heerst de overtuiging dat een paard alleen met een ijzeren mondstuk "goed" te berijden is. De gedachtengang is dat het bit nodig is om het paard goed te kunnen gymnastiseren en hem de ruiter op de juiste manier te laten dragen. Terwijl iedereen tegelijkertijd weet dat je een paard rijdt met houding, zit, focus en energie; dàt is paardrijden. Ieder paard kan bitloos gereden worden, en iedere ruiter zou het bitloos moeten kunnen, omdat het zonder bit werkelijk op het rijden aankomt.

Het voordeel van bitloos rijden is dat je paard leert op eigen benen te lopen, dat je leert zelf goed te zitten en precies de fijne signalen aan het paard kunt doorgeven. Zonder bit voel je veel beter of het paard in balans is, rechtgericht is, los in z'n lijf is, soepel en buigzaam is, in aanleuning is en zelfdragend is. Het is dan ook niet zo slim om (weer) met bit te gaan rijden wanneer je tegen deze genoemde aspecten aanloopt. Want juist dan is het zaak om te werken aan je eigen manier van rijden en aan het lichaamswerk van het paard. Het kost tijd en geduld, maar wanneer je uiteindelijk bepaalde oefeningen met je paard voor elkaar krijgt, is dat natuurlijk een geweldige prestatie; je hebt het dan werkelijk rijtechnisch voor elkaar gekregen, zonder de dwang en inwerking van een metalen voorwerp in de paardenmond.

Ter verduidelijking hoe paardrijdend Nederland met bit rijdt, wat niemand ziet omdat het geheel gangbaar is, hebben we op de pagina Filmpjes een paar filmpjes bij elkaar gezet die goed weergeven hoe het bit gebruikt (oftewel misbruikt) wordt.
Iedereen zou hier eens bij stil moeten staan. Dan ga je vanzelf inzien dat een bit één van de meest onzinnige dingen is dat ooit is uitgevonden, ontstaan vanuit angst en hang naar controle, macht en geld.
En paarden verdienen beter; paarden zijn tenslotte edele dieren.

Werkelijk rijden

Wanneer je het bit er uit laat, zul je gaan ervaren dat het bit een blokkade is tussen jou en je paard. Zonder bit zul je voelen wat het werkelijke rijden is, namelijk het rijden vanuit je centrum, met je balans, je houding en zit, je energie, je focus, je spanning en ontspanning, en je verbinding met je paard. Zonder bit kun je je beter afstemmen, zowel met je paard als met je eigen onderbewustzijn (je wordt je beter bewust van de dingen die je doet en laat). Het paard kan zich niet meer kan "vastzetten" op het bit en moet nu zoeken naar z'n eigen balans en aanleuning, en werkelijk op vier benen gaan lopen, wat dan best moeilijk blijkt te zijn. Zonder bit kunnen er ook zaken aan het licht komen die je met bit òf niet merkt òf al heel normaal vindt (bijvoorbeeld geen aanleuning in het lichaam, niet rechtgericht zijn, niet in balans zijn, verkeerd zadel, etc.).

Naast bit of geen bit, zie je dat mensen die overstappen op bitloos, ook op een geheel andere manier met hun paard (willen) omgaan, waardoor er meer vertrouwen en een diepere communicatie is ontstaan bij het paard en de ruiter en in hun relatie. En dat doet toch meer dan welke optoming ook.

Fijnere en subtielere communicatie met je paard

Onder "fijn" verstaan wij "onvermengd, puur, zuiver, teer" en onder "subtiel" verstaan wij "fijnzinnig, fijngevoelig, met kleine nuances", zoals de taal van het paard fijn en subtiel is (voor ons vaak niet zichtbaar, maar voor paarden zo duidelijk als wat). In dit opzicht is bitloos dus veel 'fijner' en 'lichter' in de trant van dat je minder 'technische' en zichtbare (en voelbare) hulpen hoeft te geven en veel meer in verbinding bent met je paard. Rijden met focus, gedachten, energie, gevoel en minimale hulpen; hoe fijn en subtiel wil je het hebben?